Categorie archief: ACTUEEL

The reality of War by HH the Dalai Lama


The Reality of War

Of course, war and the large military establishments are the greatest sources of violence in the world. Whether their purpose is defensive or offensive, these vast powerful organizations exist solely to kill human beings. We should think carefully about the reality of war. Most of us have been conditioned to regard military combat as exciting and glamorous – an opportunity for men to prove their competence and courage. Since armies are legal, we feel that war is acceptable; in general, nobody feels that war is criminal or that accepting it is criminal attitude. In fact, we have been brainwashed. War is neither glamorous nor attractive. It is monstrous. Its very nature is one of tragedy and suffering.

War is like a fire in the human community, one whose fuel is living beings. I find this analogy especially appropriate and useful. Modern warfare waged primarily with different forms of fire, but we are so conditioned to see it as thrilling that we talk about this or that marvelous weapon as a remarkable piece of technology without remembering that, if it is actually used, it will burn living people. War also strongly resembles a fire in the way it spreads. If one area gets weak, the commanding officer sends in reinforcements. This is throwing live people onto a fire. But because we have been brainwashed to think this way, we do not consider the suffering of individual soldiers. No soldiers want to be wounded or die. None of his loved ones wants any harm to come to him. If one soldier is killed, or maimed for life, at least another five or ten people – his relatives and friends – suffer as well. We should all be horrified by the extent of this tragedy, but we are too confused.

Frankly as a child, I too was attracted to the military. Their uniform looked so smart and beautiful. But that is exactly how the seduction begins. Children starts playing games that will one day lead them in trouble. There are plenty of exciting games to play and costumes to wear other than those based on the killing of human beings. Again, if we as adults were not so fascinated by war, we would clearly see that to allow our children to become habituated to war games is extremely unfortunate. Some former soldiers have told me that when they shot their first person they felt uncomfortable but as they continued to kill it began to feel quite normal. In time, we can get used to anything.

It is not only during times of war that military establishments are destructive. By their very design, they were the single greatest violators of human rights, and it is the soldiers themselves who suffer most consistently from their abuse. After the officer in charge have given beautiful explanations about the importance of the army, its discipline and the need to conquer the enemy, the rights of the great mass of soldiers are most entirely taken away. They are then compelled to forfeit their individual will, and, in the end, to sacrifice their lives. Moreover, once an army has become a powerful force, there is every risk that it will destroy the happiness of its own country.

There are people with destructive intentions in every society, and the temptation to gain command over an organisation capable of fulfilling their desires can become overwhelming. But no matter how malevolent or evil are the many murderous dictators who can currently oppress their nations and cause international problems, it is obvious that they cannot harm others or destroy countless human lives if they don’t have a military organisation accepted and condoned by society. As long as there are powerful armies there will always be danger of dictatorship. If we really believe dictatorship to be a despicable and destructive form of government, then we must recognize that the existence of a powerful military establishment is one of its main causes.

Militarism is also very expensive. Pursuing peace through military strength places a tremendously wasteful burden on society. Governments spend vast sums on increasingly intricate weapons when, in fact, nobody really wants to use them. Not only money but also valuable energy and human intelligence are squandered, while all that increases is fear.

I want to make it clear, however, that although I am deeply opposed to war, I am not advocating appeasement. It is often necessary to take a strong stand to counter unjust aggression. For instance, it is plain to all of us that the Second World War was entirely justified. It “saved civilization” from the tyranny of Nazi Germany, as Winston Churchill so aptly put it. In my view, the Korean War was also just, since it gave South Korea the chance of gradually developing democracy. But we can only judge whether or not a conflict was vindicated on moral grounds with hindsight. For example, we can now see that during the Cold War, the principle of nuclear deterrence had a certain value. Nevertheless, it is very difficult to assess al such matters with any degree of accuracy. War is violence and violence is unpredictable. Therefore, it is better to avoid it if possible, and never to presume that we know beforehand whether the outcome of a particular war will be beneficial or not.

For instance, in the case of the Cold War, through deterrence may have helped promote stability, it did not create genuine peace. The last forty years in Europe have seen merely the absence of war, which has not been real peace but a facsimile founded dear. At best, building arms to maintain peace serves only as a temporary measure. As long as adversaries do not trust each other, any number of factors can upset the balance of power. Lasting peace can assure secured only on the basis of genuine trust.

