Welkom in Jampa’s Mandala

Status

Welkom in Jampa’s Mandala. Sarva Mangalam , moge alles voorspoedig voor je zijn !

Jampa’s Mandala is een onafhankelijk boeddhistisch blog voor iedereen die belangstelling

voor het boeddhisme. Ik ben een beoefenaar in de Tibetaanse richting.

Reis met me mee langs de boeddhistische heilige plaatsen in India :

Op dit blog ( film en foto) klik op :

http://jampasmandala.wordpress.com/category/buddhayatra-2011/

De films van mijn boeddhistische pelgrimstocht. Klik op :

http://www.youtube.com/playlist?list=PL479146176BE1B2D3&feature=plcp

JAMPA’S MANDALA OP FACEBOOK : http://www.facebook.com/jampasmandala

JAMPA’S MANDALA OP VIMEO           : https://vimeo.com/channels/jampasmandala

SHARE YOUR IDEAS : https://plus.google.com/u/0/communities/105219811092375220321

2558 BE

Jampa's Mandala

Pas op voor haat. Praktiseer compassie

Standaard

image

Het boeddhisme kent verschrikkelijke beschrijvingen van martelingen in de hellewereld. Ik ga ze hier niet noemen nu de wereld kennis neemt van de meest verschrikkelijke daden begaan tegen kinderen, vrouwen en mannen in het Midden Oosten.
De gruwelen van de hel zijn op dit moment aanwezig op drie uur vliegen van hier. Verblind door een moorddadig conceptueel denken in vergiftigde geesten gaat het moorden door op ongekende schaal.
Moeten wij nu ook ontsteken in een blinde haat ? Nee, natuurlijk niet.
Alle lijden , alle waanbeelden , alle ellende komen voort uit onwetendheid. ( sk. avidya ) zegt de Boeddha , de man die zijn onwetendheid ophief onder de bodhiboom.
Alle levende wezens hebben de boeddha-natuur. Met nadruk gezegd : alle. Dus ook de onwetenden, de dolenden en ook de wezens die de meest afschuwelijk daden plegen. Zij kunnen als er iets van kennis in hen doordringt hun negatief karma zuiveren.
Angulimala doodde 999 mensen , werd later een discipel van de Boeddha en bereikte het nirvana.

Beoefenaars dienen hun compassie uit te spreiden naar alle levende wezens. Je vijand is je grootste leraar.
image

If, in return for not the slightest wrong of mine,
Someone were to cut off even my very head,
Through the power of compassion to take all his negative actions
Upon myself is the practice of a bodhisattva.

From :
The 37 practices of the bodhisattva

Het ontwikkelen van gelijkmoedigheid

Standaard

Root Institute for Wisdom Culture Bodhgaya India                                                                                                     foto : jampa 2011

While in Bodhgaya in october 2011 I stayed with you at the Root Institute.
Between meditation and visiting Holy Places I translated The Wish-fulfilling Golden Sun of the Mahayana Thought Training by Lama Zopa Rinpoche in my native Dutch language. Please accept this translation of this wonderful text. 

Het ontwikkelen van gelijkmoedigheid   De Mahayana Evenwichts-meditatie

door Lama Zopa Rinpoche

Denk : het is nooit genoeg om alleen zelfbevrijding na te streven. Gehechtheid aan persoonlijke vrede en hier alleen naar streven is zelfzuchtig en wreed.
Visualiseer dat je omringt bent door alle voelende wezens , met je moeder links van je zittend en je vader rechts van je zittend. Visualiseer voor je een vijand, iemand die een hekel aan je heeft of die je kwaad wil doen. Achter je , plaats je je beste vriend, de persoon tot wie je je het meest aangetrokken voelt . Aan de zijkant, visualiseer je een vreemdeling, iemand voor wie je gevoelens neutraal zijn.

Denk: Er is helemaal geen reden voor mij om gehecht te zijn aan mijn vriend en hem te helpen of om mijn vijand te haten en te schaden. Als ik alleen maar naar mijn eigen vrede zou streven, zou er geen reden voor mij zijn om menselijk geboren te zijn. Zelfs als een dier , zou ik hiernaar streven. De verschillende dieren hebben het zelfde doel als veel hoogopgeleide mensen – zelfgeluk – en creeren veel negatieve handelingen, zoals vechten met en het vernietigen van vijanden, anderen bedriegen enzovoort, allemaal in het najagen van hun eigen geluk. Er is bijna geen verschil tussen hen en ons afgezien van hun vorm.

