Categorie archief: THICH NHAT HANH

Geen geboorte geen dood

Standaard

Thich Nhat Hanh Het onderstaande is een fragment van een lezing die Thich Nhat Hanh op 3 mei 1998 in Plum Village heeft gehouden.

Vorige zomer waren er hier in Plum Village heel veel kinderen, uit verschillende landen. Ik heb hen allemaal een lotuszaadje gegeven dat mij vanuit Vietnam was opgestuurd. De kinderen kwamen één voor één naar voren om het zaadje in ontvangst te nemen. Ik heb hen ook geleerd hoe je een lotuszaadje moet planten. Als ze er deze zomer weer zijn zullen ze me vertellen hoe het gegaan is. Zoals je weet groeien er in Plum Village lotusbloemen in de vijvers. Elke zomer bloeien er een heleboel. Het is een heel mooi gezicht en bijna iedereen die hier komt geniet er van. Voor velen is het de eerste keer dat ze een lotusbloem zien. Een verslaggever uit Parijs zei in een televisieprogramma dat in de Dordogne de lotussen als paddestoelen uit de grond schieten. Maar dat is niet waar. De lotusbloemen in Plum Village zijn als zaadje uit Vietnam gekomen en wij hebben ons best gedaan ze hier tot bloei te laten komen. Dat is gelukt en dit jaar hebben we gemediteerd over het niet-geboren-worden en niet-sterven van een lotus. In 1982 ging een Amerikaanse professor in de biologie naar China om het Instituut voor Biologie in Beijing te bezoeken. Ze kreeg daar vijf lotuszaadjes die, naar men zei, heel erg oud waren. De zaadjes waren tevoorschijn gekomen bij opgravingen in Noord China, waar er honderden waren ontdekt. Vijf van die zaadjes dus, nam ze mee terug naar Amerika. In november 1995 probeerde ze er drie te planten. Eén wilde niet groeien maar de andere twee ontkiemden wel. Toen het eerste zaadje was opgekomen nam ze het mee en verbrandde het onder hoge temperatuur om – aan de hand van een procedure die koolstofdateren heet – uit te zoeken hoe oud het was. Ze ontdekte dat het 1288 jaar oud was. Hoewel dat zaadje al die tijd in de grond gelegen had, had het toch zijn levenskracht behouden. Dat was verbazingwekkend. Om een lotuszaadje te laten ontkiemen moet je met een mes een kleine inkeping in de bast maken of je moet het op één plek tegen een steen schuren tot de bast daar zo dun geworden is, dat er water doorheen kan. Anders zal het zaadje blijven liggen zonder te ontspruiten. Wij hebben allemaal talloze zaadjes van onze voorouders meegekregen, maar als we niet weten welke behandeling ze nodig hebben, kunnen ze niet opkomen. De zaadjes van verlichting, compassie, liefde en vreugde zijn in ons allemaal. Onze fysieke en onze spirituele voorouders hebben ze aan ons door gegeven en ons lichaam en ons bewustzijn vormen de grond waar ze in liggen. Door het licht van onze aandacht op ons lichaam en onze geest te laten schijnen kunnen we de zaadjes die we van onze voorouders meegekregen hebben, gaan herkennen. Er zijn negatieve zaadjes, zaadjes van lijden, van wanhoop, van discriminatie en van kwaadheid. Maar er zijn ook zaadjes van liefde, vergeving, vreugde en verlichting. In ons dagelijks leven moeten we met die zaadjes in contact proberen te komen en we moeten leren er zorgzaam, liefdevol en dankbaar mee om te gaan. Sommigen van ons geloven dat ze niet in staat zijn om lief te hebben. Ze hebben het wel geprobeerd maar het is steeds misgegaan. Door alle pijn die dat heeft veroorzaakt, zijn ze haast bang om weer van iemand te gaan houden. Maar ondertussen is het zaadje van liefde wel in hen aanwezig, heel sterk zelfs. Ze weten alleen niet hoe ze het kunnen laten ontspruiten. Want net als met een lotuszaadje, moet je weten welke behandeling een zaadje nodig heeft om te kunnen ontkiemen. Als iemand dus tegen je zegt dat ze niet in staat is om van iemand te houden, dat er geen liefde in haar is, en dat ze niet blij en gelukkig kan zijn, kijk haar dan vol mededogen aan en zeg: Dat is niet waar, lieve vriendin. Je hebt wel het vermogen om van iemand te houden. Je hebt de zaadjes van liefde en vrede, van verlichting en vergeving allemaal in je. Je hoeft ze alleen maar te herkennen en te leren hoe je ze kunt laten ontspruiten. De Boeddha kan je daarbij helpen. En je leraar en je broers en zussen in de sangha kunnen je er ook bij helpen deze zaadjes in jezelf te gaan herkennen en te leren wat je moet doen om ze te laten ontkiemen en een bloem te laten worden. Er zijn zaadjes die zo’n harde bast hebben dat ze pas kunnen ontspruiten als er een bosbrand geweest is. Bomen die dit soort zaadjes voortbrengen zijn overal te vinden, ook in Noord-Amerika. Zonder brand kunnen ze niet ontkiemen. Na de brand komt er altijd regen en dan hebben die zaadjes de kans te ontspruiten. Ik heb de oorlog in Vietnam altijd met een grote brand vergeleken. Tijdens die brand hebben vele mooie zaadjes, die door de Boeddha zijn doorgegeven, kunnen ontkiemen. Na een brand is er altijd regen. E’en van de zaadjes die gedurende de oorlog opkwamen is het zaadje vangeëngageerd boeddhisme – een boeddhisme dat zich niet alleen in de tempel afspeelt, maar wat álle aspecten van ons dagelijks leven omvat. We kunnen het boeddhisme in de meest pijnlijke situaties in ons leven gebruiken: het kan ons helpen minder te lijden en we kunnen meteen ervaren dat het werkt. De uitdrukking geëngageerd boeddhisme is in Vietnam tijdens de oorlog geboren. Ik was een van degenen die zich inzetten om de visie van het geëngageerd boeddhisme – dat het boeddhisme daar moet zijn waar geleden wordt, om te helpen – ingang te doen vinden. De oefening om in aandacht te leven en werkelijk in contact te zijn met wat er op dit moment is, zal ons helpen ons niet aan wanhoop over te geven maar dóór te gaan, zodat vrede en verzoening werkelijk tot stand kunnen komen. Ik herinner me dat er eens een groep jonge mensen bij me kwam die allemaal wanhopig waren. Het was in 1962 of 1963, in Vietnam. Ze gingen om me heen zitten en terwijl ze me allemaal aankeken vroegen ze: Thay, denkt u dat er ook maar enige kans op vrede is? We hebben er zoveel voor gedaan en er is nog geen enkel teken van vrede in zicht. Het was op dat moment heel moeilijk voor mij om te antwoorden want ik voelde vrijwel hetzelfde. We hadden gedaan wat we konden maar er leek geen enkele verandering in de situatie te komen en het zaadje van wanhoop was heel sterk in ons. Dus toen die jonge mensen bij me kwamen en me die vraag voorlegden kon ik hen niet meteen antwoord geven. Ik wist dat het antwoord uit mijn hart moest komen maar in mijn hart was niet veel hoop. Het element van wanhoop was veel groter. Kort na het uitbreken van de oorlog hadden we in de buurt van Saigon de School of Youth for Social Service opgericht, een boeddhistische school waar jongeren getraind werden om sociaal werk te doen. Ze werden uitgezonden naar het platteland om de dorpen die door de bombardementen vernietigd waren weer te helpen opbouwen. Onder deze maatschappelijk werkers waren veel jonge monniken en nonnen. We beoefenden het geëngageerd boeddhisme: we praktiseerden niet alleen in de meditatiehal maar ook daar waar de oorlog woedde. Een aantal van ons kwamen hierbij om het leven. Een van de dorpen waar we gingen helpen was Tra Loc. Tra Loc ligt in de provincie Quang Tri, niet ver van mijn geboortedorp. Het lag vlakbij de gedemilitariseerde zone. Vlak nadat we het opgebouwd hadden werd het gebombardeerd en met de grond gelijk gemaakt. De maatschappelijk werkers daar stuurden dit bericht naar Saigon en vroegen me of ze het dorp wel of niet zouden herbouwen. Ik zei: Bouw het opnieuw! Dus onze maatschappelijk werkers herbouwden het, samen met de dorpelingen. Niet lang daarna werd het dorp voor de tweede keer gebombardeerd. Je begrijpt hoe we ons voelden toen dit nieuws ons bereikte. We konden echter niet toelaten dat de wanhoop het zou winnen, daarom besloten we het dorp opnieuw op te bouwen. We investeerden er veel mankracht, tijd, energie en geld in en toen werd het voor de derde keer gebombardeerd. Met pijn in ons hart besloten we het wéér te herbouwen. Sommigen vonden dit niet zoín intelligente aanpak: waarom zou je iets opbouwen als het toch weer vernietigd werd? We hoorden deze kritiek aan, maar we konden niet toelaten dat mensen door het zaadje van wanhoop overweldigend zouden worden. Daarom gaven we opdracht het dorp voor de derde keer op te bouwen. Het was rond die tijd dat die jonge mensen bij me kwamen en me vroegen: Thay, denkt u dat er nog hoop is? Zal de oorlog ooit ophouden? Terwijl ik naar hen keek wist ik dat ik hen geen leugen kon vertellen, maar als ik uiting zou geven aan mijn wanhoop, zouden al deze jonge mensen in een oceaan van wanhoop verdrinken. Daarom bleef ik een hele tijd stil en concentreerde me op mín ademhaling. Ik dacht na over de vergankelijkheid van alles en over het niet bestaan van een onafhankelijk en afgescheiden zelf. Alles is vergankelijk, ook de oorlog. De oorlog moest dus op een dag wel ophouden. Toen ik dat zag zei ik: Lieve vrienden, er zal een eind aan de oorlog komen, want alles is voortdurend aan verandering onderhevig. Dat geldt ook voor de oorlog, daarom moet hij eens ophouden. Laten we het zaadje van hoop levend proberen te houden. We hebben elkaar nodig om door te kunnen gaan. Die woorden kwamen uit mijn hart; ze werden mij ingegeven door mijn meditatie. Tenslotte eindigde de oorlog. De meesten van ons kregen geen toestemming om dit werk officieel voort te zetten, want de regering wilde niet dat we maatschappelijk werk deden. Ze zeiden dat ze ons niet nodig hadden. De School of Youth for Social Service mocht niet meer bestaan. Onze maatschappelijk werkers zijn in stilte echter toch met hun werk doorgegaan. Wat zij doen heeft geen bepaalde naam en er is geen structuur in te herkennen, maar ze helpen de bevolking tot op de dag van vandaag en onze vrienden in het westen proberen hun werk op verschillende manieren te steunen. Het werk dat zij daar doen voedt het zaadje van mededogen, liefde en begrip in ons. Heel wat bruggetjes die in Vietnam gebouwd zijn, zijn de Brug van Begrip en de Brug van Liefde genoemd. We zijn ook scholen blijven bouwen, samen met de dorpsbewoners. We proberen de school een soort thuis voor de kinderen te laten zijn. Ze zijn er de hele dag, maar ze slapen thuis. ’s Middags krijgen ze een maaltijd en we proberen ze ook elke dag allemaal een glas melk te geven. Die melk is heel belangrijk, want veel kinderen zijn ondervoed. Ik zeg altijd tegen mijn leerlingen dat je je niet machteloos hoeft te voelen want er is veel wat je kunt doen. Als je een kind in een arm dorp in een afgelegen gebied in de gelegenheid stelt een glas koemelk of sojamelk te drinken, doe je iets heel belangrijks. Onze maatschappelijk werkers zetten zich echt voor de kinderen in. Ze zorgen er voor dat de maaltijden die ze voor hen klaarmaken zoveel mogelijk voedingsstoffen bevatten, zodat de kinderen niet ondervoed raken. Mijn moeder kwam uit Ha Trung, een heel arm dorp in de buurt van Tra Loc. Eens toen ik naar de gezichtjes van de kinderen daar keek, werd elk klein meisje mijn moeder. Mijn moeder was net als zij geweest en als zo’n meisje elke dag een glas melk zou krijgen zou ze later een jongetje als ik ter wereld kunnen brengen. Maar zonder die melk zou ze een kind krijgen dat niet gezond was. Daarom vroeg ik mijn leerlingen – de maatschappelijk werkers – om voor de kinderen in dat dorp te zorgen. Want elk van hen is mijn moeder, elk van hen is mijn vader. En dat geldt niet alleen voor de kinderen in Ha Trung, maar voor de kinderen in elk dorp. Als je je machteloos voelt kun je niets voor de wereld doen. Je hoeft je echter niet machteloos te voelen, want er zijn veel manieren waarop je iets kunt doen. Je kunt er voor zorgen dat ik een glas melk krijg als ik één of twee jaar oud ben, zodat ik normaal kan opgroeien en later een goede burger van mijn land en van de wereld kan zijn. Dat is iets wat je kunt doen. Je kunt de nonnen en de monniken, de leken en de maatschappelijk werkers die in de onderontwikkelde landen in Afrika en Azië werken, ondersteunen, om verandering in de situatie te brengen. Er zijn altijd dharmadeuren waardoor je de werkelijkheid binnen kunt gaan en de kwaliteit van het leven kunt helpen verbeteren. Een ander zaadje dat de Boeddha heeft doorgegeven en dat we hier in Plum Village proberen te laten groeien, is het vermogen om in het hier en nu gelukkig te zijn. Verlichting, inzicht en ontwaken kunnen we alleen in het heden ervaren. Daarom moeten we terugkeren naar het nu. Vrede, innerlijke rust en mededogen zijn in het heden te vinden als je weet hoe je ermee in contact kunt komen. Elke stap die je zet kan je innerlijke rust, vrede en geluk brengen. En je lunch kun je zo eten dat je er innerlijke rust, vrede en geluk door krijgt. In Plum Village proberen we dat zaadje – om in het hier en nu te leven – te laten ontkiemen, voor het geluk en de vreugde van heel veel mensen.

