Tagarchief: boeddhisme

Boeddhistische moraal

Standaard

Als je je gedraagt volgens de Boeddhistische moraal :
De kern van de Boeddhistische religie is het beëindigen van het lijden. Ergens waar men lijden beëindigt is ook de plaats waar Boeddhistische religie aanwezig is.
Je kunt overal Boeddhist zijn; in een huis, in een grot, in het bos, of in de bergen. Er hoeft geen mooie Boeddhistische tempel te zijn. Er hoeft geen monnik of novice te zijn.
Ook als gewone mensen zich gedragen volgens de leer van het Boeddhisme, dan is dat ook religie omdat dat de kern van de religie is. Het beëindigen van lijden.
Daarom als je de religie van het Boeddhisme wilt ondersteunen dan moet je dat doen door het beëindigen van lijden.

Geen vrijheid van religie in Turkije

Standaard

image

Afbeeldingen van de Boeddha zijn taboe in Turkije. Yogacentra mogen in Turkije voortaan geen Boeddhabeelden of mantrasymbolen meer hebben. Ook mag daar geen religieuze muziek meer worden gespeeld of beluisterd en wierook worden aangestoken.

Dat heeft de Turkse sportfederatie HIS woensdag aan alle yogacentra in dat land bekend gemaakt. Het zou namelijk worden opgevat als zendingswerk. Als een yogacentrum zich niet aan deze regels houdt dan wordt ze voor straf gesloten. Naar schatting zijn er zeventigduizend boeddhisten in Turkije die in enigerlei vorm het boeddhisme praktiseren.

De vrijheid van meningsuiting en religie staat onder druk in Turkije. Journalisten worden gearresteerd of het land uitgezet als ze ingaan tegen gevestigde meningen, christelijke organisaties bedreigd.

buddha

Het verbod van de Turkse Sportfederatie staat haaks op het initiatief, in april dit jaar, van duizenden Turkse studenten die online een campagne begonnen om op campussen van universiteiten in Turkije boeddhistische- en Jedi tempels in te richten. Ze doen dit in een reactie op het besluit van de autoriteiten om bij elke universiteit in Turkije een moskee te bouwen. Turkije is officieel een seculiere land met geen officiële godsdienst sinds de hervormingen in de jaren 1920 en ‘ 30 door Mustafa Kemal Ataturk, de president van het land van 1923 tot 1938.

De campagne kwam in een stroomversnelling na een verklaring van de rector van Istanbul Technische Universiteit (ITU), Mehmet Karaca, die vorige maand zei dat op de campus een moskee zou worden gebouwd als gevolg van de enorme vraag. Behalve om boeddhistische tempels vragen de studenten ook om Jedi tempels. De Jedi zijn een fictieve ridderorde uit de populaire filmsaga Star Wars. Ze zijn een mix van magische ridders, religieuze leiders, monniken en filosofen. De bewakers van vrede en gerechtigheid in de Galactische Republiek. Ze dienen deze Republiek en de Galactische Senaat.

Met name de studenten uit andere godsdiensten besloten hun verzoekschriften in te dienen.   Een van de campagnes werd georganiseerd door studenten van de ITU, die willen dat er een boeddhistische tempel op het terrein van de universiteit wordt gebouwd. Het verzoekschrift is al door bijna twintigduizend studenten ondertekend. Er zijn ook al genoeg fondsen om de bouw te realiseren. Volgens een van de studenten is het ironisch genoeg zo dat degenen die over islamofobie praten niet tolerant zijn ten opzichte van andere religies. De dichtstbijzijnde boeddhistische tempel ligt op tweeduizend kilometer afstand van Istanbul. De invloed van de islam in het land neemt zodanig toe dat het niet uit te sluiten is dat Turkije haar seculiere staatsvorm zal gaan verliezen. Er is tenslotte maar een waarheid : de absolute waarheid van de religie van vrede , de islam.

Haat ,gehechtheid en onwetendheid

Standaard

484512_10151026529126865_661187424_nWe leven in een tijd vol geweld. Niet alleen op wereldschaal maar ook in onze persoonlijke levenssfeer.
Waar komt geweld vandaan ?
Uit gehechtheid.
Gehechtheid aan je ego. Gehechtheid aan bezit en opvattingen.
Uit onwetendheid.
Onwetendheid over de onderlinge afhankelijkheid van alle verschijnselen jezelf inclusief.
Ieder wezen wil geluk vergaren om te kunnen leven . Ieder wezen zal dan ook bedreigingen afwenden en plezierige omstandigheden willen aantrekken.
De haat komt voort uit angst. Angst om te verliezen wat je hebt , en wat je wilt blijven vasthouden om je geluk in stand te houden.
Haat en gehechtheid zijn twee vergiften die beiden voortkomen uit onwetendheid.
Wat is dan die onwetendheid ?
Het is onwetend zijn over de ware natuur van de verschijnselen.
Niets bestaat op zichzelf. Het heeft altijd een voorgaande oorzaak en is in zichzelf weer een gevolg. Door de juiste omstandigheden openbaren gevolgen zich in tijd en ruimte. Jij bent er door de oorzaak van het samenzijn van je ouders en de juiste omstandigheden. Jij bent het gevolg en de oorzaak weer van ontelbare gevolgen.
Door de omstandigheden te onderzoeken in je leven kun je greep krijgen op die omstandigheden en daardoor de oorzakelijkheid ( causaliteit of wet van karma) leren
beheersen.
Een mens die zijn totale karma gezuiverd heeft is een Ontwaakte of wel een Boeddha.
Uit goed karma komen alleen goede dingen voort .
Uit slecht karma komen alleen slechte dingen voort.
Slecht karma zijn alle handelingen die andere wezens en jezelf schade toebrengen.
Goed karma zijn alle handelingen die andere wezens en jezelf helpen minder te lijden.
De Boeddha vroeg zich af waar het lijden ( geboorte , ziekte , sterven ) vandaan kwam. In zijn verlichting zag hij dat alle lijden voortkwam uit onwetendheid.
Vanuit zijn wijsheid ontstond grenzeloos mededogen met alle wezens.
De wijsheid van de onderlinge afhankelijkheid liet hem zien dat het lijden door de onwetendheid van alle wezens ook zijn eigen lijden was.
Mededogen is de wens dat de ander niet lijdt. De lijdende mens heeft niets aan je medelijden maar heeft actie nodig om het lijden op te heffen. Dit is het ware mededogen.
Het boeddhisme is dus een pad gebaseerd op het diepe inzicht in de onderlinge afhankelijkheid van alle bestaan.
Zoek een GU ( donker ) RU ( licht ) die je kan helpen met zijn/haar spiegelende wijsheid om het Pad te gaan naar de grootste vorm van mens zijn : het Ontwaakt zijn.

Jampa

Het Pad

Standaard

Sutherland_Drolkar-Tskeyi

JAMPA’S  MANDALA  geeft dharma direct door aan een ieder die er voor open staat. Natuurlijk is het aangaan van een relatie met een Guru uit een erkende overleveringslijn de beste manier om dharma  tot je te nemen en ernaar te gaan leven. Op deze site staan stukken uit de Drie Draaiingen van het Wiel van Dharma. Zowel zij die zelf willen ontsnappen aan alle lijden (hinayana) , als zij die hun pad naar verlichting als bodhisattva willen inzetten om alle wezens naar verlichting te leiden (mahayana) , als degenen die via de tantra het snelle pad naar verlichting bewandelen vinden hier hun dharma terug. Natuurlijk gaat aan alle dharma een onderzoek vooraf naar de persoonlijke intentie en motivatie. Dharma is namelijk daarom zo zuiver omdat je dharma alleen kunt inzetten met de juiste motivatie en intentie. Effe “een potje dharma doen” omdat dat zoveel rust geeft in een chaotisch leven is geen boeddhistische praktijk !

De 2600 jarige traditie van de Boeddha is ook geen new age ! De commercialisering van het  oh zo trendy boeddhisme is pijnlijk. Het Pad gaan geeft je juist Zicht en vrijheid. Een Pad vol hindernissen  die je blijmoedig moet nemen.Het leren lachen om je eigen dwaasheden en tegelijkertijd je geest zeer serieus nemen. Het is een uniek Pad dat geschikt is voor die mensen die daarvoor het juiste karma hebben opgebouwd. Tem je geest !!!