Het belangrijkste doel van mijn menselijke geboorte is om te streven naar en het bereiken van hogere doelen : namelijk om ieder levend wezen naar altijddurend geluk te leiden. Dit is iets wat een dier nooit kan doen.

Precies zoals ik lijden wil vermijden en geluk wil vinden zo doen ook andere levende wezens dit. Daarom zijn ikzelf en alle andere bewuste wezens gelijk aan elkaar en is er geen logische reden voor mij om meer om mijzelf te geven dan om anderen of om vijanden of welk ander ander bewust wezen dan ook te schaden.

Ontelbare wedergeboorten lang heb ik onderscheid gemaakt tussen andere wezens als vriend, als vijand of vreemdeling door middel van het zelf-ik-bewustzijn. Chandrakirti zei :”Waar zelf-ik-bewustzijn is , is onderscheid maken naar “de ander”. Uit het onderscheid maken tussen jezelf en de ander komt gehechtheid en haat voort”.
Alle ongeluk komt voort uit het handelen onder invloed van deze negatieve gedachten. Het zelf-ik-bewustzijn veroorzaakt gehechtheid aan het zelf, dat gehechtheid aan mijn eigen geluk voortbrengt.

De hele reeks van negatieve geestesgesteldheden komt uit bovenstaand voort. Kwaadheid wordt veroorzaakt door hebzucht en gehechtheid aan het zelf en laat mij onderscheid maken door het scheppen van het zelf . Het brengt me tot het onderscheid maken tussen wie mijn geluk verstoort en wie niet. Op deze wijze scheppen we de vijand. Gehechtheid creeert de vriend, die helpt en het bepaalt wie de vijand is die hindert. Onwetendheid bestempelt diegenen die noch helpen noch hinderen als vreemden.

Kwaadheid brengt mij ertoe de vijand te haten en te schaden ; gehechtheid brengt mij ertoe aan mijn vriend gehecht te raken en hem te helpen ; en onwetendheid brengt mij ertoe te denken dat de vreemde een permanente natuur heeft. Door zo te handelen onder de invloed van deze negatieve geestesgesteldheden laat ik mijzelf belanden in moeilijke situaties vol lijden.

Gehechtheid schept gevaar en lijden voor mijzelf en anderen. De hele aarde loopt het risico te ontploffen. Gehechtheid brengt geen vrede en brengt allleen maar lijden.

Sinds beginloze tijden hebben de twee negatieve handelingen van het helpen uit gehechtheid en het schade toebrengen uit kwaadheid mij in samsarisch lijden geworpen en daarmee het onmogelijk voor mij gemaakt om de perfecte vrede van bevrijding en verlichting te bereiken.

Negatieve daden laten indrukken achter op het bewustzijn. Deze rijpen daarna in eindeloze ervaringen van lijden. Als ik zo blijf handelen zal ik hetzelfde lijden steeds weer eonen-lang ervaren en zal ik nooit realisaties ontvangen laat staan velichting bereiken.

De drie objecten van vriend, vijand en vreemde zijn vals en verkeerd bestempeld om extreme en tijdelijke redenen. De huidige vriend, vijand en vreemde zijn niet altijd vriend, vijand en vreemde geweest in mijn ontelbare vorige levens. Zelfs de vijand van vorig jaar kan dit jaar mijn vriend worden en de vriend van gisteren kan mijn vijand van vandaag worden. Het kan allemaal in een uurtje veranderen en dat doet het zo vanwege gehechtheid aan dingen als voedsel, kleding en reputatie.

Heer Boeddha zei : “In een ander leven , wordt de vader de zoon, de moeder, de echtgenoot, de vijand een vriend. Het verandert voortdurend. In het cyclische bestaan is niets zeker.” Daarom is er geen reden om gehecht te zijn aan vrienden of om vijanden te haten.

Als het onwetende, zelf-ik concept en zijn objecten waar waren, dan zouden de drie bepalingen van vriend, vijand en vreemde bestaan hebben vanaf ontelbare vorige levens hiervoor en ze zouden voortgaan te bestaan door het heden tot voorbij de Verlichting. Dit zou complete nonsens maken van het concept van Verlichting, want de geest van de Boeddha is volledig vrij van waanbeelden en indrukken die zulk onderscheid maken.