Wat we moeten leren is om als een sangha, als een familie, te leven en te oefenen. Dat is erg belangrijk. Als je naar een vijver met lotussen kijkt kun je zien dat de bloemen, de wortels en de bladeren eigenlijk allemaal hetzelfde doen: ze ondersteunen elkaar, ze voeden elkaar. In het begin hadden we maar één of twee lotuszaadjes. Maar omdat we wisten hoe we ze moesten behandelen zijn ze ontkiemd. Nu hebben we in bijna elke hamlet een lotusvijver. (Noot: Plum Village bestaat uit een aantal verspreide centra: Upper Hamlet, Lower Hamlet, Middle Hamlet, New Hamlet.) Het is nu mei en de lotusbladeren beginnen weer tevoorschijn te komen, als een soort hergeboorte. Probeer je eens voor te stellen dat je een lotusblad bent, drijvend op het wateroppervlak. Je bent groen, je bent mooi, je ademt, je ontvangt zonneschijn en je groeit. Diep onder je zijn de wortels waar je mee verbonden bent. Terwijl je van de zon geniet en met vreugde je schoonheid laat zien, voed je de wortels onder je. Jij wordt door de wortels gevoed maar omgekeerd voed jij, door je bestaan, ook de wortels. We zijn meestal geneigd te denken dat een blad een kind van de boom is. Maar in feite is een blad ook de moeder van de boom. Het water dat de wortels uit de grond opnemen, gaat naar elk blad. Met behulp van zonlicht en zuurstof zetten de bladeren het water (en de mineralen die daar in zitten) om in een speciaal sap waar de wortels en de stam weer mee gevoed worden. We kunnen dus zeggen dat de boom (de stam) de moeder van de bladeren is maar we kunnen ook zeggen dat de bladeren de moeder van de boom zijn. Ze voeden elkaar. Zo brengt de lotuswortel een jong blad voort, dat door er te zijn en door zonlicht en zuurstof op te nemen, niet alleen zichzelf maar ook de wortels daar beneden voedt. En op de een of andere manier voedt het de andere bloemen en bladeren ook. Laten we ons dus voorstellen dat we een lotusblad zijn. In ons dagelijks leven doen we loopmeditatie en we zijn ons bewust van onze ademhaling, we glimlachen en doen zitmeditatie zodat we ons als een mooi blad kunnen ontvouwen. We voeden daarmee tegelijkertijd onze leraar en onze broers en zussen. Dat is precies zoals het elke dag gaat. Je bent op een wonderbaarlijke manier met elk lid van de sangha verbonden; dat moet je kunnen zien. Elke keer dat je met een glimlach en met mededogen naar iemand kijkt, maak je je leraar en je broers en zussen blij. Je doet het niet alleen voor jezelf, maar voor ons allemaal. Elke keer dat het je lukt over een irritatie heen te komen en te glimlachen, voed je niet alleen jezelf maar ons allemaal. Elke keer dat je je met vriendelijkheid en compassie tot een broer of zus in de sangha richt, voed je ieder van ons ons en maak je ons allemaal blij. We kunnen in feite alleen maar in-verbondenheid-zijn. Oppervlakkig gezien lijkt het alsof de bloem en het blad twee verschillende dingen zijn. Maar als je dieper in de werkelijkheid doordringt zie je dat dít is omdat dát is, en dat dát is omdat dít is. Dat is de leer van in-verbondenheid-zijn. De bloem laat haar schoonheid zien, en de bloem maakt de lotuszaadjes. Maar je kunt niet zeggen dat de zaadjes alleen door de bloem gemaakt worden. Jij, als blad, maakt de zaadjes ook, want door jouw bestaan voed je de wortels en op die manier draag je bij aan de vorming van lotuszaadjes. Niet alleen de bloem, maar alle wortels en alle bladeren dragen bij aan de vorming van de zaadjes. Door er te zijn en door te proberen in aandacht te leven voed je de hele sangha. In ieder lid van de sangha kun je jezelf herkennen. Jij bent heel erg belangrijk. Als het met jou niet goed gaat, zal dat z’n weerslag op de hele sangha hebben. En als jij blij en innerlijk vrij bent, zal iedereen in de sangha daar wel bij varen. Je leeft dus niet alleen voor jezelf, maar voor ons allemaal. Je produceert niet slechts één bloem maar een heleboel bladeren en bloemen. En dat gaat steeds maar door. Als voor jou, als blad, de tijd gekomen is om te vergaan, blijf je bestaan in de bloem, in de wortels en in de andere bladeren. Er is dus geen geboorte en geen dood. Er is alleen een vóórtbestaan. De afgelopen winter hebben we geen lotusbloemen en geen lotusbladeren gezien. Alles leek te vergaan en modder te worden. Dat komt omdat we alleen maar naar de buitenkant hebben gekeken. Als we de lotusbloemen zien zoals ze werkelijk zijn, weten we dat de wortels in de diepte doorgroeien om in april of mei klaar te zijn. Als je nu naar de lotusvijver kijkt kun je de bladeren weer tevoorschijn zien komen. Dat is hergeboorte, opnieuw verschijnen. Je kunt zien dat er een voortbestaan is. Je kunt jezelf herkennen: het lotusblad van vorig jaar kan zichzelf terug zien in het lotusblad van dit jaar. Al onze leraren zijn in ons, al onze voorouders zijn in ons en ook de Boeddha is in ons. Elke keer dat we met aandacht lopen, voeden we de Boeddha in onszelf. Op die manier kan de Boeddha doorleven. Wij hebben de Boeddha natuurlijk nodig maar de Boeddha heeft ons ook nodig om te blijven bestaan. Hoe kan de Boeddha zonder ons voortbestaan? Dat is duidelijk. Wij hebben onze voorouders nodig om te kunnen bestaan – onze fysieke voorouders en onze spirituele voorouders – maar onze voorouders hebben ons ook nodig om er te kunnen zijn. Als wij ons vrij en krachtig voelen, voelen onze voorouders zich ook vrij en krachtig. Ze hebben ons heel hard nodig. Daarom is het onze plicht om zo te leven dat we elke dag innerlijke rust en vrijheid ervaren. Om het onze voorouders mogelijk te maken elke dag innerlijke rust en vrijheid te ervaren. En wat onze kinderen en hun kinderen betreft: ze zijn al in ons. Als we met aandacht lopen, met aandacht ademhalen en de dingen met aandacht en in rust en vrijheid doen, dan voeden we daarmee onze kinderen. Ook al zijn ze ze nog niet zichtbaar, ze zijn nu al in ons. Er zijn twee dimensies. Ten eerste is er de dimensie van tijd. Wij zijn de voorzetting van onze voorouders; al onze voorouders zijn in ons. We vertegenwoordigen ook al onze kinderen en hun kinderen, de toekomstige generaties. Elke minuut van ons dagelijks leven, leven we dus ook voor hen. Misschien besef je het niet, maar de Boeddha heeft je nodig om de volgende generaties te kunnen bereiken. De Boeddha is door vele generaties doorgegeven en nu het zaadje van bewuste aandacht zich in ons begint te ontwikkelen, geven we de Boeddha hier én in de toekomst een kans. De andere dimensie is de dimensie van ruimte. We zijn niet alleen al onze voorouders en al onze kinderen, we zijn ook al onze broers en zussen die hier en nu zijn. Alles wat we in ons dagelijks leven doen, doen we niet alleen voor onze voorouders en onze kinderen maar ook voor al onze huidige broers en zussen. Als we zo leren leven zullen wanhoop en eenzaamheid volledig verdwijnen, omdat we niet alleen tijd maar ook ruimte omarmen. We omarmen iedereen. Ik neem toevlucht in de Sangha … Dat is geen geloofsverklaring, maar iets wat je werkelijk in praktijk moet leren brengen. Je hebt inzicht nodig om toevlucht in de sangha te kunnen nemen. In het dagelijks leven moet je op zoín manier naar de dingen kijken dat je kunt zien dat je één bent met je broer en zus. Je moet kunnen zien dat je elk moment de sangha voedt en door de sangha gevoed wordt. Alles wat je voor je broer doet, doe je voor jezelf, doe je voor de sangha. En alles wat je voor jezelf doet, doe je ook voor de sangha. In één dag, in een periode van 24 uur, heb je heel veel kansen om te zien dat dat waar is. Je weet heel goed dat je zelf niet gelukkig kunt zijn als je leraar niet gelukkig is of als je broer niet gelukkig is. En als jij niet gelukkig bent kunnen je broer en zus niet gelukkig zijn. Je weet dat we in-verbondenheid-zijn, en vanuit dat inzicht kun je proberen te leven. Alles wat je doet en wat je niet doet werkt door in je sangha. Een sangha opbouwen betekent jezelf opbouwen.