Chinees toerisme in Tibet is culturele genocide


Het toenemend aantal toeristen in Tibet levert de lokale bevolking nauwelijks winst op. Integendeel. Cultuur en eigenheid van het land en bevolking worden ernstig aangetast. Het Chinese overheidsbeleid trachten de economische groei van Tibet te versnellen. Dat tast echte het voortbestaan van de unieke Tibetaanse cultuur en identiteit aan. Een van de pijlers van die economische ontwikkeling is het toerisme.

Chinees toerisme Tibet, poseren voor cameraTerwijl de autoriteiten trots exponentiële groeicijfers verkondigen en Tibet in China aanprijzen als een ‘exotische bestemming met een mysterieuze cultuur in een spectaculair landschap’, worden de Tibetanen buitengesloten en wordt de controle over het Tibetaans boeddhisme in Tibet verder aangescherpt. China gebruikte de groeiende toeristenindustrie als een van de dekmantels voor toenemende repressie en marginalisering van de Tibetanen.

De opening van de spoorlijn naar Lhasa in 2006 zorgde voor een explosieve toename van het aantal Chinese migranten naar Tibet. In 2007 verder boden het aantal toeristen naar 4 miljoen. De massale protesten in 2008 riepen het toerisme naar de hoofdstad Lhasa tijdelijk een halt toe en het aantal liep met bijna de helft terug. Sindsdien vindt er met enorme overheidsuitgaven en campagnes weer een opleving plaats. Volgens het toerismebureau van de Tibetaanse autonome regio (TAR) was het aantal toeristen in 2010 6,9 miljoen en worden er in 2012 zelfs 10 miljoen verwacht. Nieuwe grote infrastructuurprojecten worden gerealiseerd om de groeiende stroom Chinese toeristen – en migranten – aan te voeren. Lhasa is via de spoorlijn met al zeven grote Chinese steden verbonden en er zijn vijf commerciële vliegvelden in Tibet.

Chinees toerisme Tibet, toeristenDe Chinese regering heeft omvangrijke plannen om de Tibetaanse cultuur en natuur te vercommercialiseren. Daar vallen pelgrims bestemmingen zoals de heilige berg Kailash en meren als Yamdrok Tso onder. In juli werd de bouw van een groot cultuurproject aangekondigd. De autoriteiten investeren drie miljard euro in het pretpark over de Tibetaanse cultuur in de buurt van Lhasa. Xinhua citeerde de onderburgemeester van Lhasa: ‘Het levend museumproject is opgezet om de toeristische naam van Tibet te verbeteren en het moet een mijlpaal zijn in de cultuurindustrie.’

Volgens het staatspersbureau moet het project binnen drie à vijf jaar voltooid zijn. Het thema is de Chinese prinses Wencheng, die in de zevende eeuw de Tibetaanse koning Songsten Gampo duwde. China baseert zijn aanspraken op Tibet op die verbintenis. Door een karikatuur van de Tibetaanse historie en cultuur te maken, probeert China de geschiedenis van Tibet te herschrijven en de Tibetaanse cultuur en identiteit te vervangen door een communistische versie.

Het Tibetaans boeddhisme is voor China een primair doelwit voor de commercialisering van de Tibetaanse cultuur. Waar eens honderden monniken op binnenplaatsen van kloosters debatteerden, staan nu souvenirkramen en kunnen toeristen in pseudo traditionele Tibetaanse dracht voor camera’s poseren. Even oude kloosters, zoals Samye en Tashilhunpo, hoe zijn van een boeddhistische studiecentra omgevormd tot commerciële ondernemingen.

Chinees toerisme in Tibet, LhasaHet aantal monniken en nonnen is drastisch teruggebracht en de traditionele leer wordt aangevuld met de communistische leer en propaganda. Chinezen verkleed als monniken brengen voor exorbitante prijzen Tibetaanse wierook, gebedsvlaggen en andere boeddhistische souvenirs aan de man. De bekende Tibetaanse schrijfster Woeser schreef in een blog dat buitenstaanders hierdoor een verkeerd beeld krijgen van het Tibetaans boeddhisme. ‘Nep boeddhisme heeft de kloosters geïnfiltreerd.’