Uit mededogen leerde Heer Boeddha ons de Evenwichtsmeditatie zodat ook ik vrij van waanbeelden, indrukken en onwetende onderscheiding kan geraken…. De concepten van vriend, vijand en vreemde zijn vals want zij en hun basis zijn totale illusie. Er is geen zelf-ik.

Mijn kamertje in Bodhgaya. Foto : Jampa 2011

Mijn problemen zijn niet door de vijand geschapen maar door mijzelf. In mijn vorige levens heb ik anderen geschaad uit onwetendheid en de gevolgen hiervan zijn in dit leven teruggekomen met als gevolg problemen en lijden voor mij.

Heer Boeddha zei : “In vorige levens heb ik jullie allemaal eerder gedod en hebben jullie mij afgeslacht. Waarom zouden we gehecht zijn aan elkaar ? “
Candrakirti sprak : “Het is dwaas en onwetend om een aanval van een vijand met wraak te vergelden in de hoop om er een einde aan te maken, omdat de vergelding alleen maar meer lijden brengt.”
Daarom is er geen reden voor vergelding.

De vijand is het object van mijn beoefening van geduld, die mij helpt mijn kwaadheid te overwinnen. Ik moet deze vijand niet haten want hij brengt vrede in mijn geest.

De vijand is oneindig meer kostbaar dan welke materieel bezit dan ook. Hij is de bron van al mijn vorige, huidige en toekomstige geluk. Ik moet de vijand nooit haten. Welk bezit dan ook kan opgegeven worden voor zijn vrede.

Een vijand is mijn grootste behoefte, de bron van de Verlichting van alle wezens , die van mijzelf inbegrepen. De vijand is mijn kostbaarste bezit. Voor zijn vrede kan ik mijzelf opgeven.
De vijand die me geestelijk en lichamelijk schade toebrengt is onder de controle van zijn negatieve geest. Hij is als de stok die iemand gebruikt om een ander te slaan. Er is geen reden om door boos te worden of door wraak te nemen de vijand kwaad te berokkenen. Het is niet zijn schuld ; net zoals de pijn die ik ervaar door een klap niet de schuld is van de stok.
Vanaf nu moet ik nooit meer de vijand of enig ander levend wezen haten of schade toebrengen. Vanaf nu moet ik nooit meer de vijand of welk ander levend wezen dan ook haten of schade berokkenen.

Als ik heldere wijsheid bezat zou ik zien dat het schaden van anderen uit haatgevoelens het mijzelf schaden is uit haat. Vanzelfsprekend dien ik niemand anders te schaden.

Alle voelende wezens , inclusief de vijand , zijn het object van mededogen van Heer Boeddha. De ontelbare boeddha’s houden de vijand en alle levende wezens liefdevol aan hun hart. Daarom is een ander schaden toebrengen , al is het maar heel weinig , gelijk aan het schade toebrengen aan de oneindige boeddha’s.

De Boeddha beschouwt alle voelende wezens , inclusief vijanden , als belangrijker dan zichzelf. Gedachtenloos een ander schaden ten eigen voordele is de daad van een geest van steen.

De vijand en alle andere voelende wezens zijn ontelbare keren mijn moeder geweeest. Het heilige lichaam, de spraak en de geest van de oneindige boeddha’s zijn de dienaar van alle wezens , de vijanden inbegrepen. Daarom moet ik nooit enig ander levend wezen schaden.

Mijn ergste vijand is de onwetendheid in mijn eigen geest. Een uiterlijke vijand vernietigen in plaats van mijn eigen onwetendheid is als een vriend per ongeluk doden door hem aan te zien als een vijand. Ik moet de uiterlijke vijand niet schaden maar de innerlijke vijand, de feitelijke oorzaak van al mijn lijden, bestrijden.

Door de transcendente realisaties gebaseerd op de evenwichts-meditatie zal geen bodhisattva een ander voelend wezen ooit als een vijand zien, zelfs al zou die zich tegen hem keren.

De vijand is slechts een concept voortgebracht door mijn haat, net zoals vrienden en vreemden concepten zijn voortgebracht door mijn gehechtheid en onwetendheid. Ik dien de vervormde perepties van mijn negatieve gedachten niet geloven.