Khandro-la Namsel Dronma

Standaard


 

KHANDRO-LA – BIOGRAPHY

(Excerpted from an interview with Khadro-la conducted by Ven Roger Kunsang, and featured in
Mandala magazine, August 2008)

Ven. Roger Kunsang: Can you tell me why you left Tibet?
“I didn’t have the intention, and I didn’t have the money to travel. I followed a sign that came
in my dreams. There was a bus blowing its horn indicating its departure, and until I got on the
bus I was unaware of where I was heading. I learnt from the other people on that bus that they
were going to Lhasa and thence to Shigatse. A couple of days into the journey I learnt that
they were also planning to go to Mount Kailash.
“One day, while we had stopped our journey at Shigatse, I was circumambulating Tashi
Lhunpo Monastery when I came across an elderly man dressed in an Indian cloth doti. This
complete stranger gave me 2000 gormo. He asked me to sit beside him, and begun to tell me
many unusual stories. He told me that India was just beyond this mountain, and that I should
be meeting with His Holiness the Dalai Lama and many other lamas. He kept urging me to
head for India – and at the time it didn’t feel at all strange, although when I recall it now it
seems amazing to me.”
There was much hardship. I had no mission of my own and was just following the pilgrims. I
don’t remember very clearly how long the journey was, but I did fifteen koras round Mount
Kailash and due to my unusual actions and the words that I was speaking, rumors were going
around that I was a dakini. People began to line up to see me, even seeking blessings from
me. It was very tiring for me to deal with the crowds, but a very kind monk from a nearby
monastery took good care of me with food and drink. He even organized a better system for
the people who came to see me for blessings, etc. Many of those people expressed their wish
to go to India with me. One night, quite suddenly and without any discussion, I made up my
mind to leave for India and so a man who was our guide led seventeen of us from the bus
along the trail that leads to the border. He wasn’t very experienced and it took seventeen days
to reach Kathmandu in Nepal. It should have taken only seven days. We were in no man’s
land, and as there were no real paths or people to ask, it was impossible to tell whether we
were even out of Tibet. We had to just follow the signs I got in my dreams. When we were
confused about the way, I was instructed to go in the direction where there appeared a circle
of light. Maybe this was the blessing of the Dalai Lama or Palden Lhamo.
“Sometimes we had to walk all day without any food or drink, and sometimes we had to walk
all through the night. We were not prepared for such a long journey.
“When I arrived in Nepal, I fell seriously ill with food poisoning and could not continue with
my companions towards India. I had to stay at the reception center in Kathmandu, vomiting
blood, which made the staff suspicious that I had a contagious disease. I was left to sleep
outside the building in a field. I was so weak that I couldn’t change position. When I needed
to move, they used long sticks to push me back and forth because they were afraid to touch
me with their hands. As my condition worsened, the staff thought I wouldn’t survive, and so

khandronamseldronma

asked me if I wanted to leave a last message for my family and asked for the address to deliver it.

“So I made a request for monks from a monastery to do prayers after I died and to take my
body for cremation to a peak which I later found out is the holy Nagarjuna hill where Buddha
had spoken the sutra called Langru Lungten.
“I asked them to take my urine in a bottle and give it to whomever they met first at the
Boudhanath Stupa entrance. By now I was semi-conscious, but they were kind enough to do
this favor for me. The person who took my urine met a man at the gate who turned out to be a
Tibetan physician. He tested my urine and diagnosed that I had been poisoned with meat,
prescribed some medicine and even sent me some blessing pills. My health improved
dramatically and I had many good dreams. When I recovered, I was sent to the Dharamsala
reception center, together with some other newly-arrived people.
“I arrived in Dharamsala not long after some monks from my village had quarreled with the
staff of the center – and so they had a negative impression of anyone who came from the
same area. Consequently I, too, became the victim. Since I was quite young I was asked
whether I would like to join school or did I want to have some skills training. My reply was
quite straightforward and honest. I said I had no interest in going to school and neither did I
want to learn something else. When I was back at home I always had the very strong will to
serve good meditators, and so I used to collect firewood and deliver water for the meditators
who lived around my village. I didn’t even know that Tibet was occupied by the Chinese and
that that was why Tibetans went into exile. I was not tortured by the Chinese and I didn’t
have any lack of food or clothing. My only wish was to see His Holiness the Dalai Lama, and
as I have a problem of going into craziness sometimes, I merely wanted to know from His
Holiness whether that was good or bad. That was all I wanted, otherwise I just wanted to
return to my own home.”
“I couldn’t get an audience with His Holiness because I was accused of having a contagious
disease which might infect him. Some said I was mad. Some even said I ought to be leaving
the center or be sent to an insane asylum. I was even banned from public audiences for
several months. Instead, I circumambulated the Dalai Lama’s palace every morning. One day,
I heard that His Holiness was coming back home, so I hid beside the road to greet him. As his
car passed by Namgyal Monastery, I saw a very bright light radiating on the front window of
the car and inside I saw him with many hands around his shoulders! It was the first time I had
ever seen His Holiness and I just jumped towards the car to prostrate, and I fell unconscious,
almost under the car.
“I was carried back to the center by a man from my village and again the shower of scolding
began. But I think a very strong change happened in me by seeing His Holiness and I never
got angry with the staff. I thought, ‘Oh! They have to take care of so many people and of
course they get upset sometimes.’
“Despite many requests, I still wasn’t given an audience with His Holiness. At a public
teaching I managed to find a seat. As he came in escorted by security personnel, I was possessed by the protector and the guards took me away from the courtyard where the
teachings were to take place, telling me to stay at the bottom of the stairs. I felt so sad to think
what evil karma I must have created in the past that now I can’t even see His Holiness.
“The teaching began with the recitation of the Heart Sutra. I could hear His Holiness
chanting, and as he was saying “no eyes, no nose,” etc., I started to have a very strange
feeling. By the time he was saying “form is empty and emptiness is form,” I felt rays of light
were showering on me, entering from the crown and filling my whole body. I felt lifted up in
the air. I had a strong feeling of joy and sentiment.
“As time went by, I came to know some meditators and came in contact with some great
lamas such as Kirti Tsenshab Rinpoche and Khalkha Jetsun Dampa. I received blessing water
from them, and they, too, tried many ways to make my contact with His Holiness possible.
But no progress was made, and so I finally made up my mind to return to Tibet. I was
exceptionally sad at not being able to fulfill some of the tasks the old man in Shigatse has
asked me to do. There were some important things that I should do, such as making a long
life offering and some other secret thing, and time for all those activities was running out.
“I informed Kirti Tsenshab Rinpoche of my decision, but he insisted that I did not return. He
said that he saw in me something more important than just an oracle; he could see some
specialness in me. He said I would be very helpful to His Holiness, and advised me to remain
in Dharamsala. ‘I myself will make the golden bridge between you and His Holiness.’ As I
listened to him, I wondered why such a great scholar and great lama said such comments
about me. Soon after, and out of the blue, I was approved for an audience, together with other
new arrivals.
“There were a lot of us waiting anxiously. I saw His Holiness coming toward us and I saw
him with so much light radiating and many arms, just as I had seen him before. As soon as I
stood up to make prostrations, again I was possessed and taken away by the security guards.
Perhaps I was kicked or punched, because I found bruises on my body when I regained
consciousness.
“But after His Holiness granted an audience to all the other people, he asked to bring up the
lady oracle and so I was taken to him. As soon as I went to him, I grabbed at his feet and
went unconscious again. When I came back to normal His Holiness asked me about my home
and many other questions, but I was just left speechless. No words came out – I was too
overjoyed to say anything. Later I was able to tell him all that the old man had told me in
Shigatse and he heard all about me and my problems. I was confirmed as the oracle of the
protector and His Holiness asked me not to go back to Tibet. His Holiness granted me
different empowerments and instructions, and I begun to do the retreats that he advised me to
do.”
“A house was given to me by the private office within Namgyal Monastery. It’s the same
house I live in today. It was during that time when the teacher in the Dialectic School was
murdered by the group of Shugden worshipers, and there were rumors that I too would be
assassinated. The monks of Namgyal Monastery were very concerned about my safety. That’s how we became close. Actually, I tried to refuse their protection. I told them that if my
fate is to be killed, then nothing can make it not happen, but that if my karma is not to die, the
Shugden worshippers cannot harm me. The monks didn’t listen to me and they continuously
took good care of me.
“As I was very weak physically, His Holiness contacted Kyabje Trulshik Rinpoche and I was
sent to France for treatment. At that time I came to know Lama Zopa Rinpoche. Indeed,
because of my poor health I came to know so many people!
“During my retreat and practice there have been some good signs and some positive
outcomes too, but I like to say that all of these are just hallucinations. Whatever good
happens is no more than the blessing of His Holiness. I myself am no better than the poorest
being among the rest.
“About two years ago, His Holiness advised me that whenever the opportunity comes, I
should give teachings or any kind of service that I can deliver to those who are in need. But I
know I have nothing to offer to others. To tell you honestly, in my mind I have a very strong
belief that the essence of life is only to have the realization of bodhichitta and emptiness.
Though it is difficult to gain, my primary wish is to achieve indestructible faith in these two
before I die. If I cannot help people to generate these things, our meeting is just a waste of
time. Other than that, I am the poorest by inner, outer and secret perspectives. The best side
of me is only that I met the best Dharma, best practice and the best lamas.”
Ven. Roger: When did you first feel that you were a dakini?
K: “I always think I am not a dakini. I don’t know who I am. Some lamas say I am Khandro
Yeshe Tsogyal, some say I am Vajrayogini, and others say I am Tara. It might be their own
pure appearances. I myself think I am nothing special.
“When I was young some people said I was mad. Some said I was dakini. I don’t know. I
have no doubt that I have very strong karmic imprints from the past, because I have been very
dear to His Holiness and many other high lamas from Tibet and outside of Tibet. Some lamas
from Tibet, whom I never knew, sent me love, respect, good wishes and often offerings and
praises. Another reason is that sometimes the words to express the view of emptiness come
out of my mouth automatically – something I have never heard and studied before – but I
can’t remember later what I said.”