Toerisme vormt voor de Chinese regering een belangrijke inkomstenbron. In de Tibetaanse autonome regio (TAR) waren de inkomsten uit toerisme in 2007 0.4 miljard euro. Naar verwachting is dat in 2012 zelfs € 1,23 miljard. Deze inkomsten zouden kunnen bijdragen aan opleidingen en werkgelegenheid voor Tibetanen. In de praktijk gebeurt dat niet en worden zij verder gemarginaliseerd. Zo worden de Tibetaanse gidsen vervangen door Chinese gidsen. Deze schotelen een Chinese versie van de cultuur voor, zodat dit Tibetanen niet langer rentmeesters zijn van hun eigen unieke cultuur. Ook taxichauffeurs en eigenaren van restaurants en hotels zijn vooral Chinese migranten.

Analisten melden dat een groot deel van de inkomsten uit toerisme de regio verlaat. De econoom Andrew Fischer, die gespecialiseerd is in China en Tibet, zei: “de meeste toeristen die de TAR bezoeken zijn Chinezen en zij verblijven meestal in Chinese hotels aan de westkant van Lhasa dicht bij een overvloedig aanbod van Chinese restaurants en entertainmentcentra. Het is waarschijnlijk dat bijna al deze inkomsten uit toerisme, die via dergelijke locaties binnenkomen, bijna net zo snel uit de provincie wegvloeien als ze binnenkomen.”

Chinees toerisme Tibet, treinverbindingenChinees toerisme Tibet, westerlingenToeristen uit het Westen en uit andere Aziatische landen dragen nauwelijks bij aan de groei en ze maken nog geen 10% uit van het totale aantal toeristen dat Tibet bezoekt. De regels om de TAR binnen te komen, worden steeds meer aangescherpt via ingewikkelde aanvraagprocedures. Toeristen mogen uitsluitend begeleid worden door gidsen die door de autoriteiten geautoriseerd zijn. Die beweren dat deze beperkingen slechts bedoeld zijn om buitenlandse toeristen te beschermen tegen mogelijke gevallen van “onrust”.

De achterliggende oorzaak is dat China weet dat in het verleden toeristen ooggetuige waren van mensenrechtenschendingen in Tibet en hierover berichtten. Regelmatig worden Tibetaanse gebieden afgesloten voor buitenlandse toeristen, zoals in de voor de Chinezen gevoelige maand maart, als de Tibetanen wereldwijd de volksopstand in Lhasa van 1959 herdenken en rondom andere politiek gevoelige perioden. Toch blijft het belangrijk dat toeristen Tibet bezoeken. Dan ziet de wereld, zoals ook de Dalai Lama stelt, met eigen ogen hoe China de mensenrechten in Tibet schendt.

Bron International Campaign for Tibet.

Boeddhisten en geweld



Door Jelle Seidel – Boeddhistisch Dagblad

Dit artikel is eerder verschenen op de website van de Stichting Vrienden van het Boeddhistme.
Zijn boeddhisten per definitie pacifisten? Af en toe kom je een uitspraak tegen als de volgende:

‘Ik heb een grote behoefte aan ultieme geweldloosheid. Niet een beetje, maar zoals de Dalai Lama zegt totaal. We moeten er niet mee sjoemelen. In Birma martelen soldaten boeddhistische monniken. Voor sommigen is dat verwarrend, die soldaten zijn toch ook boeddhisten. Maar dat is niet waar, ze liegen. Boeddhisten volgen geen opleiding in het moorden of niet vermoord worden. Nog nooit zijn in naam van de Boeddha soldaten een land binnengevallen.’
Hans de Booij in Boeddhistisch Dagblad, 29 juni 2012

Ik heb over zulke opvattingen mijn bedenkingen gehad sinds Brian Victoria eind jaren negentig onthulde hoe verstrengeld de Japanse zenbeoefening was met de Japanse oorlogvoering in de twintigste eeuw. Hier volgt een pleidooi voor meer realisme en voor minder utopisme: erken de feiten en construeer geen zuivere leer.

Buddhist Warfare – Michael K. Jerryson & Mark Juergensmeyer

Historisch is er een aantal ‘boeddhismes’ met een enorme diversiteit aan beginselen, praktijken en volgelingen. Om die te begrijpen als het gaat om gebruik van geweld moet je hun relaties met de staatsmacht in hun omgeving bestuderen. Wat ook nuttig is, is goed kijken naar de houding van de Boeddha zelf, en wat hij onderwees. Hij was geen pacifist, maar leerde mensen zelfonderzoek. Dat maakt nederig.