Als ik met mijn wijsheidsoog onderzoek, zal ik nooit mijn door gehechtheid ontstane vriend of mijn door haat ontstane vijand waar dan ook vinden, noch binnen noch buiten hun lichamen. Wijsheid vertelt mij dat ze slechts benamingen zijn.
Door al deze redenen, kan ik nu duidelijk zien hoe dom en onzinnig ik ben geweest gedurende beginloze levens.
Als je deze evenwichts-meditatie zou kunnen realiseren zou het je kostbaarste zijn. Evenwichtigheid brengt vrede aan ontelbare wezens en aan al je toekomstige levens.

Colophon : Deze meditatie komt uit Lama Zopa Rinpoche’s boek “The Wish-fulfilling Golden Sun of the Mahayana Thought Training’’ Kopan Monastery, 1974 Rinpoche heeft het als meer dan de standaard Evenwichts Meditatie beschreven omdat hij er een aantal technieken om kwaadheid te bemeesteren en geduld te beoefenen aan heeft toegevoegd.
Dutch translation Jampa Gyatso done in Bodhgaya India october 2011.


Karma of hoe we ons lot in eigen hand hebben

Standaard

Karma of hoe we ons lot in eigen hand hebben                          

Alles wat we waarnemen is afhankelijk van ons karma
Het is een resultaat van ons karma
We kunnen de verschijnselen positief en negatief waarnemen
Verschijnselen komen voort uit de geest en mentale omstandigheden
De geest kan getraind worden om steeds positiever waar te nemen.
Geluk en lijden zijn afhankelijk van onze geest.

1 Karma is definitief. Positief karma veroorzaakt positief resultaat    (geluk)
negatief karma veroorzaakt negatief resultaat (lijden)
geluk kan niet voortkomen uit negatief karma
lijden kan niet voortkomen uit positief karma

2 Karma vermenigvuldigt zich
Tenzij negatief karma gezuiverd wordt zal het zich in het kwadraat
Vermenigvuldigen
Positief karma vermenigvuldigt zich ook in het kwadraat

3 Een karmisch gevolg treedt alleen op na een oorzaak
We kunnen niet de gevolgen ondergaan van karma wat we niet
Veroorzaakt hebben

4 Het verloop van karma is niet te veranderen.Het karma is pas voorbij als
we het gevolg hebben beleefd. Karma verdwijnt niet zo maar.Vroeg of laat
zullen we gevolgen ondergaan.

Karma is vooral een gedachtenpatroon waardoor we een gewoonte vormen ten opzichte van de dingen. De gedachtepatronen worden gewoontes in onze geest en die gewoontes worden karma genoemd.

De drie soorten gevolgen van karma.

1 Het volledig rijpe gevolg
Als gevolg van ondeugdzame handelingen worden we geboren in lagere rijken
En als gevolg van deugdzame handelingen worden we geboren in hogere rijken

2 Het gevolg identiek met de oorzaak
Als gevolg van ondeugdzame handelingen zoals doden ,krijgen we een kort leven
En als gevolg van van de gewoonte om te doden in vorige levens krijgen we de zelfde
neiging tot de zelfde negatieve daden en genieten er ook van.
3 Het gevolg met betrekking tot de omgeving
Dit heeft te maken met de uiterlijke omstandigheden. Dus bijvoorbeeld de gewoonte om te
doden leidt tot geboorte in onaangename plaatsen.


De vier methoden om negatief karma te zuiveren
Oorzaak en gevolg zijn twee heel verschillende dingen. We moeten de oorzaken wegnemen om de    gevolgen niet meer te hoeven ervaren.Dit kan door zuivering van negatief karma.
Dit gebeurt door toepassing van de Vier Krachten :

1 De kracht van spijt
Je moet oprecht spijt hebben van je negatieve daad

2 De kracht van beslissing
Je moet je negatieve daden niet meer willen herhalen

3 De kracht van tegengif
Dit zijn de deugdzame handelingen om karma te zuiveren , zoals het leven van anderen beschermen,
zieken helpen , liefdadigheid , schenkingen doen, meditaties verrichten, de verlichtingsgeest
beoefenen en andere goede daden.

4 De kracht van ondersteuning
Dit is in het boeddhisme het nemen van Toevlucht tot de Drie Juwelen en de motivatie van bodhicitta
of wel de verlichtingsgeest van het altruïsme.

Alleen deze vier krachten samen kunnen negatief karma zuiveren.