Oldest Buddhist shrine holds clues to Buddha’s birth

Standaard

Lieu de recueillement sur le toit

There are about 500 million Buddhists worldwide, but it’s unclear exactly when in history this religion began. The Buddha’s life story spread first through oral tradition, and little physical evidence about Buddhism’s early years has been found.

Now, scientists for the first time have uncovered archaeological evidence of when the Buddha’s monumentally influential life occurred. Excavations in Nepal date a Buddhist shrine, located at what is said to be the Buddha’s birthplace, to the sixth century B.C.

The research, published in the journal Antiquity, describes the remains of a timber structure about the same size and shape as a temple built at the same site in the third century B.C.

Archaeologists also found reason to think that a tree grew at the center of this ancient structure, lending support to the traditional story that the Buddha’s mother held onto a tree branch while giving birth to him.

“This is one of those rare occasions when belief, tradition, archaeology and science actually come together,” lead study author Robin Coningham, professor at Durham University in the United Kingdom, said at a press briefing Monday.

If this study is correct, the Buddha’s actual life could have overlapped with a popularly recognized time frame of 563-483 B.C. But lots of other date ranges for the Buddha have been tossed around — some scholars say 448 to 368 B.C., for instance. (The UNESCO website about his birthplace says 623 B.C.)

“We know the entirety of the shrine sequence started in the sixth century B.C., and this sheds light on a very long debate,” Coningham said.

A place for pilgrims

The Lumbini site in Nepal is one of four principal locations that are believed to be connected with the Buddha’s life. Bodh Gaya is where he is became enlightened, Sarnath is where he first preached and Kusinagara is where he died.

Lumbini is located in “a subtropical chain of forests, marshes and grasslands” between Nepal’s border with India and the Siwalik Range of the Himalayas, according to the study.

Historical documents from Chinese travelers show that pilgrims made the journey to Lumbini for many centuries.

The site was lost and stopped attracting pilgrims after the 15th century — no one knows why — but Lumbini was rediscovered in 1896. It was declared the birthplace of Buddha because of a sandstone pillar there, dating from the third century B.C. The pillar’s inscription states that Emperor Ashoka visited this site of Buddha’s birth.

Scholars say the more modern Maya Devi Temple at Lumbini, named after the mother of Buddha, was constructed on top of the foundations of more than one earlier temple or stupa, which is a dome-shaped Buddhist monument.

One of those older temples dates back to the third century B.C., from the time of Emperor Ashoka. But there’s also evidence of the even earlier temple, which appears to have covered about the same size and shape as the Ashokan temple, Coningham said.

The earliest site

Beneath remains of the Ashokan temple, archaeologists found a series of postholes from where timber posts had rotted out.

“Indeed, our excavations have demonstrated that the earliest construction at Lumbini appears to have comprised a timber fence or railing marking a cardinal direction,” the study authors wrote.

The central, open portion of the most ancient temple appears to have housed a tree, based on the discovery of large fragments of mineralized tree roots. This part of the temple also had never been covered by a roof.

To establish the dates of the earliest Buddhist shrine at Lumbini, Coningham and colleagues analyzed charcoal found within postholes, as well as sand. Different techniques used on each of these materials pointed to the same conclusion of the sixth century B.C., but the postholes indicated a range of about 800 to 545 B.C.

“If the postholes at Lumbini are indicative of a tree shrine, ritual activity could have commenced either during or shortly after the life of the Buddha,” the study authors wrote.

Julia Shaw, archaeologist at University College London, applauded the research but noted in an e-mail that other ritual frameworks existed at the same time as early Buddhism, which could complicate the conclusions of the study.

“It would be difficult to determine whether the tree shrine in question was intended for the worship of the Buddha or was part of a distinct cultic context,” she said.

But Coningham said that it’s unlikely that this earlier structure belonged to a different spiritual tradition, other than Buddhism, because of the “continuity” of the site between the sixth century B.C. and third century B.C. structures. The Ashokan temple is clearly Buddhist, and the earlier shrine had the same footprint.

“Often when you have sites of one religious activity overtaken by another, you actually get quite dramatic changes within orientation, within use of structure,” Coningham said.

Moreover, before the sixth century B.C., the area where the site is was just cultivated land, he said.

The new archaeological research on the Buddha’s life will be featured in a National Geographic documentary called “Buried Secrets of the Buddha” premiering in February. The National Geographic Society partly funded the research.

Buddhism Fast Facts

When Buddha lived

Buddha was born as Siddhartha Gautama, in the gardens of Lumbini in Nepal. His parents were wealthy. At age 29, he renounced his family and became a seeker, Coningham said. According to tradition, Buddha found truth when he sat down under a tree, which is now called the Bo tree.

The Buddha happened to be born during a period of dramatic change, Coningham said. Coins were introduced, urbanization was occurring and a merchant class emerged.

When the Buddha died at age 80, he recommended that all Buddhists visit Lumbini, study authors said.

Today, more than a million pilgrims visit Lumbini each year. The new research, in uncovering layers of history, adds new dimensions of interest to the site.

Follow Elizabeth Landau on Twitter at @lizlandau

source : CNN.com

Yab yum

Standaard

image

Het ‘Windpaard’ (lungta) draagt het wensvervullend juweel op zijn rug. In de hoeken staan vier wezens: twee bovennatuurlijk, en twee echte, met uitsterven bedreigde soorten: de Garuda (de mythische vogel) en de draak, respectievelijk de tijger en de sneeuwleeuw. Tussen deze beelden staan heilige mantras.”
image

Zicht

Onze geest is zo groot als alle universa. Ze wordt door in eonen van tijd opgebouwd karma verduisterd. De boeddhanatuur is als een heldere hemel in mei.
Jij ligt in het groene gras , tijdloos , en er zijn geen wolken.Je bent een met alles en je vergeet jezelf. Er is geen dualisme meer , geen ik en jij , geen dit en dat ,
je verkeert in je ware geest die er altijd al was en er altijd al zal zijn…….. Mediteer even hierop.
Alles is leeg aan inherent bestaan , alles bestaat slechts relatief. De leegte is vol aan relatief bestaan.Het relatief bestaan is leeg aan inherent (=zelfstandig) bestaan.
We jagen , zonder wijsheid , alleen illusies na. We zien niet dat alles elkaar nodig heeft in een grote kosmische liefde.Als je de leegte van alles en jezelf ziet , zie je ook die liefde en is er maar een ding over : Groot Mededogen met alle lijdende wezens.Als je het mededogen beoefent ontdek je de leegte aan inherent bestaan.
Beide aspecten komen voort uit elkaar in het kosmische huwelijk van de mannelijke en vrouwelijke boeddha’s.(essentie van tantra).
De extase van de kosmische liefde.
Dan verschijnen er donkere wolken aan de hemel en een wind steekt op.Die wind draagt je geest naar gebonden oorden. Je voelt je pijn , je onvolkomenheid ,
je falen en je spijt. Het Zicht is weg . Er komt duisternis.Je voelt je einde naderen en de koude adem van de Heer des Doods blaast door je knoken.
De as ( pali: kha) in je leven zit scheef (dhuk) . Er is geen grote gelukzaligheid .De as (kha) zit niet meer in het midden zonder frictie (sukh).