‘Geweld vind je in alle religieuze tradities; daar vormt het boeddhisme geen uitzondering op. (…) Diverse boeddhistisch tradities kennen een lange geschiedenis van geweld,’ schrijft Michael Jerryson in de inleiding van Buddhist Warfare (2010). Hij wil bovenal de misvatting bestrijden dat boeddhisme alleen maar vredelievend is. Achterin het boek staat zelfs een lijstje met boeddhistische oorlogen, van de jaren 402-517 (boeddhistisch geïnspireerde revoltes in China) tot 2002-2010 (boeddhistische soldaten in Thailand werken undercover als volledig gewijde monniken).

‘Boeddhistische’ oorlogen zijn er op uiteenlopende plaatsen gevoerd: Tibet, Mongolië, Japan, China, Sri Lanka, Thailand, en om allerlei redenen. Er zijn specifiek religieuze oorlogen. De boeddhistische gemeenschap moet bijvoorbeeld worden verdedigd tegen aanhangers van andere religies. Tradities vechten hun ideologische geschillen uit. Ketters worden bestreden.

En er zijn burgeroorlogen en andere oorlogen. Boeddhistische leiders verlenen legitimiteit aan staatsoptreden tegen rebellen. Boeddhistische organisaties leveren actieve ideologische en praktische bijdragen aan oorlogvoering door hun almachtige staten. Vaak gaat het om monniken die vechten als soldaten. In door burgeroorlog gevaarlijke gebieden worden kloosters soms door de staat zodanig beschermd dat ze veranderen in militaire forten. Hoe groter de verwevenheid tussen staat en sangha, hoe groter de kans dat monniken meevechten of op zijn minst de soldaten zegenen.

De zuivere leer

Je kunt dit probleem wegredeneren door te zeggen dat boeddhisten die dit doen geen echte boeddhisten zijn. Dat doet Brian Victoria in zijn bijdrage in Buddhist Warfare, en sommige geleerden zijn dat in hun bijdragen met hem eens. Maar over het algemeen is de teneur van dit boek een andere: het is historisch niet gerechtvaardigd om een ‘echt’ of ideaal boeddhisme te construeren.

Al vanaf de tijd van de Boeddha (ca. 490-410 v.Chr.) bestaat er ambiguïteit in boeddhistische geschriften en praktijken over het gebruik van geweld tegen personen – fysiek, symbolisch of door feitelijk sociaal gedrag (dus meer dan alleen oorlogvoering). Het voorschrift voor de boeddhist is weliswaar overduidelijk: geen levende wezens doden noch verwonden. Maar er bestaan soetra’s, zoals de Satyakaparivarta Soetra en de Suvarnaprabasha (Gouden Licht) Soetra, die staatsgeweld tot op zekere hoogte legitimeren.

De koning wordt in de teksten gebonden aan hoge ethische normen, en daarom wordt vooral de Gouden Licht Soetra vaak geprezen. Maar in dezelfde soetra staat dat de koning – als het nodig is – wel degelijk geweld mag gebruiken. Hij moet bedreigingen van de sociale orde kunnen bestrijden. Oorlog voeren, doden en zelfs marteling zijn toegestaan, mits uit compassie. Wetsovertreders moeten worden gestraft naar de zwaarte van hun overtreding, desnoods met de dood.

In historische geschriften worden allerlei redenen genoemd waarom doden met compassie onder voorwaarden geoorloofd is. Als de intentie en de geesteshouding maar goed zijn, zou de daad zelf niet meer tellen. Kun je eigenlijk wel doden als alles en iedereen één is? In het Mahayana-boeddhisme bestaat de leer van de Twee Waarheden: in absolute zin doden wij niet, maar in dit relatieve samsara, het aardse bestaan, kun je soms niet anders.

Naast redeneringen ter rechtvaardiging van geweld tegen andere mensen is er de gewelddadige mythologische symboliek. Zo staat de bodhisattva Vajrapani symbool voor de gewelddadige onderwerping en bekering van Mahesvara, een niet-boeddhistische godheid.

Barak op Thais tempelterrein

De leer is dus niet altijd zo zuiver. En de praktijk is vaak moeilijker dan de leer. Het boeddhisme kent, net als andere religies, een enorme diversiteit aan beginselen, praktijken en volgelingen. Boeddhisten belijden overal de Vier Edele Waarheden, maar hun stromingen en scholen interpreteren die op zeer uiteenlopende wijzen.