Positief karma voor alle levende wezens

Negatief karma is schadelijk voor ons. Dit is een belangrijk inzicht. Naast spijt betonen is het van het grootste belang dat we onze geest disciplineren.
Daarom hangt alles af van onze motivatie.
Het belangrijkste is de motivatie te ontwikkelen van een altruïstische instelling . Alle heilzame daden moeten onstaan uit de motivatie om goed te doen voor alle levende wezens.
We mediteren op de liefdevolle vriendelijkheid voor alle wezen of dat alle wezens vrij zijn van lijden.
We kunnen dan net zo veel verdienste vergaren als er wezens zijn. En er zijn ontelbare wezens dus is er ontelbare verdienste te vergaren.
Wie alleen verdienste voor zich zelf vergaart zorgt er voor dat de verdienste zich niet vermenigvuldigt.

dorje

Geef kwaadheid geen kans

Standaard

Kwaadheid vernietigt alles wat goed is.
Wrok maakt dat je verdriet niet kunt verwerken.
Je kunt vuur niet met vuur bestrijden.
Herdenk de slachtoffers met mededogen in je hart.
Zelfs de daders handelden uit totale onwetendheid.
Zij zagen niet hoe zij met hun misdaad het menselijke in zichzelf doodden.
Zet het goede uit het leven van de slachtoffers voort in het leven.
Hervind elkaar…..

Thirty-seven Verses on the Practices of Bodhisattvas

Standaard

image

Lokeshvara Bodhgaya Mahabodhi Temple photo : Jampa 2011

Nama Lokeshvaraya

Though he sees that in all phenomena there is no coming and going,
He strives solely for the sake of beings:
To the sublime teacher inseparable from Avalokiteshvara, the Protector of Beings,
I pay constant homage with respectful body, speech, and mind.
The perfect buddhas—source of happiness and ultimate peace—
Exist through having accomplished the sacred Dharma,
And that, in turn, depends on knowing how to practice it;
This practice of the bodhisattvas I shall therefore now explain.
1
Now that I have this great ship, a precious human life, so hard to obtain,
I must carry myself and others across the ocean of samsara.
To that end, to listen, reflect, and meditate
Day and night, without distraction, is the practice of a bodhisattva.
2
In my native land waves of attachment to friends and kin surge,
Hatred for enemies rages like fire,
The darkness of stupidity, not caring what to adopt or avoid, thickens-
To abandon my native land is the practice of a bodhisattva.
3
When unfavorable places are abandoned, disturbing emotions gradually fade;
When there are no distractions, positive activities naturally increase;
As awareness becomes clearer, confidence in the Dharma grows-
To rely on solitude is the practice of a bodhisattva.
4
Close friends who have long been together will separate,
Wealth and possessions gained with much effort will be left behind,
Consciousness, a guest, will leave the hotel of the body-
To give up the concerns of this life is the practice of a bodhisattva.
5
In bad company, the three poisons grow stronger,
Listening, reflection, and meditation decline,
And loving-kindness and compassion vanish
To avoid unsuitable friends is the practice of a bodhisattva.
6
Through reliance on a true spiritual friend one’s faults will fade
And good qualities will grow like a waxing moon
To consider him even more precious
Than one’s own body is the practice of a bodhisattva.
7
Whom can worldly gods protect
Themselves imprisoned in samsara?
To take refuge in the Three Jewels
Who never fail those they protect is the practice of a bodhisattva.
8
The Buddha taught that the unendurable suffering of the lower realms
Is the fruit of unvirtuous actions.
Therefore, to never act unvirtuously,
Even at the cost of one’s life, is the practice of a bodhisattva.
9
Like dew on grass, the delights of the three worlds
By their very nature evaporate in an instant.
To strive for the supreme level of liberation,
Which never changes, is the practice of a bodhisattva.
10
If all the mothers who have loved me since beginningless time are suffering,
What is the use of my own happiness?
So, with the aim of liberating limitless sentient beings,
To set my mind on enlightenment is the practice of a bodhisattva.
11
All suffering without exception arises from desiring happiness for oneself,
While perfect buddhahood is born from the thought of benefiting others.
Therefore, to really exchange
My own happiness for the suffering of others is the practice of a bodhisattva.
12
If someone driven by great desire
Seizes all my wealth, or induces others to do so,
To dedicate to him my body, possessions,
And past, present, and future merit is the practice of a bodhisattva.
13
If, in return for not the slightest wrong of mine,
Someone were to cut off even my very head,
Through the power of compassion to take all his negative actions
Upon myself is the practice of a bodhisattva.
14
Even if someone says all sorts of derogatory things about me
And proclaims them throughout the universe,
In return, out of loving-kindness,
To extol that person’s qualities is the practice of a bodhisattva.
15
Even if in the midst of a large gathering
Someone exposes my hidden faults with insulting language,
To bow to him respectfully,
Regarding him as a spiritual friend, is the practice of a bodhisattva.