Maar , soms is er die mens die je weer wat zicht geeft , die de wolken wegblaast als een lentebries. De zonnestralen verwarmen je koude knoken weer en er gloort hoop. Even ervaar je Mahasukkha. Grote gelukzaligheid in leegte. De partners vinden elkaar weer en gaan weer op in elkaar.

Doe iedere dag 1 negatief ding minder en 1 positief ding meer. De zon van verlichting zal weer gaan schijnen. Als je karma zuiverder wordt nemen de aanknopingspunten voor positief karma in het kwadraat toe. Je Guru is er altijd geweest en hij zal verschijnen en je thuisbrengen.

BOODSCHAP DALAI LAMA: COMPASSIE MAAKT GEZOND EN GELUKKIG

Standaard

Tibetan spiritual leader in-exile His Ho

De Dalai Lama is inmiddels 78 jaar oud. Drie jaar geleden heeft hij zijn rol als wereldlijk leider van de Tibetanen opgegeven. Al een decennium eerder droeg hij het ambt van regeringsleider over aan een gekozen leider. Zijn land blijft sinds 1959 bezet door China waar mensenrechten onverminderd onder druk staan.

Tibetanen hebben hun verzet niet opgegeven – in tegendeel, de onvrede met het Chinese bestuur uit zich in een ongekende hoeveelheid zelfverbrandingen van Tibetanen. Een protest dat weinig krantenkoppen haalt, want de wereld lijkt zich te hebben neergelegd bij het feit dat China een wereldmacht is geworden waartegen je niets kan inbrengen. Met andere woorden, het lijkt tijd voor de Dalai Lama om met pensioen te gaan.

Maar niets is minder waar: de Dalai Lama, de winnaar van de Nobel Vredesprijs in 1989, blijft onverminderd actief. Waarom? Wat drijft hem om op zijn leeftijd nog steeds vier maal per jaar de wereld over te reizen? Het antwoord is eenvoudig: de Dalai Lama heeft een missie. En die missie is nog niet volbracht.

Compassie

Wat is die missie? De Dalai Lama heeft op zijn wereldreizen een groot aantal mensen ontmoet. Onder hen zijn toonaangevende wetenschappers, vooral op het snijvlak van psychologie, hersenonderzoek, gezondheid, ethiek en meditatie. Als boeddhistisch leider pleit de Dalai Lama voor het belang van compassie voor alle levende wezens, mens en natuur. Maar dankzij de inzichten uit de moderne wetenschap is de Dalai Lama in zijn optredens nog meer nadruk gaan leggen op het belang van compassie: het is namelijk goed voor je omgeving EN jezelf, en dit heeft op zich niets te maken met boeddhisme of welke religie dan ook. Dit is de menselijke natuur, zoals modern biologische en psychologische onderzoek diepgaand heeft bevestigd.

In zijn boek Vrij van religie: een pleidooi voor vrede, compassie en welzijn legt de Dalai Lama uit hoe dat zit. Een grote doorbraak heeft plaatsgevonden binnen de neurobiologie. Door de hersenactiviteit te meten van mensen die mediteren op onder andere compassie is vastgesteld dat compassie gecorreleerd is aan functies in het lichaam die gezondheid en welzijn stimuleren. Zo vertoont het lichaam minder stress en meer veerkracht. Vanzelfsprekend heeft dit ook een positieve invloed op de omgeving. Er zullen minder conflicten zijn, minder oorlogen, en meer harmonie en vrede.

In de moderne samenleving is er een grote toename van stress, angststoornissen en depressies. Dit is mede een gevolg van de invloed van de moderne technologie, die mensen dag en nacht kan bezighouden. De kosten hiervan nemen een grote omvang aan. Zorgverzekeraars maken zich daarover zorgen. Deze ontwikkeling is niet tegen te gaan door meer medicijnen te verstrekken. De oplossing ligt in een andere levensstijl. Meditatie en andere toepassingen vormen hiervoor de basis.

‘Educatie van het hart’

De Dalai Lama zegt: “Mijn hoop en wens is dat het formele onderwijs in de toekomst aandacht zal besteden aan wat ik de ‘educatie van het hart’ noem. Ik ben optimistisch dat de tijd zal komen dat het vanzelfsprekend is geworden dat kinderen op school zullen leren over de noodzaak van innerlijke waarden zoals liefde, rechtvaardigheid en vergeving. Ik zie uit naar de dag dat kinderen meer bewust zullen zijn van hun gevoelens en emoties, en een grotere mate van verantwoordelijkheid zullen voelen voor zichzelf en voor de wereld om hen heen. Zou dat niet fantastisch zijn?”

Deze boodschap wordt door vele internationale onderzoekers omarmd. Zo heeft de Stanford universiteit een centrum opgezet dat compassie onderzoekt. Ook in Nederland groeit de belangstelling. De Dalai Lama zal in Rotterdam op een congres met de titel ‘Education of the Heart’ spreken met leiders van vele onderwijsinstellingen.

Op 11 mei geeft de Dalai Lama een openbare lezing met de titel ‘Welzijn, wijsheid en compassie’. Dit zijn niet alleen maar mooie woorden. Het zijn beoefeningen die we ons eigen kunnen maken en die positieve gevolgen hebben voor onszelf en onze omgeving. Daarvan is de Dalai Lama overtuigd. Samenvattend zegt de Dalai Lama: “Als je gelukkig wilt zijn, ontwikkel dan compassie; als je wilt dat anderen gelukkig zijn, ontwikkel dan compassie.”

Auteur: Sander Tideman, organisator van het seminar ‘Education of the Heart’ en lid van het organiserend comité Stichting Bezoek Dalai Lama Nederland.

40 jaar Dalai Lama in Nederland

Standaard

Als politiek vluchteling kwam hij in 1973 met stille trom voor het eerst in Nederland, voor een bescheiden lezing in het Tropeninstituut. Inmiddels is de dalai lama uitgegroeid tot spiritueel leider met popster-status. Nog altijd is hij de compassie zelf, vindt Paula de Wijs.

Nu is het ondenkbaar, maar His Holiness, zoals de van oorsprong Amerikaanse Paula de Wijs hem consequent noemt, heeft ooit een bezoekje gebracht aan de woonark in de Amstel, waar de voorzitter van Stichting Bezoek Z.H. Dalai Lama samen met haar man Matti de Wijs woont. ‘We hadden een gat van een half uur in het schema dat moest worden opgevuld’, vertelt Paula vanuit de serre in diezelfde woonboot. ‘Het idee was om een suite in het Krasnapolsky te boeken, maar daar wilde de secretaris van His Holiness niets van weten. ‘Is your boat clean?’ vroeg hij aan mij. Een leugentje om bestwil verder – de boot was niet schoon – zaten ze er even later samen aan de taart.

Paula is sinds 1986 voorzitter van de Stichting Bezoek Z.H. Dalai Lama, maar haar geschiedenis met His Holiness begint al in 1973, als ze reageert op een oproep van het tijdschrift Tibetan Messenger. ‘Een onooglijk en amateuristisch Engelstalig blaadje, dat werd uitgegeven over en voor de Tibetaanse vluchtelingenorganisaties in Nederland. Ik zag dat de redactie hulp nodig had en omdat mijn moedertaal Engels was voelde ik me geroepen. Redacteur Michael van Praag was een diplomatenzoon en studeerde internationaal recht. Al op de eerste dag bleek dat ik niet alleen ingehuurd was om te helpen met redigeren, maar mocht ik brieven schrijven naar een kardinaal in het Vaticaan en Prins Peter van Griekenland en Denemarken’. Michael bleek bezig te zijn met het organiseren van wat het eerste bezoek van de dalai lama aan Nederland zou worden. ‘In die eerste jaren, in 1973, 1986 en 1990 verliepen zijn bezoekjes een stuk informeler en relaxter’, vertelt Paula. Het thema kan ze zich niet meer herinneren. ‘Het had vooral een interreligieus karakter. Hij ontmoette het hoofd van de Nederlands Hervormde kerk, Rabijn Soetendorp en kardinaal Alfrink. Hoe anders is dat dit jaar, nu zijn bezoek in het teken staat van de secularisatie. Het ontwikkelen van ethisch besef moet verder reiken dan religie, vindt de dalai lama. Een opvallend standpunt voor een religieus leider van zijn allure.