Er is geen door iedereen onderschreven canon. Ook als het over boeddhisme en geweld gaat, hebben we te maken met het gedrag van een grote verscheidenheid aan personen die zich boeddhist noemen of lid zijn van zeer diverse boeddhistische organisaties. En ze zijn ook staatsburgers.

Boeddhisme en staatsmacht

Tijdens het leven van de Boeddha moest de sangha zich al verstaan met heersers van kasten, koningen en generaals. Boeddhistische tradities ontwikkelden zich niet in een vacuüm, maar binnen een van meet af aan gepolitiseerde omgeving. De Boeddha zelf werd geboren in de kaste van krijgslieden en kende het politieke systeem waarbinnen zijn sangha moest functioneren. Zijn monniken gedroegen zich aanvankelijk binnen het grondgebied van de heersers in zijn regio als een soort onschendbare buitenlandse diplomaten.

Maar niets voor niets: de sangha moest balanceren tussen gehoorzaamheid aan de eigen voorschriften en gehoorzaamheid aan de wetten van de heersers. De relatie met de staatsmacht moest goed gehouden worden, ook om financiële redenen. Dat gaf morele spanningen over het gebruik van geweld en op den duur ontsporingen. Volgens Jenkins, Maher en Xue Yu in Buddhist Warfare komt de leer van het ‘doden met compassie’ uit deze spanning voort. Het aanvankelijke verbod op het wijden van soldaten tot monniken kon historisch niet altijd worden volgehouden.

Zegening militairen in Sri Lanka

Staten hebben zo hun behoeften, zeker naarmate ze groter, centraler en machtiger worden. Staatssteun aan de sangha, met kloosters als staatsvrije sfeer, vereiste steun van de sangha aan de staat. Het tot op zekere hoogte legitimeren van het gebruik van geweld was daarvan een voorbeeld. De sangha had weinig invloed, dus dan maar proberen om de verschrikkingen van oorlogen binnen redelijke grenzen te houden. Deze opvatting valt ook te lezen in preken van monniken in Sri Lanka voor soldaten in de recente oorlog tegen de Tamils.

In dit precaire evenwicht tussen staat en sangha gingen de boeddhistische tradities geregeld over de schreef door de Dharma te verwarren met staatsbelang, nationalisme en patriottisme. Voorbeelden te over in Buddhist Warfare, van de Mongolen en de vijfde Dalai Lama in de 17e eeuw tot de ‘soldaten-zen’ in het Japan van de 20e eeuw, het Chinese boeddhistische nationalisme tijdens de Koreaanse oorlog in het midden van de vorige eeuw en de huidige conflicten tussen boeddhisten en moslims in Thailand. En Birma, kunnen we sinds 2012 aanvullen.

Het gaat niet alleen om morele keuzen van individuen. Boeddhistische tradities opereren nu eenmaal in een politiek krachtenveld. Het is belangrijk deze omstandigheden te begrijpen.

Wat de Boeddha onderwees

Velen menen dat boeddhisten ook pacifisten behoren te zijn, waarbij pacifisme wordt opgevat als een levenshouding die elke vorm van geweld verwerpt, om welke reden dat geweld ook toegepast wordt. Paul Fleischman, vipassanaleraar in de traditie van S.N. Goenka, is het hier niet mee eens. In een beschouwing onder de titel The Buddha Taught Nonviolence, Not Pacifism analyseert hij wat de Boeddha hierover onderwees.

Volgens Fleischman zijn er fundamentele verschillen tussen de geweldloosheid die de Boeddha predikte en het pacifisme. De Boeddha onderwees geen sociale of politieke filosofie, maar een individuele levensweg. Geweldloosheid, zo min mogelijk schade berokkenen, is geen geloofsregel, maar een praktische noodzaak als je de Weg wilt gaan. De Boeddha stimuleerde eenieder op pad te gaan, en hij erkende daarbij verschillende niveaus van persoonlijke ontwikkeling, uiteenlopende sociale rollen en verplichtingen, verantwoordelijkheden en dwingende omstandigheden. Kortom, hij onderwees iedereen al naar gelang zijn karma.

Met koningen en generaals heeft hij – soms zelfs hartelijke – relaties, maar hij vermeed politieke betrokkenheid. Hij veroordeelde hen niet, noch adviseerde hij deze machthebbers om hun politiek te veranderen of hun posities op te geven. Wel moedigde hij hen aan om hun werk te doen met een zuivere geest en een pad te gaan van compassie en harmonie.