Advertenties

Stoppen, rusten, helen

Standaard

 

Thich Nhat Hanh

Hier volgt een fragment uit een Engelstalige lezing van Thich Nhat Hanh, die hij gehouden heeft op 6 augustus 1996, tijdens de zomerretraite. De oefening van samatha, stoppen, is de oefening van het niets doen. We proberen niets te doen, alleen ons lichaam en onze geest toe te staan te rusten. Dat is niet makkelijk, omdat rennen en werken een gewoonte is van ons lichaam en onze geest. Daarom is het erg belangrijk je aan te sluiten bij een sangha, waar mensen zijn die in staat zijn te stoppen. In een retraite, waar je mensen aantreft die hier en nu aanwezig kunnen zijn, kan je profiteren van hun energie. Zij kunnen gelukkig zijn met de blauwe lucht, een klein bloemetje in het gras, met iedere stap die ze zetten. Ieder moment maken zij een stukje geluk. Ze rennen niet. Zij zijn in staat stil te houden en ieder moment van het dagelijks leven diepgaand te leven. Het is heel belangrijk hun gezelschap op te zoeken, want als je met hen in contact bent zal je dat ook kunnen, na verloop van tijd. Als je op je kussentje zit, of loopt, oefen dan om alleen maar in en uit te ademen en alleen maar hier te zijn. Want uit je bewuste hier en nu-zijn ontstaat liefde en zorg voor het lijden in je. Je bent er niet geweest voor jezelf, je hebt jezelf verwaarloosd. Geliefd zijn betekent omhelsd worden door de aandacht en de energie van degene van wie je houdt. We moeten er voor ons zelf zijn. We zijn gewond, misschien zelfs diep gewond, in ons lichaam en in onze ziel. Wie zal er voor ons zijn? We moeten er allereerst voor onszelf zijn. En de Boeddha zal er voor ons zijn, want de Boeddha is in ons. De oefening is hier en nu stevige grond onder de voeten te vinden, en aan te raken wat zich hier en nu afspeelt. Daar hoef je niet hard voor te vechten; daar hoef je helemaal niet voor te vechten. Sta alleen jezelf toe te zijn. We zijn geneigd te denken dat geluk, gezondheid en succes alleen binnen ons bereik komen als we erheen rennen. Daarom hebben we het hier en nu opgeofferd. We hebben het hier en nu gezien als een middel om ons in de toekomst dingen toe te eigenen. Van die neiging moeten we afstand doen. We hebben onszelf verbonden aan een bepaald idee van wat geluk is. We denken nooit gelukkig te kunnen zijn als we dit of dat niet voor elkaar krijgen, dit en dat niet kunnen veranderen. Vanwege deze binding leven we niet in vrede met onszelf. We proberen voortdurend iets te doen, iets voor elkaar te krijgen, maar misschien is het geluk er al. Alle voorwaarden voor je geluk zijn al hier. Je hoeft ze alleen maar te herkennen. Maar hoe kan je ze herkennen als je niet aanwezig bent? Misschien heb je niet beseft dat de zon aan de hemel een voorwaarde is voor je geluk. Neem één kort moment om te kijken. Dan zie je dat al het leven op aarde mogelijk is vanwege de zon. Al ons voedsel komt voort uit het licht. Als je zo naar de zon kijkt, dan zie je de zon als je vader, je moeder. De zon voedt je iedere dag. De zon is er altijd voor je. Misschien klaag je dat niemand voor je zorgt, niemand van je houdt, niemand aandacht aan je besteedt, maar de zon voedt je iedere seconde van je leven. De aarde, de bomen, het water, de lucht, de bakker, de boer, de vogels, de insecten. Sommigen van ons hebben geoefend om te stoppen en in het hier en nu te verblijven. Wij kunnen de vele voorwaarden voor ons geluk die hier en nu beschikbaar zijn aanraken, en ontdekken dat er meer niet nodig is. Deze voorwaarden zijn meer dan genoeg voor ons geluk. Stoppen is erg belangrijk. Zolang je blijft rennen en draven is geluk erg moeilijk. Stop. Als je stopt kunnen je lichaam en geest rusten. Als je stopt kan je de voorwaarden voor je geluk die hier en nu aanwezig zijn herkennen. De twee elementen van de boeddhistische meditatie zijn samatha (stoppen, tot rust komen, kalmeren) en vipassana (diep kijken). Soms hoef je alleen maar te stoppen, en plotseling is daar een diep inzicht in de werkelijkheid. Als de golven op het meer kalm zijn wordt de maan zomaar in het water weerspiegeld. Het meer hoeft niet vol onrust en ongeduld naar de maan te zoeken. Sta jezelf toe in het moment te zijn. Geniet ervan contact te maken met de verfrissende en helende elementen om je heen en in jezelf. Of je het nu gelooft of niet, die zijn er. Als je jezelf toestaat deze elementen aan te raken, zal het afval compost worden. Opnieuw zullen er bloemen bloeien in de tuin van je hart. Als je er bent voor je zelf, is er een energie die je omarmt – je pijn, je lijden, je angst, je wanhoop, maar ook je goede, positieve kwaliteiten. Het vermogen weer vreugdevol en gelukkig te zijn, lief te hebben en verdraagzaam te zijn – deze kwaliteiten wonen in ons. Wij moeten ze omarmen, anders kunnen ze niet groeien. Het zijn bloemen. Tegelijk moeten we ook onze angst, wanhoop en verdriet omarmen, zodat ze in compost kunnen veranderen en de bloemen kunnen voeden. Lijden is erg belangrijk voor ons geluk. We zijn niet in staat tot begrip en liefde totdat we weten wat lijden is. We kunnen alleen blij zijn met iets te eten als we weten wat honger is. In sommige streken van China zeggen de mensen als ze elkaar ontmoeten niet hoe gaat het ermee?, maar heb je al gegeten? Heb je al iets te eten gehad? Want ze weten dat honger en dood echt bestaan. Daarom wordt hun liefde op een hele eenvoudige manier uitgedrukt: heb je al gegeten? Heb je al iets te eten gehad?