Bieber-effect
Binnen de Tibetaans boeddhistische gemeenschap, maar ook daarbuiten wordt de spiritueel leider al decennia lang geroemd om zijn diepgewortelde mededogen. Veel mensen die de dalai lama ontmoeten worden diep door hem geraakt, van doorgewinterde beoefenaars, tot beveiligingsmedewerkers die nog nooit eerder van hem hadden gehoord. Zes jaar na zijn eerste bezoek in Nederland maakt Paula in Zwitserland persoonlijk kennis met His Holiness, voorafgaand aan een bezoek aan de Verenigde Staten. Toen al had de dalai lama de reputatie een bijzonder soort warmte te bezitten. ‘Ik was de secretaresse van zijn entourage. Voordat we vertrokken vanuit Zwitserland werd ik aan hem voorgesteld. Ik wilde eerst niet, want wat had ik nou te zeggen? En inderdaad stond ik met mijn mond vol tanden, zoals een veertienjarige dat nu zou hebben bij Justin Bieber. Gelukkig brak his Holiness snel het ijs. Hij heeft het soort aandacht voor je die je misschien alleen bij een heel liefhebbende oma ervaart, die er helemaal voor je is en jou helemaal geweldig vindt. Die aandacht heeft hij niet alleen voor zijn directe entourage, maar voor iedereen die hij tegenkomt.’

Is dat iets aangeleerds, zoals politici als Barack Obama ook indruk maken op de mensen die hij de hand schudt, of is er meer aan de hand? Als het aan Paula ligt wel. ‘Hij is niet berekenend in zijn mededogen, als een blouse die je aan trekt. Ik heb vele liefdevolle leraren gehad, maar hij spant echt de kroon. Compassie is zijn essentie, en dat probeert hij ook 24/7 te zijn. Ik weet nog dat hij mij aan het einde van dat bezoek in de VS het boek The Bodhisattva way of Life cadeau gaf, als bedankje. Hij zei toen dat hij elke dag een stukje uit het boek probeerde te lezen.
Hij, de dalai lama, een geleerde die het boek zelf had kunnen schrijven.’

Door: Kitty Arends

Bron : BOS

Op de foto: Paula de Wijs wordt bedankt door His Holiness tijdens zijn bezoek in 2009
Foto: Martijn de Vries

Breng je geest tot rust

Standaard

Onderstaande tekst is een geleide meditatie die je geest tot rust zal brengen : 

Ga gemakkelijk rechtop zitten , zonder voorwaarts of achterwaarts , links of rechts te leunen.
Sluit je ogen en denk gedachten van goede wil. Gedachten van goede wil zullen eerst naar jezelf gaan , want als je geen goede wil voor jezelf kunt opwekken , als je geen welgemeend verlangen naar je geluk voor jezelf kunt voelen , kan er geen enkele manier zijn waarop je werkelijk anderen geluk kunt wensen. Vertel jezelf dus : Moge ik waar geluk vinden.
Herinner jezelf eraan dat geluk iets is dat van binnen komt en dat het dus geen zelfzuchtig verlangen kan zijn.In feite als je de oorzaken voor geluk in jezelf ontwikkelt kun het geluk uitstralen naar andere mensen. Het is een geluk dat niet afhangt van het iets afnemen van iemand anders.

Zend nu goede wil naar andere mensen. Eerst , de mensen die dicht bij ons hart staan , je familie , je ouders , je zeer naaste vrienden :
Mogen zij ook werkelijk geluk vinden . Spreid vervolgens deze gedachten uit in steeds wijder wordende cirkels : mensen die je goed kent , mensen die je niet zo goed kent , mensen die aardig vindt , mensen die je kent en waar je neutraal tegenover staat , en zelfs mensen die je niet aardig vindt.. Laat er geen beperkingen zijn van je goede wil , want als die er zijn zullen er beperkingen zijn van je geest. Verspreid nu gedachten van goede wil naar mensen die je niet eens kent en niet alleen mensen , maar alle levende wezens in alle richtingen : oost , west noord zuid , boven , beneden en uit in oneindigheid. Mogen zij ook waar geluk vinden.

Breng je gedachten nu terug naar het huidig moment. Als je het ware geluk wilt moet je het vinden in het NU , want het verleden is voorbij en de toekomst is een onzekerheid.
Je moet dus graven in het heden . Wat heb je hier ? Je hebt het lichaam , dat hier zit en ademt.
En je hebt de geest die denkt en bewust is. Breng dus al die dingen samen. Denk aan de ademhaling en wees dan bewust van de adem als hij binnenkomt en weer naar buiten gaat…. Houd je gedachten gericht op je ademhaling : dit is gewaarzijn. Bewust zijn van de adem als 
hij binnenkomt en weer naar buiten gaat : dat is waakzaamheid. Houd die twee aspecten van de geest samen. Als je wilt kun je een meditatiewoord gebruiken om je gewaarzijn te versterken. Probeer “Buddho” , dat wakker betekent. Denk “bud” met de inademing en “do”met de uitademing.

Probeer zo prettig mogelijk te ademen.Een zeer concrete manier om te leren voor je eigen geluk te zorgen in het onmiddellijke nu , en om tegelijkertijd je waakzaamheid te versterken , is om jezelf op zo’n wijze te laten ademen dat het comfortabel is. 
Experimenteer om te zien welke vorm van ademhaling nu het beste voelt voor het lichaam.
Het kan de lange ademhaling zijn , de korte ademhaling ; naar binnen lang , naar buiten kort of naar binnen kort en naar buiten lang. Zwaar of licht , snel of langzaam , ondiep of diep.
Op het moment dat je een ritme vindt dat comfortabel aanvoelt blijf er dan een poosje in.
Leer de sensatie van het ademen te proeven. In het algemeen is het zo dat hoe zachter de samenstelling van de adem is hoe beter. Denk aan de adem , niet alleen als lucht die de longen binnenkomt en er weer uit gaat , maar als de hele energiestroom die door het lichaam stroomt met iedere in- en uitademing. 
Wees gevoeling voor de samenstelling van die energiestroom. Je zult ontdekken dat het lichaam na enige tijd gaat veranderen. Een ritme of samenstelling kan voor een tijdje goed voelen. En dan zal weer iets anders meer comfortabel voelen.
Leer hoe je luisteren kunt naar en antwoorden op wat het lichaam je op dit moment vertelt.
Welke soort adem-energie heeft het nodig ? Hoe kan je het beste zorgen voor die behoefte ?
Als je je vermoeid voelt probeer dan op een manier te ademen die het lichaam energiek maakt. Als je je gespannen voelt probeer dan op een manier te ademen die ontspant.

Als je geest afgeleid raakt , breng hem dan zachtjes terug. Als hij tien keer afgeleid wordt , breng hem dan tien keer terug .Als hij honderd keer afgeleid wordt.breng hem dan honderd keer terug.
Geef niet toe. Deze kwaliteit wordt volharding genoemd. Met andere woorden zodra je merkt dat de geest er vandoor gaat , breng je hem weer terug. Gebruik niet tien keer doelloos je tijd 
om aan de bloemen te ruiken , naar de lucht te staren of naar de vogeltjes te luisteren. Je hebt werk te doen : werk eraan hoe je je adem comfortabel kunt gebruiken , hoe je je geest in een goede ruimte laat rusten , hier in het huidige moment. 

Als je adem prettig begint voelen , onderzoek hem dan in andere delen van het lichaam .Als je eenvoudigweg bij je prettige adem blijft in een smal bestek , neig je er naar weg te dommelen. Breid je aandacht dus bewust uit. Een goede plaats om je op te richten is rond de navel. Zoek dat deel van het lichaam in je aandacht : waar is het op dit moment ?
Let op : hoe voelt het daar als je inademt ? Hoe voelt het daar wanneer je weer uitademt ?
Kijk er naar gedurende een aantal ademhalingen , en wees je ervan bewust of er enig gevoel van spanning of benauwdheid is in dat deel van het lichaam , hetzij bij de inademing of bij de uitademing. Neemt de spanning toe als je inademt ?
Houd je de spanning vast als je uitademt ? Stop je te veel kracht in de uitademing ? Als je jezelf betrapt op deze dingen , ontspan dan gewoon. Denk dat die spanning oplost in de sensatie van de inademing en de sensatie van de uitademing.
Als je wilt , kun je je voorstellen dat de adem-energie het lichaam bij de navel binnenkomt en zich door iedere spanning en benauwdheid die je mocht voelen heenwerkt…….