Soldaten vroeg hij naar hun motivatie. Kun je het doden baseren op liefde voor wie je beschermt in plaats van op haat voor wie je bestrijdt? Geweldloosheid is een levenslange persoonlijke opdracht. Je moet anderen niet veroordelen, maar juist hun geweldloze potentieel zien. Geweldloosheid is niet hetzelfde als passiviteit. Soms zijn harde acties nodig om kwaad te beteugelen. Het gaat om de intenties die erachter zitten.

De Pali Canon beschrijft de Boeddha als een wandelaar op de Middenweg tussen directe betrokkenheid bij specifieke politieke (gewelds-)kwesties – maar zover liet hij het zelf nooit komen – en tot medeplichtigheid leidende aanvaarding van onrechtvaardigheid. Ook dat probeerde hij te vermijden.

Het geweld in ons

Het is verleidelijk om een ideaal, moreel hoogstaand boeddhisme te construeren en de werkelijkheid daartegen af te zetten. Maar waarom boeddhistische soldaten veroordelen?

Op de laatste bladzijde van Buddhist Warfare zegt de Japan-deskundige Bernard Faure: ‘Het is hoog tijd ons de vraag te stellen of boeddhist zijn niet juist een confrontatie vereist met het geweld dat steeds dreigend en kernachtig aanwezig is in de werkelijkheid (en in ieder individu), in plaats van het probleem te omzeilen door hoog van de metafysische en morele toren te blazen.’

Een mooie conclusie, lijkt me zo.

Dit artikel werd al eerder geplaatst in het Boeddhistisch Dagblad, op 17 april 2013. Jelle Seidel is vorig jaar overleden.

Jerryson, M.K., Juergensmayer, M. (eds.) Buddhist Warfare. New York: Oxford University Press, 2010. Met:
Michael Jerryson: Introduction;
Paul Demiéville: Buddhism and War
Stephen Jenkins: Making Merit through Warfare According to the Arya-Bodhisattva-gocara-upayavisaya-vikurvana-nirdesa Sutra;
Derek F. Maher: Sacralized Warfare: the Fifth Dalai Lama and the Discourse of Religious Violence
Vesna A. Wallace: Legalized Violence: Punitive Measures of Buddhist Khans in Mongolia;
Brian Daizen Victoria: A Buddhological Critique of ‘Soldier-Zen’ in Wartime Japan;
Xue Yu: Buddhists in China during the Korean War (1951-1953);
Daniel W. Kent: Onward Buddhist Soldiers: Preaching to the SriLankan Army;
Michael Jerryson: Militarizing Buddhism: Violence in Southern Thailand;
Bernard Faure: Afterthoughts.
Schliff, H.M., ‘A Review of Buddhist Warfare’
Fleischman, P. The Buddha Taught Nonviolence, Not Pacifism. Samenvatting – Gratis E book

Geen vrijheid van religie in Turkije



Afbeeldingen van de Boeddha zijn taboe in Turkije. Yogacentra mogen in Turkije voortaan geen Boeddhabeelden of mantrasymbolen meer hebben. Ook mag daar geen religieuze muziek meer worden gespeeld of beluisterd en wierook worden aangestoken.

Dat heeft de Turkse sportfederatie HIS woensdag aan alle yogacentra in dat land bekend gemaakt. Het zou namelijk worden opgevat als zendingswerk. Als een yogacentrum zich niet aan deze regels houdt dan wordt ze voor straf gesloten. Naar schatting zijn er zeventigduizend boeddhisten in Turkije die in enigerlei vorm het boeddhisme praktiseren.

De vrijheid van meningsuiting en religie staat onder druk in Turkije. Journalisten worden gearresteerd of het land uitgezet als ze ingaan tegen gevestigde meningen, christelijke organisaties bedreigd.


Het verbod van de Turkse Sportfederatie staat haaks op het initiatief, in april dit jaar, van duizenden Turkse studenten die online een campagne begonnen om op campussen van universiteiten in Turkije boeddhistische- en Jedi tempels in te richten. Ze doen dit in een reactie op het besluit van de autoriteiten om bij elke universiteit in Turkije een moskee te bouwen. Turkije is officieel een seculiere land met geen officiële godsdienst sinds de hervormingen in de jaren 1920 en ‘ 30 door Mustafa Kemal Ataturk, de president van het land van 1923 tot 1938.