We hebben de neiging de brokken pijn, verdriet en wanhoop die we meedragen weg te willen hebben. We maken een chirurg van de Boeddha of God, een chirurg die alles wat we niet willen van onszelf uit ons weg moet snijden. Maar in het licht van niet-twee zijn, zijn we niet alleen de bloemen in ons, maar ook het afval. We kunnen niet zomaar onszelf wegdoen. Soms zijn we liefde, en soms zijn we boosheid; liefde is ons, maar boosheid is ook ons. Dus moeten we liefde en boosheid op dezelfde manier behandelen. De Boeddha leert ons het niet-twee zijn van lijden en geluk. Dankzij de energie van aandacht kunnen we hier en nu aanwezig zijn en onszelf omarmen – ons lijden, onze wanhoop, ons verdriet, maar ook de zaden van vrede en liefde die verzwakt zijn doordat we ze niet hebben kunnen voeden en ze niet hebben kunnen helpen om sterker te worden. Waar het om gaat is te leren dat wat is te omarmen, en dat kan met de energie van aandacht. Liefste, ik ben er voor je. Als we van iemand houden willen we dat graag zeggen: Liefste, ik ben er voor je. Maar zorg er dan ook voor dat je er werkelijk bent. Je aanwezigheid is het grootste geschenk dat je je geliefde kan geven, maar er echt zijn is niet makkelijk. Je moet er voor honderd procent zijn, echt met je volle aandacht. De energie van aandacht heeft het vermogen iemand te helen en gelukkig te maken. In dit geval is het liefde voor jezelf. We weten allemaal dat de liefde die we voor een ander hebben afhankelijk is van onze liefde voor onszelf. Als we weten hoe we voor onszelf kunnen zorgen, hoe we onszelf kunnen voeden en genezen, kunnen we voor de ander zorgen. Dus ons eerste object van liefde is onszelf – ons lichaam en onze geest. Jezelf omhelzen in het moment, dat is de oefening waar het om gaat. Als je er helemaal bent zie je dat er niet alleen lijden is. Er is ook iets anders: het wonderschone leven, de verfrissende en helende elementen in je en om je heen. Kijk naar de hemel; luister naar de regen, glimlach naar de regen. Het is een wonder dat het regent; het is een wonder dat de lucht vanochtend blauw is; het is een wonder dat ik leef, dat ik kan lopen, dat mijn hart goed werkt. Er zijn zo veel dingen om blij over te zijn. Als er één boom in de tuin dood gaat vergeet je misschien dat de andere bomen leven. Als je je verdriet laat overheersen verlies je plotseling alles. Er gaat een boom dood in mijn tuin, ja, ik weet het, maar er zijn andere bomen, groen en gezond. Als je dat voor ogen houdt zal je niet verdrinken in je verdriet. Je zal sterk genoeg zijn die ene boom te redden, of te vervangen door een andere. Maak je hart zo groot dat je ziet dat de voorwaarden voor je geluk hier en nu aanwezig zijn, en dat onrecht, wreedheid en kleingeestigheid je leven niet kunnen ruïneren. Je kan dat allemaal makkelijk zonder wrok en boosheid verdragen, want je hart is groot. Stel dat je wat vuil in een rivier gooit: de rivier zou niet boos zijn, maar bereid dat vuil te accepteren om het in één nacht te transformeren. Als je dat zelfde vuil thuis in een bak water zou gooien, zou het water niet langer drinkbaar zijn. Maar de rivier, groot als-ie is, transformeert en heelt. Oefen dus om als een rivier te zijn, dat is wat de Boeddha ons aanraadt. Oefen om als de aarde te zijn. Of de mensen nu bloemen, parfum en rijst op de aarde gooien, of urine en uitwerpselen, de aarde is bereid het allemaal zonder enige wrok te accepteren, want de aarde is groot en heeft het vermogen te transformeren. Het is niet moeilijk onszelf te omarmen en het proces van heling te beginnen. Je hebt alleen een sangha nodig van mensen die dat ook doen en ervan genieten. Als je de meditatieruimte inkomt en gaat zitten met je eten, dan kan dat met een heleboel blijdschap. Zie het niet als een moeilijke oefening. Inderdaad, de hele maaltijd praten we niet, en we zitten de hele tijd stil, rechtop. Maar veel van ons vinden dat fijn. We hoeven niet te praten, we hoeven niet te denken, we hoeven helemaal niets: de hele maaltijd is er om echt uit te rusten. Een maaltijd in aandacht delen met de sangha, niets hoeven, alleen maar van ieder hapje genieten, in diep contact met het voedsel, helemaal zonder denken en zonder plannenmakerij – dat is de oefening van stoppen en rusten. Als je een peultje op je lepel hebt, kijk ernaar, glimlach, en geef het zijn ware naam: snijboon. Met wat aandacht en concentratie besef je dat de snijboon een stukje wonderschoon leven is, net als jij – jij bent een niet te bevatten wonder. Het peultje is gemaakt door de wolken, de zon, de aarde, de mineralen, de lucht, het water – alles. Het is een ambassadeur van de kosmos als je weet hoe het te ontvangen, er samen mee te zijn, het vol aandacht en blijdschap te kauwen. Een peultje eten kan veel vreugde geven. Waarom eet je een peultje? Om voedingsstoffen binnen te krijgen? Nee, je geniet gewoon van dat peultje, je geniet van jezelf, van het moment, van de sangha om je heen. We houden ervan ieder hapje dertig, veertig, vijftig keer te kauwen. In die tijd kauwen we niets anders, niet onze plannen, zorgen of angsten. Laat die nu slapen, ze zijn omhelsd door jouw aanwezigheid in volle aandacht. Eten is een oefening, een oefening om niets te doen, te stoppen. En met een beetje intelligentie kunnen we de tijd om te eten tot een tijd van vreugde maken. Misschien vind je het benauwend om niet te praten, te lachen, te bewegen. Maar dat zijn alleen maar gewoontes. Leer alsjeblieft de gewoonte om te rusten, dat is erg belangrijk. Ook als je op je kussentje zit tijdens de zitmeditatie oefen je om te rusten, net zoals tijdens de loopmeditatie, als je alleen maar de aarde aanraakt en beseft wat een wonder het is te leven en op de aarde te lopen. Ieder moment sta je jezelf toe er te zijn, en te zorgen voor je verdriet, je angst en je pijn. Misschien slapen ze rustig op de bodem van je bewustzijn, of misschien komen ze bovendrijven. Hoe dan ook: omarm ze. Omarm ze met je echte aanwezigheid, want de energie van aandacht is de energie om er voor jezelf te zijn, en voor de mensen van wie je houdt. De zon is er voor jou, de maan is er voor jou, de boom en het water zijn er voor jou. Zorg jij dan dat je er voor hen bent – en speciaal ook voor jezelf. Jij bent degeen die je het hardste nodig heeft. Roep je naam, roep in stilte je naam – die mens heeft geleden, ga ernaar toe en omhels haar, omhels hem.

Thich Nhat Hanh over het edele achtvoudige pad

Standaard

In augustus 2005 hield Thich Nhat Hanh, op de laatste dag van de zomerretraite in Plum Village, een lezing over het edele achtvoudige pad. Hoe kunnen we de juiste visie ontwikkelen, zodat we de juiste gedachte voortbrengen, de juiste woorden spreken en de juiste handelingen verrichten? Het achtvoudige pad wijst ons daarbij de weg. Een Engelse vertaling van deze oorspronkelijk Franstalige lezing werd gepubliceerd in het winternummer van de Mindfulness Bell 2005-2006. Een verkorte versie in het Nederlands verscheen in De Klankschaal nr. 23, voorjaar 2006.