Breng je aandacht nu naar rechts , naar de rechter onderkant van je buik en volg de zelfde drie stappen daar : 1/ zoek dat algemene deel van je lichaam in je gewaarzijn. 2/ voel hoe het voelt als je inademt , hoe het voelt als je uitademt en 3/ als je enig gevoel van spanning of benauwdheid voelt in de adem , ontspan dan gewoon. ….. 
Breng vervolgens je aandacht naar de linker onderkant van je buik en volg dezelfde drie stappen daar ook.

Beweeg nu je aandacht omhoog naar het navel chakra of de zonnevlecht…..en dan naar rechts,
naar de rechterkant ……..naar de linkerkant …….naar het midden van de borstkas…….
Beweeg na een poosje omhoog naar de keel …..en dan naar het midden van het hoofd .
Wees erg voorzichtig met de adem-energie in het hoofd. Hij komt voorzichtig binnen , niet alleen door de neus maar ook door de ogen , de oren , omlaagkomend vanuit bovenkant van het hoofd , vanuit de achterzijde van de nek , heel zacht doorwerkend en elke spanning oplossend die je kunt voelen , bijvoorbeeld , rond je kaken ,de achterkant van je nek , rond je ogen of rond je gezicht…..

Vandaar uit beweeg je je aandacht geleidelijk langs de nek omlaag , langs je benen naar de punten van je tenen naar de ruimten tussen je tenen .Zoals hiervoor focus je je op een bepaald deel van het lichaam , merk hoe het voelt tijdens de inademing en de uitademing , ontspan ieder gevoel van spanning of benauwdheid dat je er misschien voelt , zodat de adem-energie vrijer kan vloeien en ga dan verder tot je de punten van je tenen hebt bereikt.
Herhaal het proces beginnend bij achterkant van de nek en omlaaggaand langs de schouders , door de armen , langs je polsen en eruit door je vingers.
Je kunt dit onderzoek van het lichaam zo vaak mogelijk herhalen als je wilt , totdat de geest gestabiliseerd is.

Laat nu je aandacht terugkeren naar die plaats in het lichaam waar het het meest natuurlijk aanwezig en gecentreerd voelt. Laat je aandacht eenvoudig daar rusten één met de adem.
Laat tegelijkertijd de grens van je gewaarzijn zich uitbreiden zodat het het hele lichaam vult, als het licht van een kaars in het midden van een kamer : de kaarsvlam is op één plaats , maar het licht vult de hele kamer. Of als een spin in het web : de spin is op één plaats , maar hij kent het hele web.Wees erop gebrand dat verbrede gevoel van gewaarzijn te behouden.
Je zult merken dat het de neiging heeft te krimpen , als een ballon met een klein gat erin.
Blijf dus bezig met het uitbreiden van het bereik , denkend : “heel lichaam , heel lichaam , adem in het hele lichaam , van de bovenkant van het hoofd tot de punten van de tenen.”
Denk aan de adem–energie die het lichaam binnenkomt en uitgaat door iedere porie. 
Maak er een punt van om in dit gecentreerde , verbrede gewaarzijn te blijven zolang als je kunt. Er niets anders anders waar je aan hoeft te denken op dit moment , nergens om naar toe te gaan , niets anders te doen. Blijf alleen in dit gecentreeerde , verbrede gewaarzijn van het nu…………………..

Als de tijd aanbreekt om de meditatie te verlaten , herinner je jezelf eraan dat er een vaardigheid is om te vertrekken. Met andere woorden , je kunt niet meteen opspringen.
Als de meeste mensen mediteren , is het alsof zij een ladder beklimmen naar de tweede verdieping van een gebouw : stap voor stap , sport voor sport , langzaam de ladder op .
Maar zo gauw ze bij de tweede verdieping zijn springen ze uit het raam. Zorg dat je zo niet bent. Denk eraan hoeveel moeite het je heeft gekost om jezelf gecentreerd te krijgen. 
Gooi het niet weg.

De eerste stap bij het verlaten is door gedachten van goede wil weer uit te zenden naar alle mensen rond je .Dan , voordat je je ogen opent ,herinner je jezelf eraan dat ondanks dat je je ogen weer gaat openen je je aandacht gecentreerd wilt houden in het lichaam , bij de adem.
Probeer dat centrum te handhaven zo lang als je kunt , als je opstaat , rondloopt , praat, luistert 
of wat dan ook .
De vaardigheid van het verlaten van je meditatie ligt met andere woorden in het leren hoe je hem niet verlaat , ongeacht wat je ook aan het doen bent .
Handel vanuit dat gevoel van gecentreerd zijn.
Als je de geest gecentreerd kunt houden op deze manier , heb je een meetpunt waarlangs je zijn bewegingen en zijn reacties op gebeurtenissen erom heen en erin, kunt leggen .
Alleen als je een stevig centrum als dit hebt kun je inzicht verwerven in de bewegingen van de geest.

Vertaald uit het onderricht van Thanissaro Bhikkhu ( Thaise Woud traditie ) door Jampa Gyatso 2004

De werkelijkheid

Standaard

Niets kan bestaan zonder oorzaak. Iets bestaat pas als de condities gerijpt zijn. De condities die ook weer gevolgen zijn van eerdere oorzaken. Daarom is alles wat bestaat leeg aan inherent bestaan. Niets heeft een vaste kern want alles bestaat alleen in relatieve zin. Als een causaal verband. We zijn met alles verbonden. Te grote gehechtheid aan een vermeend zelf zal je blijven binden aan de cyclus van het bestaan. We bestaan in de relatieve werkelijkheid.In abolute zin is er leegte die relatief gezien een volte is.

Dana Paramita

Standaard

Dana Paramita betekent de deugd van geven ( sk. dana). Geven is het begin van het spirituele pad. Geven omdat er werkelijk niets is wat jou niet gegeven is. Alles is onderling afhankelijk. Niets is onvergankelijk. Alles komt en gaat. Door in te zien dat geven zonder iets terug te wensen voor jezelf het ware geven is , de deugd van geven , ontdek je die waarheid.

Wie geeft moet dus geven zonder enige bijbedoeling. Spontaan omdat het gewoon is te delen met anderen wat je hebt. Verlang niets terug maar geef zonder spijt en zonder gehechtheid.

Wie weinig heeft kan maar weinig geven. Wie veel heeft kan veel geven. Maar hun giften zijn gelijk.

Jij bent net zo afhankelijk van al die anderen als zij van jou.

Niemand kan alleen bestaan. Er is altijd weer een voorgaande oorzaak en er zijn altijd weer condities die voortkomen uit die oorzaken. Wie geeft ziet de diepste waarheid van interdependentie en causaliteit.

Jampa Gyatso

Mahamudra

Standaard

This is a very condensed and precious explanation of what Buddhism is all about.

So take your time to read this text bit by bit and repeatingly.

When you clearly analyze and feel able to accept the meaning, you more or less hold the key to understand most other Buddhist texts and (very important!):
the main purpose or goal of meditation, whatever technique or method is used (e.g. shine, deity yoga, awareness).

This teaching by HH. Kalu Rinpoche
should be printed in gold letters and illuminated with sparkeling rainbows of enlightenment!

The Mahamudra.(1).experience and approach is perhaps the quintessence of
all Buddhadharma.(2). In order for this quintessential approach to be
effective, we must have some understanding of the nature of the mind that we
are attempting to discover through the Mahamudra techniques.

Mahamudra has three aspects: foundation, path, and fruition.Foundation
Mahamudra is the understanding which is based on our appreciation of the
nature of mind. This must be augmented by the process of path Mahamudra
which is direct experience and acclimatization to that nature of mind through
meditation. Finally, there is the fruition or result aspect of Mahamudra,
which is the actualization of the potential inherent in the nature of mind.
This actual aspect of transcending awareness includes the Dharmakaya.(3),
Sambhogakaya.(4), and Nirmanakaya.(5) as the facets of completely enlightened
experience. It is not beneficial to speak of Mahamudra lightly; we must not
ignore any of these three aspects of the Mahamudra approach.