image
Bodhgaya photo : jampa 2011

16
Even if one I’ve lovingly cared for like my own child
Regards me as an enemy,
To love him even more,
As a mother loves a sick child, is the practice of a bodhisattva.
17
Even if my peers or my inferiors
Out of pride do all they can to debase me,
To respectfully consider them like my teachers
On the crown of my head is the practice of a bodhisattva.
18
Even when utterly destitute and constantly maligned by others,
Afflicted by terrible illness and prey to evil forces,
To still draw upon myself the suffering and wrongdoing of all beings
And not lose heart is the practice of a bodhisattva.
19
Though I may be famous, and revered by many,
And as rich as the God of Wealth himself,
To see that the wealth and glory of the world are without essence,
And to be free of arrogance, is the practice of a bodhisattva.
20
If one does not conquer one’s own hatred,
The more one fights outer enemies, the more they will increase.
Therefore, with the armies of loving-kindness and compassion,
To tame one’s own mind is the practice of a bodhisattva.
21
Sense pleasures and desirable things are like saltwater-
The more one tastes them, the more one’s thirst increases.
To abandon promptly
All objects which arouse attachment is the practice of a bodhisattva.
22
All that appears is the work of one’s own mind;
The nature of mind is primordially free from conceptual limitations.
To recognize this nature
And not to entertain concepts of subject and object is the practice of a bodhisattva.
23
When encountering objects which please us,
To view them like rainbows in summer,
Not ultimately real, however beautiful they appear,
And to relinquish craving and attachment, is the practice of a bodhisattva.
24
The various forms of suffering are like the death of one’s child in a dream:
By clinging to deluded perceptions as real we exhaust ourselves.
Therefore, when encountering unfavorable circumstances,
To view them as illusions is the practice of a bodhisattva.
25
If those who wish for enlightenment must give away even their own bodies,
How much more should it be true of material objects?
Therefore, without expectation of result or reward,
To give with generosity is the practice of a bodhisattva.
26
If, lacking discipline, one cannot accomplish one’s own good,
It is laughable to think of accomplishing the good of others.
Therefore, to observe discipline
Without samsaric motives is the practice of a bodhisattva.
27
For a bodhisattva who desires the joys of virtue,
All who harm him are like a precious treasure.
Therefore, to cultivate patience toward all,
Without resentment, is the practice of a bodhisattva.
28
Merely for their own sake, even shravakas and pratyekabuddhas
Make efforts like someone whose hair is on fire trying to put it out:
Seeing this, for the sake of all beings,
To practice diligence, the source of excellent qualities, is the practice of a bodhisattva.
29
Knowing that through profound insight thoroughly grounded in sustained calm
The disturbing emotions are completely conquered,
To practice the concentration which utterly transcends
The four formless states is the practice of a bodhisattva.
30
In the absence of wisdom, perfect enlightenment cannot be attained
Through the other five perfections alone.
Therefore, to cultivate wisdom combined with skillful means
And free from the three concepts is the practice of a bodhisattva.
31
If I do not examine my own defects,
Though outwardly a Dharma practitioner, I may act contrary to the Dharma.
Therefore, continuously to examine my own faults
And give them up is the practice of a bodhisattva.
32
If, impelled by negative emotions, I relate the faults
Of other bodhisattvas, I will myself degenerate.
Therefore, to not talk about the faults of anyone
Who has entered the Mahayana is the practice of a bodhisattva.
33
Offerings and respect may bring discord
And cause listening, reflection, and meditation to decline.
Therefore, to avoid attachment
To the homes of friends and benefactors is the practice of a bodhisattva.
34
Harsh words disturb the minds of others
And spoil our own bodhisattva practice.
Therefore, to give up rough speech,
Which others find unpleasant, is the practice of a bodhisattva.
35
When emotions become habitual, they are hard to get rid of with antidotes.
Therefore, with mindfulness and vigilance, to seize the weapon of the antidote
And crush attachment and other negative emotions
The moment they arise is the practice of a bodhisattva.
36
In short, wherever I am, whatever I do,
To be continually mindful and alert,
Asking, “What is the state of my mind?”
And accomplishing the good of others is the practice of a bodhisattva.
37
Dedicating to enlightenment
Through wisdom purified of the three concepts
All merit achieved by such endeavor,
To remove the suffering of numberless beings, is the practice of a bodhisattva.
Following the teachings of the holy beings,
I have arranged the points taught in the sutras, tantras, and shastras
As The Thirty-seven Verses on the Practice of a Bodhisattva
For the benefit of those who wish to train on the bodhisattva path.
Since my understanding is poor, and I have little education,
This is no composition to delight the learned;
But as it is based on the sutras and teachings of holy beings
I think it is genuinely the practice of the bodhisattvas.
However, it is hard for someone unintelligent like me
To fathom the great waves of the bodhisattvas’ activities,
So I beg the forgiveness of the holy ones
For my contradictions, irrelevances, and other mistakes.
Through the merit arising from this
And through the power of the sublime bodhichitta, relative and absolute,
May all beings become like the Lord Avalokiteshvara,
Who is beyond the extremes of samsara and nirvana.