Vandaag wil ik graag spreken over reïncarnatie, wedergeboorte en voortzetting. Als we een sinaasappelboom bekijken, dan kunnen we zien dat deze zich elke dag inspant om lang te leven. Elke dag maakt de boom bladeren en in de lente maakt hij bloesembloempjes, die sinaasappeltjes worden. Die sinaasappels bevatten zaden en op die manier verzekert de boom zich ervan dat hij voortgezet wordt. Hij kan niet anders.
Dat geldt ook voor ons. Als mensen zijn we van nature geneigd om ons erop voor te bereiden dat we doorgaan. Dus voortzetting, hergeboorte, reïncarnatie is normaal. Hoe zetten we onszelf voort? Elke keer dat je een gedachte produceert, is die gedachte een voortzetting. Die gedachte zal een invloed op ons hebben, op ons lichaam, onze geest en op de wereld. Het effect dat die gedachte heeft, is de manier waarop wij ons voortzetten. Het produceren van de gedachte is de oorzaak, het effect is hoe die gedachte van invloed is op ons en de wereld. Omdat de gedachte erg sterk kan zijn, kan hij pijnlijk zijn. Hij kan ons lichaam wijzigen, onze geest en de wereld veranderen. Dus denken is een vorm van handelen.
In het boeddhisme gebruiken we het woord ‘karma’. Karma is handelen, handelen als oorzaak en handelen als vrucht. Het produceren van een gedachte is ‘karmahetu’, karma-oorzaak. Die gedachte zal onze mentale en lichamelijke gezondheid beïnvloeden, evenals de gezondheid van de wereld. Die gezondheid, goed of slecht, is wat ‘karmaphala’ wordt genoemd: de vrucht van het karma. Dus karma is handelen, zowel handelen als oorzaak als handelen als vrucht.

Juist denken en juist spreken
Als we een gedachte voortbrengen, moeten we ons ervan verzekeren dat het een een juiste gedachte is, want deze zal ons fysieke en geestelijke gezondheid brengen en de wereld helpen zichzelf te helen. We moeten proberen op zo’n manier te leven dat we elke dag alleen goede gedachten voortbrengen, gedachten in de richting van het juiste denken. We moeten onszelf trainen om dat te doen.
De Boeddha raadt ons allen aan om juist te denken. Denken is handelen in de vorm van gedachten. Elke keer dat we een gedachte voortbrengen, draagt die gedachte onze handtekening. Dat is karma. Karma-oorzaak, karma-vrucht. Als het een oorzaak is, zal het leiden tot een vrucht. De vrucht zal bitter of zoet zijn, afhankelijk van de aard van het karma. Weet dus dat alle denken handelen is.
Als we iets zeggen, zal wat we zeggen een gevolg hebben voor ons lichaam, onze geest en de wereld. Juiste spraak zal ons vreugde en gezondheid brengen – fysieke en morele gezondheid – en het zal de wereld in de goede richting veranderen. We moeten dus proberen om juist te spreken, want dat leidt tot begrip, vreugde, hoop en verbroedering. Wat je zegt, is het zaad, het is de oorzaak. Het brengt in jou en in de wereld karmaphala voort, karma-vrucht.
Soms manifesteert de vrucht van de handeling zich onmiddellijk na de oorzaak. Soms duurt het maanden of jaren voordat de handeling een resultaat krijgt, maar vroeger of later krijgt de oorzaak een gevolg.

Juist handelen
De derde soort van handelen is de fysieke handeling, die je uitvoert met je lichaam. Met je lichaam kun je dingen doen. Je kunt iemand doden, een dier doden, een boom doden. Je kunt iemand redden, een dier redden, een boom redden. De Boeddha raadt ons aan om juist te handelen, omdat de handeling een gevolg heeft voor je fysieke en morele gezondheid en voor de wereld. We moeten ons ervan verzekeren dat onze handelingen zo mogelijk juiste handelingen zijn.
Jean-Paul Sartre was een filosoof in de traditie van het existentialisme. Hij zei dat de mens de optelsom is van zijn handelingen. Als een kind wordt geboren, heeft het nog niet gehandeld en is het dus nog niet bepaald. Maar zodra de mens begint te handelen, kunnen we kijken naar zijn handelingen en de mens zien. De mens wordt bepaald door zijn handelingen. Wat Sartre zei, ligt heel dicht bij het boeddhisme. Maar Sartres idee ging niet ver genoeg, omdat gedachten er niet in waren opgenomen. Uit onze gedachten komt voort wat we zeggen en doen. Denken ligt dus aan de basis van alle spraak en van al het handelen. We kunnen zeggen dat de mens de optelsom is van zijn gedachten, zijn woorden en zijn handelingen. Ik denk dat Sartre het daarmee eens zou zijn, want door het woord ‘handelingen’ te gebruiken, bedoelde hij ook ‘denken’ en ‘spraak’. Denken als een handeling, spraak als een handeling.
Handelingen, dus ook gedachten en spraak, vormen karma. We produceren deze energie elk moment in ons dagelijks leven. Je zegt voortdurend dingen en elke gedachte, elk woord, elke handeling die je uitvoert, draagt jouw handtekening. Dat is de manier waarop je je voortzet. Het gaat nooit verloren.
Lavoisier, een wetenschapper die leefde in het Frankrijk voor de revolutie, zei: ‘Er gaat niets verloren.’ Eigenlijk is hij een boeddhist. Wat je voorbrengt als gedachten, spraak, handelingen, beïnvloedt de wereld en op die manier zet je jezelf voort. Jouw voortzetting is je wedergeboorte en je reïncarnatie. Er gaat niets verloren. Als je ervoor zorgt dat je je goed voortzet, zul je een goede toekomst hebben.
Iedereen wil zichzelf op een mooie manier voortzetten. Daarvoor moeten we ons ervan verzekeren dat we goede gedachten denken, de juiste dingen zeggen en de juiste dingen doen. Dit zijn drie stappen op het edele achtvoudige pad dat de Boeddha ons aanraadt.

Juiste visie
Wat is de juiste visie? Juiste visie is onze manier om de wereld te begrijpen; deze brengt inzicht in de volledige werkelijkheid. We zijn zo vaak het slachtoffer van verkeerde visies en op basis van verkeerde visies creëren we lijden voor onszelf en anderen. Dus we moeten verkeerde visies, verkeerde waarnemingen vermijden. Als we doorgaan met lijden door geweld en terrorisme, komt dat doordat we geen juiste visie hebben. Terroristen hebben een verkeerde visie van zichzelf en van anderen en anti-terroristen hebben ook verkeerde beelden van zichzelf en van de terroristen. Daardoor blijven ze elkaar doden, dus we moeten dieper kijken om de juiste visie te verkrijgen. Met de juiste visie zullen we het geweld en terrorisme kunnen stoppen.
De juiste visie is de basis van al het juiste denken, spreken en handelen en daarom begon de Boeddha met de juiste visie. De Boeddha beschreef juiste visie op een precieze, diepe en heldere manier. Een juiste visie weerspiegelt wijsheid, de aard van het bestaan.
De Boeddha sprak bijvoorbeeld over de voorbijgaande aard van dingen, van verschijnselen. Ook andere wijzen hebben hierover gesproken. Zo zei de Griekse filosoof Heraclitus dat je nooit tweemaal in dezelfde rivier kunt stappen, omdat de rivier voortdurend verandert. Het is een feit dat alles verandert. De juiste visie gaat hand in hand met het inzicht in de veranderlijkheid van de dingen. Een visie die niet op die veranderlijkheid is gebaseerd, is een onjuiste visie.
Als we de juiste visie hebben, lijden we niet en kunnen we geluk creëren. Dit is niet alleen maar filosofie, het is het leven. Als je bijvoorbeeld problemen hebt met je partner en je staat op het punt om ruzie met elkaar te gaan maken, zou de Boeddha tegen jullie zeggen: ‘Lieve vrienden, sluit je ogen. Stel je je geliefde voor over driehonderd jaar. Wat zal er van haar geworden zijn?’ Als je kunt zien wat er over driehonderd jaar gebeurt, dan zie je dat het niet verstandig is om ruzie te maken, omdat het leven veranderlijk is. Als je veranderlijkheid kunt aanraken, als je je ogen opent, zal je niet langer boos zijn. Je bent gered door het inzicht in de veranderlijkheid.