Foundation Mahamudra implies a deep appreciation and understanding of the
nature of mind. When we say that this is the correct view, we do not use the
phrase in a casual sense. Very often, we say, “Well, in my view, such and such
is the case,” but this does not necessarily mean that we have understood it at
all. We may say, “I believe in previous existences,” or, “I don’t believe in
future existences,” but very often our talk is not based on experience and
appreciation, but merely on an idea to which we give lip service. What is meant
in foundation Mahamudra is a thorough appreciation of the nature of mind
itself, the mind with which we are working, and the mind which we are
attempting to discover.

To get a deeper understanding of the nature of mind itself, we can quotes the
authority of enlightened masters of the lineage as a guide. The third Karmapa,
Rangjung Dorje), wrote a prayer of aspiration for the realization of Mahamudra
in which he said, “It is not existent because even the Buddha could not see it,
but it is not non existent because it is the basis or origin of all samsara.(6)
and nirvana.(7).” It does not constitute a contradiction to say that mind
neither exists nor does not exist; it is simultaneously existent and non existent.

Let us consider the first part of the statement that the mind does not exist.
We take into account that the mind is intangible. One cannot disscribe it or
find it. There is no fixed characteristic that we normally ascribe to things
which we can ascribe to mind. Consciousness does not manifest with any
particular color, shape, size, form or location. None of these qualities has
anything to do with the nature of mind, so we can say that the mind is
essentially empty of these limiting characteristics.

Even the fully enlightend Buddha Shakyamuni.(8).could not find any thing that
is mind, because the mind does not have identifying characteristics. This is
what Rangjung Dorje meant when he said, “It does not exist because even the
Buddha could not see it.”

So, then, is mind nonexistant? No, not in the sense that there is nothing
happening. That which experiences confusion, suffering, frustration and all the
complexity of samsaric existance is mind itself. This is the origin of all
unenlightened experience; it is within the mind that all unenlightened
experience happens.

On the other hand, if the individual attains enlightenment, it is mind
which is the origin of the enlightened experience, giving expression to the
transcending awareness of the various kayas.(9).

This is what Rangjung Dorje meant when he said, “One cannot say that it does
not exist, because it is the basis for all samsara and nirvana.” Wether we are
talking about an enlightened state of being or an unenlightened one,we are
speaking about the state of experience that arises from mind and is experienced
by the mind. What remains if mind neither exists nor does not exist?
According to Rangjung Dorje, this is not a contradiction, but a state of
simultaneity. Mind exhibits, at one and the same time, qualities of
non existance and qualities of existance. To state naively that mind exists is
to fall into one error; to deny the existance of anything at all is to fall
into another error. This gave rise to the concept of what is called the Middle
Way or Madhyamika. Finding a balance between those two beliefs, where there
is simultaneous truth to both, is the correct view, according to the Buddha’s
description of the nature of mind.

When we hear a guru make the statement, “Mind does not exist;mind does not
not exist; but it is at the same time existent and nonexistent, and this is
the middle view,” we may say, “Fine, I can accept that,” but that is not
enough. It is an idea that may appeal to us, a concept with which we are
comfortable, but that kind of understanding lacks any real spirit or depth.
It is like a patch you put on your clothes to hide a hole. One day the patch
will fall off. Intellectual knowledge is rather patchy in that way.It will
suffice for the present but it is not ultimately beneficial.

This is not to say that intellectual knowledge is unimportant.It is
crucial because it is that which gives us the ability to begin to develop
personal experience of what is being discussed. However, mere understanding
on a superficial or intellectual level should not be mistaken for the direct
experience. We can only arrive at that through meditation and the continued
analysis of our own experience. The value of intellectual knowledge is that
it is a springboard to deeper, more intuitive experience.

First, then, we say that mind is essentially empty, that is not describable
as some thing. Other than using the label mind., there is no thing that could
be further described in terms of form, shape, size, color or any
distinguishing characteristic.

Beyond this essential emptiness, we can make the statement that mind is
like space. Just as space is all-pervasive, so is consciousness. The mind
has no problem conceiving of any particular place or experience. While we
have attempted to describe the indescribable by saying that mind is
essentially empty, that is not the complete picture. We are speaking of
something that is obviously qualitatively different from simple space.We
need to remember that when we are using these terms, we are attempting to
describe something that is indescribable. However, that does not mean that
it cannot be directly experienced. The person who is mute is still able
to experience the sweetness of sugar without being able to describe it to
anyone else. Just as the mute person has trouble describing the taste of
sugar, we have trouble describing the nature of mind. We search for examples
and metaphors that will give us some idea of what is being experienced.

Another aspect of the nature of mind is its luminosity. Normally we think
of this term in a visual sense. We think of a luminous body like the sun or
the moon which shines and gives off light. However, this is merely a
metaphor to give us some idea of what is being hinted at. To say that the
mind is luminous in nature is analogous to saying that space is illuminated.
For example, we can have empty space and there might be no illumination;
then the space would be obscured. There is space, but no ability to see
clearly; there is no direct experience possible in complete darkness.
Just as there is clear vision in illuminated space, so in the same way,
while mind is essentially empty, it exhibits the potential to know,which
is its luminosity. This is not a visual experience per se, but the ability
of mind to know, perceive and experience.

In our continuing attempt to describe the nature of mind, to discribe the
indiscribable, we next speak of the unimpeded or unobstructed dynamic nature
of mind. It will be useful to divide this element of unimpededness into a
subtle and a gross aspect. The most subtle or fundamental level of the
unimpeded quality is an awareness of the emptiness and luminosity of the
mind. The mind is essentially empty and has this illuminating potential to
know and experience.

The coarse or gross aspect of the unimpeded dynamic manifestation of mind
is conscious experience, which does not depart from emptiness and
luminosity, but is the experience of, for example, seeing and recognizing
form as form, hearing and recognizing sound as sound, and so forth.This is
the ability of mind to experience the phenomenal world, to make
distinctions, to make value judgments based upon that discrimination.

We may utilize a metaphor here. The Emptiness of mind is the ocean; the
luminosity of mind is the sunlit ocean; and the unimpeded dynamic quality of
mind is the waves of the sunlit ocean. When we take the waves of the sun lit
ocean as an event or situation, it is not as though we are trying to seperate
ocean from waves from sunlight; they are three aspects of a single
experience. The unity of these three aspects forms the seed or potential
for enlightenment. They are the pure nature of mind; the impurity of
obscurations, ignorance and confusion overlays what is inherently the
nature of mind itself.

There has always been the pure nature of mind and there has always
been fundamental ignorance in the mind. The essential empty nature of mind
has never been recognized for what it is; the luminous nature of mind has
ever been experienced for what it is; and the unimpeded or dynamic
manifestation of mind, this consciousness, this awareness, has never been
directly experienced for what it is. Because this level of ignorance is so
subtle and so fundamental, and because it is co-existent with mind itself,
it has been valid as long as mind itself has been valid. We speak of it as
co-emergent ignorance.

Just as there are subtle and gross aspects to the dynamic awareness of
mind that we noted earlier, there are subtler and coarser aspects to the
ignorance of mind. We have already spoken of the fundamental level of
co-emergent ignorance, the lack of direct experience of the empty,clear
and unimpeded nature of mind itself, and this is the subtle aspect of
co-emergent ignorance.

There is second level of ignorance that we might distinguish which is
termed labelling ignorance; it is a more conventional or relative ignorance.
Not only do we lack direct experience of the essential emptiness of mind,
for example but we substitute the self or ego for that experience.The
individual mind as something ultimately real is a distortion that has taken
place, due to a lack of direct experience, and this is an example of
labelling or relative ignorance. Likewise, due to a lack of direct
experience of the clarity and luminosity of mind, there is a projection of
something other than the mind, an object other than the subject. This is
again a relative level of ignorance. Rather than being a simple lack of
direct experience, there has been a distortion into something.

So the second level of obscuration in the mind is the aspectof ignorance
which begins to label things as I and other. Lacking direct experience,
the distortion takes place on a coarser level of dualistic fixation between
subject and object.

Once we have this dualistic framework, of coarse, emotionality develops
and action takes place. Karmic tendencies are reinforced by actions based
on the emotional confusion which springs from dualistic clinging. All of it
is based upon the fundamental ignorance which is the lack of direct
experience of the nature of the mind itself.