For his own benefit and that of others, Thogme, a teacher of scripture and logic,
composed this text at
Rinchen Phug, in Ngulchu.

image

Bodhgaya photo : Jampa 2011

Text Outline

Introduction
Opening Verses

PART ONE: The Preparation
v.1 First, the need to give meaning to this human existence of yours, so rare and difficult to obtain
v.2 Second, abandoning your native land, the source of the three poisons
v.3 Third, living in solitary places, the source of all good qualities
v.4 Fourth, giving up the concerns of this life by reflecting on impermanence
v.5 Fifth, avoiding unsuitable friends, whose company creates conditions unfavorable to your progress
v.6 Sixth, relying on a spiritual teacher, whose presence creates conditions favorable to your progress
v.7 Seventh, going for refuge, the entrance to the Buddhist teachings

PART TWO: The Main Teachings, Illuminating the Path
v.8 First, the path for beings of lesser capacity
v.9 Second, the path for beings of medium capacity
Third, the path for beings of superior capacity.

v.10     1. The bodhichitta of intention.
     2. The bodhichitta of application
         I. Relative bodhichitta
v.11             A. The meditation practice of exchanging oneself and others
             B. The post meditation practice of using unfavorable circumstances on the path
                 i. Using on the path the four things that you do not want to happen
v.12                     a. How to use loss on the path
v.13                     b. How to use suffering on the path
v.14                     c. How to use disgrace on the path
v.15                     d. How to use disparagement on the path
                 ii. Using on the path the two things that are difficult to bear
v.16                     a. How to use on the path being wronged in return for kindness
v.17                     b. How to use humiliation on the path
                 iii. Using deprivation and prosperity on the path
v.18                     a. How to use deprivation on the path
v.19                     b. How to use prosperity on the path
                 iv. Using hatred and desire on the path
v.20                     a. How to use objects of hatred on the path
v.21                     b. How to use objects of desire on the path       
II. Absolute bodhichitta
v.22             A.  The meditation practice of remaining in a state free of conceptual elaborations without any
clinging
             B.  The post meditation practice of abandoning any belief in the objects of desire and aversion as
truly existing
v.23                 i. Abandoning any belief in the objects of desire as truly existing
v.24                 ii. Abandoning any belief in the objects of aversion as truly existing
     3. The precepts for training in those practices
         I. T raining in the six transcendent perfections
v.25             A. T ranscendent generosity
v.26             B. T ranscendent discipline
v.27             C. T ranscendent patience
v.28             D. T ranscendent diligence
v.29             E. T ranscendent concentration
v.30             F . T ranscendent wisdom
         II. T raining in the four instructions taught in the Sutra
v.31             A. To examine oneself for one’s own defects and to give them up
v.32             B. To give up speaking of a bodhisattva’s faults
v.33             C. To give up attachment to a sponsor’s property
v.34             D. To give up harsh speech
v.35         III. T raining in how to be rid of the negative emotions
v.36         IV. T raining in accomplishing others’ good with mindfulness and vigilance
v.37         V. Dedicating the merit to perfect enlightenment

CONCLUDING VERSES
     1. How and for whom this text was composed
     2. The unerring nature of these practices
     3. A humble prayer for forgiveness
     4. Dedicating the merit of having composed this text
     5. The colophon
    
FINAL ADVICE
Ngulchu Thogme Sangpo life :

http://ccbs.ntu.edu.tw/FULLTEXT/JR-BH/bh117491.htm