Veranderlijkheid als oefening
Op intellectueel niveau ben je het er misschien mee eens dat de dingen veranderlijk zijn, maar in je dagelijks leven doe je alsof dingen blijvend zijn. De Boeddha praat niet over veranderlijkheid als een filosofie, maar als een oefening. We zouden moeten oefenen om ons te concentreren op de veranderlijkheid. Zo kun je je bijvoorbeeld de hele dag, terwijl je kijkt, terwijl je naar iets luistert, verbinden met het inzicht van de veranderlijkheid. Als je naar een bloem kijkt, zie je dat deze veranderlijk is. Als je naar iemand kijkt, dan zie je dat hij of zij veranderlijk is. Zo blijft het inzicht in de veranderlijkheid voortdurend bij ons. Dan is het geen theorie, maar een oefening in concentratie. Deze oefening zal je redden, waar het idee alleen van de veranderlijkheid dat niet kan.
Met behulp van aandacht kunnen we het inzicht in de veranderlijkheid levend houden en dat zal ons ertegen beschermen om onjuist te denken of te spreken. De juiste visie is dus de visie die de aard van de veranderlijkheid bevat.
We denken dat iedereen een afzonderlijke ziel heeft die altijd hetzelfde blijft, zelfs als het lichaam veroudert en uiteenvalt. Dit is niet de juiste visie, want het gaat in tegen de waarheid van de veranderlijkheid. Niets is hetzelfde op twee verschillende momenten. Dus als we de werkelijkheid van de veranderlijkheid aanvaarden, moeten we ook de waarheid van niet-zelf aanvaarden.
Veranderlijkheid wordt gewoonlijk beschouwd vanuit een tijdsperspectief. Als we het beschouwen vanuit een ruimtelijk perspectief, is veranderlijkheid hetzelfde als niet-zelf. Niet-zelf en veranderlijkheid zijn hetzelfde.
Als de zoon de vader als een verschillende persoon beschouwt, als iemand die veel lijden en problemen voor hem heeft veroorzaakt, dan wil hij zijn vader straffen met zijn woorden en daden. Hij weet niet dat hij, om zijn vader te laten lijden, zichzelf tegelijkertijd laat lijden. Het is belangrijk om te begrijpen dat jij en je vader dezelfde werkelijkheid delen. Jij bent de voortzetting van je vader. Als je vader lijdt, dan zul jij ook lijden en als jij je vader kunt helpen om niet te lijden, dan is jouw geluk ook mogelijk. Door het inzicht in niet-zelf kunnen we veel fouten vermijden, omdat niet-zelf vertaald wordt in de juiste visie.
Terroristen en anti-terroristen denken over zichzelf als twee verschillende entiteiten. De anti-terrorist zegt: ‘We moeten de terroristen straffen, we moeten ze uitroeien.’ En de terrorist denkt dat de andere persoon de oorzaak is van het lijden in de wereld, en dat deze moet worden uitgeschakeld om te overleven. Ze weten niet dat ze hetzelfde zijn.
Alle betrokkenen in een conflict moeten het inzicht van niet-zelf begrijpen. Als de andere kant blijft lijden, als er geen veiligheid, vrede of  begrip is aan de andere kant, dan kan er geen veiligheid, vrede of begrip zijn aan onze kant. Als beide kanten zich realiseren dat ze interzijn, als ze de aard van het niet-zelf aanraken, dan is er sprake van juiste visie. Met juiste visie denken, spreken en handelen we op de goede manier en dan kan veiligheid werkelijkheid worden. De juiste visie is een visie van de werkelijkheid die zich vertaalt in veranderlijkheid, niet-zelf en interzijn.

De aard van interzijn
Als we goed naar een bloem kijken, dan zien we welke elementen hebben samengewerkt om ervoor te zorgen dat de bloem zich kan manifesteren. We zien de wolken, die zich manifesteren als regen. Zonder de regen kan er niets groeien. Dus als ik de bloem aanraak, raak ik de wolk en de regen aan. Dit is niet alleen maar poëzie, het is de werkelijkheid. Als we de wolken en de regen uit de bloem halen, is de bloem er niet. Met het oog van de Boeddha zien we de wolken en de regen in de bloem. We kunnen ook de zon aanraken zonder onze vingers te branden. Zonder de zon kan er niets groeien, dus we kunnen de zon niet uit de bloem halen. De bloem kan niet afgescheiden zijn; hij moet interzijn met het licht, de wolken en de regen. Het woord ‘interzijn’ is dichter bij de werkelijkheid dan het woord ‘zijn’. Zijn betekent echt interzijn.
Hetzelfde geldt voor mij, jou en de Boeddha. De Boeddha inter-is met alles. Interzijn en niet-zelf zijn de onderwerpen van onze overdenking. We moeten onszelf oefenen zodat we de waarheid van interzijn en niet-zelf elk moment van ons dagelijkse leven kunnen aanraken. Je bent in contact met de wolken, met de regen, met de kinderen, met de bomen, met de rivieren en dat contact openbaart de ware aard van de werkelijkheid, de aard van de veranderlijkheid, de aard van interzijn, van niet-zelf, van onderlinge afhankelijkheid. Als je de werkelijkheid op die manier kunt aanraken, dan heb je de juiste visie. En als je de juiste visie hebt, zullen al je gedachten, woorden en handelingen juist zijn.
Dat is waarom het cultiveren van de juiste visie de basis is van de beoefening van het boeddhisme. We kunnen oefenen als een individu, als gemeenschap, als stad, als land. Als we zijn opgesloten in de gevangenis van onveranderlijkheid, van zelf, kunnen we niet de juiste visie verkrijgen.
Juiste concentratie
Om de juiste visie te cultiveren, moeten we aandachtig zijn. We hebben volop intelligentie om de begrippen ‘tijdelijkheid’ en ‘niet-zelf’ te begrijpen, maar die begrippen helpen ons niet. Daarom moeten we onszelf oefenen om de dingen in hun ware aard te zien. We moeten dit inzicht elk moment levend houden. Daarom is concentratie zo belangrijk.
In het Sanskriet is ‘samadhi’ het woord voor juiste concentratie. De begrippen ‘tijdelijkheid’ en ‘niet-zelf’ zijn wel nuttig, maar als begrip zijn ze niet krachtig genoeg om je te bevrijden, om je de juiste visie te geven. Dus je moet je concentreren. ‘Samadhi prajna’ is juiste visie, inzicht, dat aan de basis ligt van het juiste denken, juiste spreken en juiste handelen. Om prajna te cultiveren moeten we concentratie oefenen. We moeten in concentratie leven, om dingen op elk moment goed te kunnen aanraken. We leven intens wanneer we de aard van tijdelijkheid, niet-zelf en inter-zijn kunnen waarnemen in de bloem en we kunnen dit doen dankzij de concentratieoefening. Zonder samadhi is er geen prajna, geen inzicht. Concentratie is dus een deur die de ultieme werkelijkheid opent. Het geeft ons de juiste visie.

Juiste aandacht
Voordat we geconcentreerd zijn, moeten we aandacht cultiveren. Aandacht is ‘smrti’. Aandacht is de energie die ons kan helpen om de geest terug te brengen naar het lichaam, zodat we onszelf kunnen vestigen in het heden. Op die manier kunnen we naar de blauwe lucht kijken, naar de wolken of naar het kind dat voor ons zit. Dan raken we op een diepe manier het wonder van het leven aan. Dat is aandacht.
Aandacht is het vermogen om te herkennen wat er in het heden gebeurt. Als we pijn voelen, zullen we in staat zijn om deze te aanvaarden, om hem te transformeren. Als we volledig aandachtig zijn, beseffen we dat het koninkrijk van God bereikbaar is en dat de vreugde van het leven mogelijk is.
André Gide zei dat God geluk is. Dat vind ik fijn. En hij zei: ‘God is vierentwintig uur per dag beschikbaar.’ Ook op dat punt ben ik het met hem eens. Als God de hele dag bereikbaar is, dan is zijn koninkrijk ook bereikbaar. De enige vraag is of wij bereikbaar zijn voor het koninkrijk van God, voor geluk. Aandacht zorgt ervoor dat we bereikbaar zijn voor het koninkrijk van God, voor de wonderen van het leven om ons heen, op dit moment. Ik weet dat er veel boeddhisten zijn in Frankrijk, inclusief Jean-Paul Sartre, André Gide en de wetenschapper Lavoisier.
Aandacht wordt beoefend in Plum Village. We lopen op zo’n manier dat elke stap aandacht genereert. Als we ademen, als we onze handen wassen, als we koken, doen we dat allemaal in aandacht. De energie van aandacht voortbrengen is de basisoefening, want aandacht is de drager, de brenger van concentratie.
Als je ergens aandacht voor hebt, ben je geconcentreerd. De energie van concentratie is aanwezig in de aandacht. Als je doorgaat, zal die concentratie sterker en sterker worden. Met krachtige aandacht kun je in de realiteit doorbreken en tijdelijkheid als een realiteit ervaren. Je kunt inter-zijn, niet-zelf aanraken. De Boeddha begon met de juiste visie, maar ik wil graag beginnen met aandacht.