The nature of mind is like empty space, like the sky, which at present is
filled with clouds and fog and mist and periodically has all kinds of
activity such as hailstorms, snowstorms, rainstorms and thunder and
lightning. This activity does not change the fact that the empty space is
still present, the sky is still there. However it is temporarily obscured
by all these activities. The reason the Buddha presented his teachings,
which encourage basic moral choices between virtuous and nonvirtuous
actions and encourage the practice of meditation, is to eliminate the
obscuring and confusing aspects of our experience. This permits the
inherently pure nature of mind to become more obvious and be discovered,
just as the sun becomes more obvious as the clouds begin to dissipate.

As the most effective means to bring about that transformation rappidly
and directly, the Mahmudra approach has no equal. It gives us the most
powerful methods to turn the balance, to eliminate obscurations and allow
that manifestation to take place. Our present situation as unenlightened
beings is due to the victory of ignorance over intrinsic awareness;
Mahamudra speeds the victory of awareness over ignorance.

When we are concerned with foundation Mahamudra, then, we first and
foremost need to be exposed to ideas. This should take place in the
presence of a teacher who holds the transmission and can accurately
introduce us to the concepts which are the theoretical underpinnings of
the Mahamudra approach. After we receive the teachings and understand
what is being said, we take them home with us and begin to apply them
to our own experience. We say to ourselves, “Well, mind is empty,
clear and unimpeded. What do I experience when I experience mind? Does
it exist; does it not exist?” We check with our own experience. That
is very beneficial for developing a kind of mental construct from which
we can work, though it is not the ultimate experience. Conceptual
understanding is only a springboard, because the theme of Mahamudra is
spontaneity and uncontrivedness, and it is still a very contrived
situation to think of the mind as being empty. To directly experience
the nature of mind itself requires meditation.

So on this foundation level of Mahamudra, the analytical approach is
followed by, and interwoven with, the more intuitive approach of relaxing
the mind in its own natural state. The particular skill required is that
it must be a state of total relaxation which is not distracted or dull.
It is not an objective experience of looking for the mind or looking at
the mind. On the other hand, it is not a blind process; we are not
unaware. There is seeing without looking; there is dwelling in the
experience without looking at the experience. This is the keynote of the
intuitive approach.

While the mind is poised in the state of bare awareness, there is no
directing the mind. One is not looking within for anything; one isnot
looking without for anything. One is simply letting the mind rest in its
own natural state. The empty, clear and unimpeded nature of mind can be
experienced if we can rest in an uncontrived state of bare awareness
without distraction and without the spark of awareness being lost.The
pure nature of mind calls to mind an image such as the sun or the moon,
a luminous body. The unimpeded nature of mind permits the act of
thinking of this form in the first place, and we can rest in the bare
perception of that form without any further elaboration; we dwell in the
bare awareness of that form.

Thus one’s approach in developing the foundation aspect of Mahamudra
is, at times, an analytical or conceptual approach of examining the mind
from the point of view or trying to locate it, describe it or define it,
and at other times an intuitive approach of dwelling in the experience of
total relaxation of mind, an uncontrived state of bare awareness which
allows the experience of the nature of mind to arise.

The third Karmapa wrote a prayer in which he said that confidence comes
of clearly establishing the parameters of practice by defining the nature
of mind precisely. Then the confidence of actually experiencing and
appreciating it on an intuitive level completes the foundation. The prayer
describes meditation as remaining true to that experience by refining
through continual attention to and absorption in that experience. Path
Mahamudra is the refining of and attending to the basic experience of the
nature of mind and refine it, then at a certain point, an automatic
quality arises; the experience happens without one generating it or
discovering it. The mind is subject to very little distraction at all.
When this occurs, one has entered into the level of path Mahamudra which
is termed.one-pointedness.or focus on a single thing. In this case,the
focus is on a single aspect of experience, the experience of mind nature.
Traditionally there are three degrees of this one-pointed experience:
a lesser degree of intensity, an intermediate, and a very intense degree.

As meditation continues, the next clearly definable stage is a certain
spontaneity, where the experience is no longer the result of any particular
effort; to think of meditation is to have the experience. One begins to
discover the incredible simplicity of the nature of mind, absolutely free
from any complication and this, in fact, is the name given to the second
phase of experience,.simplicity, the freedom from complication.
Traditionally this phase also has three degrees of intensity; a lesser
degree, an intermediate degree, and a very intense degree.

In the beginning, one is meditating for short and frequent periods of
time rather than attempting long periods of forcing the mind. But as
experience accumulates and simplicity arises, one’s meditation naturally
begins to be longer and longer duration. Soon the phase termed one flavor
arises, which is the experience of the essential quality of all aspects
of phenomenal experience. Soon, seeing form, hearing sounds, smelling
smells, tasting tastes, feeling textures, thinking thoughts, formless
states of awareness and form states of awareness all have the same flavor.
One perceives the underlying essential nature of these experiences,rather
than being concerned with the superficial content. This is the third phase
of the experience of path Mahamudra, the unique flavor of all aspects of
one’s experience, and again, it has different degrees of intensity forming
a spectrum of experience, rather than clearly defined steps.

The spontaneity of the experience will take over completely so that there
seems no need to meditate at all. The experience arises without there being
any particular thought of meditating. This is a glimpse which itensifies
further to become the actual experience of the nature of mind without there
being any thought of meditation. The most intensive degree of this stage is
that meditation and being become one. At that point there is no longer any
distinction between meditating and not meditating because one is always
meditating. The full experience of this is the most intense degree of the
fourth phase of path Mahamudra which is termed beyond meditation..The
sustained experience of this phase is the result of all one’s efforts,
Mahamudra. It is the quintessential experience, the pinnacle experience in
terms of the attainment of enlightenment and realization.

It is important to identify the context of the Mahamudra experience.
Tradition assures us that any approach, other than one’s own efforts at
purifying and developing oneself and the blessing that one receives from an
authentic and qualified guru.(10), is stupid. Of course, at a certain
point, the practice becomes spontaneous and the efforts to purify oneself
and to develop devotion to receive blessings from one’s guru become second
nature. However, this does not become spontaneous until the intense level
of the simplicity experience, the second phase of Mahamudra practice,when
the practice of meditation becomes one’s purification, one’s development
and the receipt of blessing from one’s guru. The fundamental identity of
the guru’s mind and one’s own mind begins to be directly perceptible;
one’s deepening awareness assures further development of merit and the
further purification of obscurations and negativity; there is no necessity
to formally supplicate one’s guru, meditate upon one’s guru or generate
devotion in order to receive blessing, because the meditation practice
carries one along.

Up to that point, however, the efforts that we make to purif yourselves,
to develop our devotion and open ourselves to the guru’s blessing are
absolutely crucial. Only present exertions will convey us to the time when
they are no longer necessary; the practice of meditation becomes the process
of purification, the process of development and the process of receiving
blessing.

– This teaching was given by Ven. Kalu Rinpoche at a meditation retreat in
Marcola, Oregon, USA, in 1982 and edited from tapes by a team of
translators. It is part of the book: H. E. Kalu Rinpoche ‘The Foundations
of Tibetan Buddhism’ (Snow Lion Publications, Ithaca, NY USA).

– Some Annotations
(1).Mahamudra = Great Seal (Sanskrit) ~ (2) Buddhadharma = teachings
(dharma) of the Buddha ~ (3) Dharmakaya = enlightened mind  of pure light
and emptiness (our immament etheric Buddha nature of light and sound;the
formless and  non-dualistic ‘reality’) ~ (4) Sambhogakaya = the mind in a
various dreamlike form-body’s (like during sleep or having visions of e.g.
deities, ghosts, various magical emanations) ~ (5) Nirmanakaya = the mind
in a physical body (physical ‘reality’) ~ (6) Samsara = world of illusion,
ignorance and karmic restrictions (our obvious ‘reality’). In the Buddhist
view even the worlds of highly realized gods and goddesses are not free of
illusion and karmic restrictions ~ (7) Nirvana = state of emptiness
(beyond illusion, ignorance and coarse karmic restrictions / our hidden
‘reality’) ~ (8) Buddha Shakyamuni = the historical Buddha ~ (9) kayas=
embodyments/states (Nirmanakaya, Sambhogakaya, Dharmakaya) ~ (10) guru=
spiritual friend, experienced practitioner and teacher (p.s. in case you
don’t find such a person, try to visualize a radiant golden Buddha in front
of you or sitting on top of your head, blessing you with radiating golden
or rainbow-colored light, becoming your personal guru, and by melting into
your heart).

– Thank you for your interest!