Juist levensonderhoud
Dan hebben we nog het juiste levensonderhoud, ons werk, onze baan. De Vijf Aandachtsoefeningen vragen ons om te kiezen voor levensonderhoud dat ons zal helpen om de juiste gedachten woorden en handelingen voort te brengen. Helaas zijn er ook soorten werk die ons schade toebrengen, die schade toebrengen aan het milieu, of die geweld met zich meebrengen. We moeten met aandacht kijken om te zien wat voor soort werk we willen doen, zodat we in staat zijn om juist denken en spreken te beoefenen en juist handelen in ons werk.
Onderwijzers kunnen op zo’n manier oefenen dat hun gedachten, woorden en handelingen hun studenten op elk moment van de dag voeden. De kinderen in hun klas lijden misschien veel. Misschien hebben hun ouders hun niet genoeg van de juiste soorten voeding gegeven. Misschien hebben ze niet de kans gehad om te leren juist denken, spreken en handelen en zijn ze daardoor gekwetst.
Als onderwijzer kijk je naar het kind en zie je het lijden. En je weet dat je met juist denken, spreken en handelen de wonden van het kind kunt helen. Je kunt het kind een tweede kans geven door de rol van de vader of moeder voor het kind te vervullen. De klas kan een familie worden. Als je een dokter of een therapeut bent, dan kun je hetzelfde doen. Als je begrip en compassie hebt, dan heb je veel macht, want als mensen bij je komen zullen je juiste gedachten mensen helpen genezen. Je kunt ze helpen omdat je jezelf hebt geheeld door de energie van begrip en compassie te ontwikkelen.
De Boeddha sprak van het juiste levensonderhoud, niet alleen voor monniken en nonnen, maar voor iedereen. Het juiste levensonderhoud helpt je om het juiste denken en spreken voort te brengen. We moeten de tijd nemen om naar ons werk te kijken, om te zien of het ons ondersteunt om elke dag juist denken en spreken te genereren.
Goede gedachten gaan altijd gepaard met begrip en liefde. Als je een beroep uitoefent dat met zich meebrengt dat je gedachten van boosheid en discriminatie hebt, dan is dat niet goed voor jouw gezondheid en voor de gezondheid van de wereld. Je moet misschien ander werk aannemen dat minder betaalt, zodat je de kans krijgt om goede gedachten en goede spraak voort te brengen. Het is mogelijk om op een gezondere, gelukkiger manier te leven. Als je de juiste visie hebt, zul je genoeg moed hebben om te stoppen met het pad van geweld en gehechtheid. Het juiste levensonderhoud is dus erg belangrijk, en we kunnen dit bepalen in termen van juist denken, spreken en handelen.

Juiste inspanning
De achtste is juiste toewijding, juiste inspanning. De Boeddha leerde hoe we onze energie moeten cultiveren en hoe we ervoor kunnen zorgen en hij leerde ook hoe we kunnen oefenen om energie te sparen. In de boeddhistische psychologie zien we ons bewustzijn alsof het twee lagen heeft. De diepste laag wordt het voorraadbewustzijn genoemd. It is altijd aan het werk, zelfs in onze slaap. Het voorraadbewustzijn ontvangt informatie en classificeert dit en het neemt veel beslissingen zonder dat het geestesbewustzijn, de bovenste laat, tussenbeide komt.
Als je een auto bestuurt, dan denk je dat het geestesbewustzijn het rijden aanstuurt, maar in feite wordt een groot deel van het werk dan gedaan door het voorraadbewustzijn, zonder dat we er bewust over nadenken. Als je dagelijks werk doet, speelt het voorraadbewustzijn een belangrijke rol.
Als het voorraadbewustzijn actief is, heeft het minder metabolische energie nodig dan het geestesbewustzijn. Het geestesbewustzijn heeft veel meer suiker, glycoceen en eiwit nodig om te werken. Op het niveau van het voorraadbewustzijn gebeuren dingen veel sneller en zonder veel verbruik, dus de meeste dingen worden afgehandeld door het voorraadbewustzijn en het geestesbewustzijn doet alleen het laatste stukje. In het voorraadbewustzijn zijn veel zaden opgeslagen, goede zaden en slechte zaden. Het zaadje van boosheid is er, evenals dat van wanhoop en bekrompenheid, maar ook het zaadje van compassie en vreugde.

Vier oefeningen om de juiste inspanning te cultiveren
Om de juiste inspanning te cultiveren, stelde de Boeddha vier oefeningen voor.
De eerste is: zorg ervoor dat je de slechte zaden geen water geeft. Je weet dat er negatieve zaden in je zijn en als ze zich manifesteren, zul je lijden. Dus laat ze vredig slapen. Als je naar films kijkt, artikelen of boeken leest of naar muziek luistert is er een kans dat een zaadje water krijgt en zich kan manifesteren. We moeten in aandacht consumeren, zodat de slechte zaden geen water krijgen. Als we elkaar liefhebben, moeten we een vredesverdrag sluiten: ‘Liefste, ik beloof je dat ik de slechte zaden in jou of in mij nooit water zal geven en jij moet hetzelfde doen. Jij hebt die zaden ook in je. Je moet ze geen water geven in jezelf en ook niet in mij.’
De tweede oefening is dat we, elke keer als een slechte mentale formatie zich manifesteert, ervoor moeten zorgen dat het weer gaat slapen. Als we deze te lang in stand houden, dan krijgt hij kracht in de basis. Als we het een uur lang in onze geest houden, dan heeft dat zaad een uur om kracht te verkrijgen. Dat is gevaarlijk.
De derde oefening is om de goede zaden wel water te laten krijgen, zodat ze de kans krijgen zich in de geest te manifesteren. Een dharma-lezing is bijvoorbeeld een soort regen die de goede zaden in je kan voeden. Als zij zich in het geestesbewustzijn manifesteren, zal het landschap veel mooier zijn.
De vierde oefening is dat we het goede zaad helpen om zo lang mogelijk in het geestesbewustzijn te blijven als het zich heeft gemanifesteerd. Net als bij een goede vriend die langskomt en goed nieuws brengt: je probeert dan om die vriend zo lang mogelijk bij je te houden.
Dit is wat de Boeddha leert bedoelt met juiste inspanning, toewijding en het duurzaam omgaan met energie. Het is heel concreet en praktisch en het wordt gedaan op een natuurlijke, ontspannen manier. We hoeven niet te vechten of te worstelen, we hoeven geen uitputtende inspanningen te doen. Op natuurlijke wijze en met veel plezier, kunnen we vreugde beleven aan deze oefening.
Dit zijn de acht juiste oefeningen die het edele achtvoudige pad vormen, dat de Boeddha ons allen voorstelt. Als een les het edele pad kan openbaren, dan is het een authentieke les
van de Boeddha.

De juiste visie op reïncarnatie
Voortzetting gebeurt nu, omdat je elke dag gedachten, woorden en handelingen voortbrengt die jouw handtekening hebben. We hoeven niet te wachten totdat dit lichaam uiteenvalt om ons voort te zetten.
De meeste mensen denken over reïncarnatie in termen van een permanente ziel. Dat is gangbaar boeddhisme, Maar we moeten opstijgen naar het niveau van de juiste visie. Voortzetting is een noodzaak, het is een waarheid. Maar deze voortzetting moet worden gezien in het licht van niet-zelf, van de tijdelijkheid.
Als je, bijvoorbeeld, mijn voortzetting wilt herkennen, kijk dan niet hiernaar (Thay wijst op zichzelf). Een deel van mijn voortzetting bevindt zich weliswaar hier, maar overal waar je om je heen kijkt, zie je andere vormen van deze voortzetting. Dus wacht niet tot het lichaam uiteenvalt. We zijn al begonnen met onze voortzetting. Je weet dat je de kracht hebt om te veranderen. Je kunt je verzekeren van een prachtige voortzetting. Stel dat je gisteren een gedachte hebt gedacht die je niet waardig was en dat je daar vandaag spijt van hebt. Je denkt: ik wil niet op die manier voortgezet worden. Je kunt die gedachte corrigeren, je kunt die voortzetting transformeren.
Als je de juiste visie aangeraakt hebt, zul je in staat zijn om een andere gedachte voort te brengen, een gedachte die je vandaag waardig is, een gedachte die begrip, compassie en geen oordeel in zich draagt. Op het moment dat je deze prachtige gedachte denkt, zal hij erop uit gaan en die andere gedachte van gisteren inhalen. En in een halve seconde zal hij in staat zijn om die gedachte te transformeren.
Je hebt dus een kans om het verleden te corrigeren. Dat is geweldig. We zeggen dat het verleden al voorbij is, maar het verleden komt altijd terug in nieuwe manifestaties en met die manifestaties kunnen we het corrigeren.
Als je iets hebt gezegd dat je niet waardig is, zeg vandaag dan iets anders, en dat zal alles veranderen. Doe vandaag iets anders gebaseerd op de juiste visie en transformeer de hele situatie. Dat kan.
Als je een sangha hebt die je steunt, als je wordt gesteund door de collectieve juiste visie, dan is het heel gemakkelijk om zulke gedachten, woorden en handelingen voort te brengen, om alles nu te veranderen, vandaag, om je te verzekeren van een goede toekomst, een goede voortzetting.
De les van de Boeddha is zeer diep en tegelijkertijd zeer praktisch. Deze les heeft de mogelijkheid om ons te helen, om onze pijn en angst te transformeren. Het is goed dat we genoeg tijd hebben om meer over deze lessen te leren en ze in ons dagelijks leven in praktijk te brengen.

Thich Nhat Hanh ’s 14 Precepts

Standaard

Thich Nhat Hanh ’s 14 Precepts:

1 “Do not be idolatrous about or bound to any doctrine, theory, or ideology, even Buddhist ones. All systems of thought are guiding means; they are not absolute truth.

2 Do not think that the knowledge you presently possess is changeless, absolute truth. Avoid being narrow-minded and bound to present views. Learn and practice non-attachment from views in order to be open to receive others’ viewpoints. Truth is found in life and not merely in conceptual knowledge. Be ready to learn throughout our entire life and to observe reality in yourself and in the world at all times.

3 Do not force others, including children, by any means whatsoever, to adopt your views, whether by authority, threat, money, propaganda, or even education. However, through compassionate dialogue, help others renounce fanaticism and narrowness.

4 Do not avoid contact with suffering or close your eyes before suffering. Do not lose awareness of the existence of suffering in the life of the world. find ways to be with those who are suffering by all means, including personal contact and visits, images, sound. By such means, awaken yourself and others to the reality of suffering in the world.

5 Do not accumulate wealth while millions are hungry. Do not take as the aim of you life fame, profit, wealth, or sensual pleasure. Live simply and share time, energy, and material resources with those who are in need.

6 Do not maintain anger or hatred. As soon as anger and hatred arise, practice the meditation on compassion in order to deeply understand the persons who have caused anger and hatred. Learn to look at other beings with the eyes of compassion.

7 Do not lose yourself in dispersion and in your surroundings. Learn to practice breathing in order to regain composure of body and mind, to practice mindfulness, and to develop concentration and understanding.

8 Do not utter words that can create discord and cause the community to break. Make every effort to reconcile and resolve all conflicts, however small.

9 Do not say untruthful things for the sake of personal interest of to impress people. Do not utter words that cause diversion and hatred. Do not spread news that you do not know to be certain. Do not criticize or condemn things you are not sure of. Always speak truthfully and constructively. Have the courage to speak out about situations of injustice, even when doing so may threaten your own safety.

10 Do not use the Buddhist community for personal gain or profit, or transform your community into a political party. A religious community should, however, take a clear stand against oppression and injustice, and should strive to change the situation without engaging in partisan conflicts.

11 Do not live with a vocation that is harmful to humans and nature. Do not invest in companies that deprive others of their chance to life. Select a vocation which helps realize your ideal compassion.

12 Do not kill. Do not let others kill. Find whatever means possible to protect life and to prevent war.

Possess nothing that should belong to others. Respect the property of others but prevent others from enriching themselves from human suffering or the suffering of other beings.

13 Do not mistreat your body. Learn to handle it with respect. Do not look on your body as only and instrument. Preserve vital energies (sexual, breath, spirit) for the realization of the Way. Sexual expression should not happen without love and commitment. In sexual relationships be aware of future suffering that may be caused. To preserve the happiness of others, respect the rights and commitments of others. Be fully aware of the responsibility of bringing new lives into the world. Meditate on the world into which you are bringing new beings.

14 Do not believe that I feel that I follow each and every of these precepts perfectly. I know I fail in many ways. None of us can fully fulfill any of these. However, I must work toward a goal. These are my goal. No words can replace practice, only practice can make the words.

“The finger pointing at the moon is not the moon.”

 

De Vijf Aandachtsoefeningen

Standaard

De Vijf Aandachtsoefeningen zijn de basis leefregels die in het boeddhisme voor leken gelden als richtlijn voor het dagelijks leven. Deze richtlijnen (pali: ‘sila’) zijn door Thich Nhat Hanh op een nieuwe manier verwoord, aangepast aan deze tijd. In zijn boek ‘For a Future to be Possible’ gaat hij op elk van deze regels dieper in. Hij legt er de nadruk op dat de richtlijnen de functie hebben ons te beschermen, niet om onze vrijheid in te perken. Ook stelt hij dat de regels nooit meer dan een richtlijn kunnen zijn – zoals we bijvoorbeeld de poolster kunnen gebruiken om koers te houden, zonder de verwachting te hebben daar ooit aan te komen.
De verwoording van de Engelse (en dus ook de Nederlandse) versie van de vijf richtlijnen is de afgelopen jaren steeds in beweging geweest. De meest recente verandering betreft de vertaling van het woord ‘sila’, gewoonlijk weergegeven als ‘leefregels’ of ‘richtlijnen’ (‘precepts’). Volgens Thich Nhat Hanh ligt de vertaling van sila als ‘aandachtsoefeningen’ (‘mindfulness-trainings’) dichter bij de oorspronkelijke betekenis.
Tijdens een lezing over ‘Right Mindfulness’ (september ’96) zei hij ondermeer het volgende over de Vijf Aandachtsoefeningen:

‘Waar aandacht is is concentratie. Als we heel aandachtig zijn, zijn we tegelijk ook heel geconcentreerd. Als je je een tijdlang op iets concentreert zal het onderwerp van je concentratie zich aan je openbaren en wordt inzicht geboren. Aandacht leidt dus tot concentratie en concentratie leidt tot inzicht. In de eerste lezingen die de Boeddha gaf sprak hij over “aandacht, concentratie en inzicht”. Aan het eind van zijn leven sprak hij over “richtlijnen, concentratie, inzicht”. Het volgen van de richtlijnen is precies wat het leven in aandacht inhoudt; hierin komt het leven in aandacht concreet tot uitdrukking. Je kunt niet “ja” zeggen tegen de meditatie en “nee” tegen de richtlijnen, want de richtlijnen zijn de meditatie.’

Hier volgen de Vijf Aandachtsoefeningen, zoals geformuleerd door Thich Nhat Hanh:

 

De eerste oefening

Bewust van het lijden veroorzaakt door de vernietiging van het leven, beloof ik van ganser harte om mededogen te beoefenen en het leven van mensen, dieren, planten en mineralen te leren beschermen. Ik heb het oprechte voornemen om niet te doden, niet toe te laten dat anderen doden en geen enkele daad van geweld, in de wereld, in mijn gedachten of in mijn manier van leven, goed te praten.

De tweede oefening

Bewust van het lijden veroorzaakt door uitbuiting, sociaal onrecht, diefstal en onderdrukking, beloof ik van ganser harte om te leren zorgzaam te zijn en me in te zetten voor het welzijn van mensen, dieren, planten en mineralen. Ik beloof van ganser harte me te oefenen in vrijgevigheid door mijn tijd, energie en materiële middelen te delen met allen die dat nodig hebben. Ik heb het oprechte voornemen niet te stelen en me niets toe te eigenen dat van een ander is. Ik zal het eigendom van anderen respecteren, maar trachten te voorkomen dat anderen zich bevoordelen ten koste van mensen of andere levende wezens.

De derde oefening

Bewust van het lijden veroorzaakt door onverantwoord seksueel gedrag, beloof ik van ganser harte om verantwoordelijkheidsgevoel te ontwikkelen en de veiligheid en integriteit te respecteren van individuen, paren, gezinnen en van de gemeenschap als geheel. Ik heb het oprechte voornemen om geen seksuele relatie aan te gaan zonder dat er sprake is van liefde en een duurzame verbintenis. Ik beloof mijn eigen relatie en die van anderen te respecteren, terwille van mijn eigen geluk en dat van anderen. Ik zal alles doen wat in mijn vermogen ligt om kinderen te beschermen tegen seksueel misbruik en om te voorkomen dat paren en gezinnen uiteenvallen door onverantwoord seksueel gedrag.

De vierde oefening

Bewust van het lijden veroorzaakt door onzorgvuldig spreken en het onvermogen om naar anderen te luisteren, beloof ik van ganser harte om te leren liefdevol te spreken en aandachtig te luisteren, om zo anderen blij en gelukkig te maken en hun lijden te verlichten. Wetend dat woorden geluk of leed kunnen veroorzaken, heb ik het oprechte voornemen om de waarheid te spreken en woorden te kiezen die bijdragen tot zelfvertrouwen, vreugde en hoop. Ik wil geen geruchten verspreiden en geen zaken bekritiseren of veroordelen waar ik niet zeker van ben. Ik zal niets zeggen dat kan leiden tot verdeeldheid of onenigheid of tot het uiteenvallen van gezinnen of van de gemeenschap. Ik zal mijn uiterste best doen om elk conflict -hoe klein ook – te helpen oplossen en verzoening tot stand te brengen.

De vijfde oefening

Bewust van het lijden veroorzaakt door onzorgvuldig consumeren, beloof ik van ganser harte zorg te dragen voor een goede geestelijke en lichamelijke gezondheid van mijzelf, mijn familie en de gemeenschap, door zorgvuldig te zijn met wat ik eet en drink en met wat ik verder tot mij neem. Ik neem me voor alleen die dingen te consumeren die vrede, welzijn en blijdschap bevorderen in mijn eigen lichaam en bewustzijn en in het collectieve lichaam en bewustzijn van mijn familie en de maatschappij. Ik heb het oprechte voornemen om geen alcohol of enig ander bedwelmend middel te gebruiken en me te onthouden van het vergif in sommige voedingsmiddelen, televisieprogramma’s, tijdschriften, boeken, films en gesprekken. Ik ben me bewust dat wanneer ik mijn lichaam of geest hiermee vergiftig, ik ontrouw ben aan mijn voorouders, ouders, de gemeenschap en de komende generaties. Ik zal mij inzetten om geweld, angst, boosheid en verwarring, in mijzelf en in de samenleving, te transformeren door een bewuste leefwijze. Ik ben me ervan bewust dat een dergelijk ‘dieet’ van het allergrootste belang is voor mijn eigen transformatie en voor de transformatie van de maatschappij.