De campagne kwam in een stroomversnelling na een verklaring van de rector van Istanbul Technische Universiteit (ITU), Mehmet Karaca, die vorige maand zei dat op de campus een moskee zou worden gebouwd als gevolg van de enorme vraag. Behalve om boeddhistische tempels vragen de studenten ook om Jedi tempels. De Jedi zijn een fictieve ridderorde uit de populaire filmsaga Star Wars. Ze zijn een mix van magische ridders, religieuze leiders, monniken en filosofen. De bewakers van vrede en gerechtigheid in de Galactische Republiek. Ze dienen deze Republiek en de Galactische Senaat.

Met name de studenten uit andere godsdiensten besloten hun verzoekschriften in te dienen.   Een van de campagnes werd georganiseerd door studenten van de ITU, die willen dat er een boeddhistische tempel op het terrein van de universiteit wordt gebouwd. Het verzoekschrift is al door bijna twintigduizend studenten ondertekend. Er zijn ook al genoeg fondsen om de bouw te realiseren. Volgens een van de studenten is het ironisch genoeg zo dat degenen die over islamofobie praten niet tolerant zijn ten opzichte van andere religies. De dichtstbijzijnde boeddhistische tempel ligt op tweeduizend kilometer afstand van Istanbul. De invloed van de islam in het land neemt zodanig toe dat het niet uit te sluiten is dat Turkije haar seculiere staatsvorm zal gaan verliezen. Er is tenslotte maar een waarheid : de absolute waarheid van de religie van vrede , de islam.

De droom van een Ontwaakt India



Het sociale boeddhisme van Ambedkar

Kees Moerbeek

In India leven op dit moment zo’n acht miljoen boeddhisten; velen daarvan zijn dalits (onaanraakbaren). Na het verdwijnen van het boeddhisme van het Indiase schiereiland tussen de tiende en dertiende eeuw herintroduceerde Ambedkar het boeddhisme in India. Zijn doel was om hierdoor het traditionele kastensysteem te beëindigen en het land om te vormen tot een ontwaakte samenleving. Daar is ‘Babasaheb’ te vroeg voor overleden, maar hij heeft dalits hun menselijkheid teruggegeven. Baba is een respectvolle term voor (groot)vaders en oudere mannen in het algemeen, nog respectvoller gemaakt door er ‘saheb’ (mijnheer) aan toe te voegen.

‘Vandaag de dag worden de Indiërs geregeerd door twee verschillende ideologieën. Hun politieke ideaal is vastgelegd in de preambule van de grondwet dat een leven verzekert van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Hun sociale ideaal dat belichaamd wordt in hun geloof (het hindoeïsme red.) ontkent dit.’ Dit citaat is de dalit en neo-boeddhist dr. Bhimrao Ramji ‘Babasaheb’ Ambedkar (1891-1956) ten voeten uit.

Kastendiscriminatie is sinds de onafhankelijkheid van India in 1947 ongrondwettelijk. De regering is wettelijk verplicht een beleid van positieve discriminatie te voeren om de maatschappelijke achterstand van de dalits op te heffen. Ondanks de geboekte verbeteringen is weinig vooruitgang bereikt. De ‘onreine’ dalits, zoals onaanraakbaren zichzelf noemen, worden immers nog steeds buitengesloten, vernederd, mishandeld, verkracht en vermoord.

De (mede)auteur van de Indiase grondwet, dr. Bhimrao Ramji ‘Babasaheb’ Ambedkar, is de held van de Indiase dalits. Hij werd geboren in 1891 en behoorde tot de onaanraakbare Mahars. Zijn vader en grootvader waren militairen in Britse dienst, waardoor hij naar school mocht gaan. Hij was een van de eerste dalits met een universitaire opleiding. Door in woord en daad als jurist en politicus op te komen voor de rechten van onaanraakbaren verwierf Ambedkar grote faam. In 1930 organiseerde hij een processie naar de Kalaram Tempel, in Nashik (deelstaat Marahastra). Dit was om voor hindoe dalits toegang af te dwingen tot deze tempel. Toen de processie de tempelingang bereikte werd deze door de autoriteiten gesloten. Dit weerhield Ambedkar niet zijn strijd voor gelijkberechtiging voort te zetten, integendeel.


Al zijn hele leven heeft Babasaheb belangstelling gehad voor het boeddhisme. Hij raakte er steeds meer van overtuigd dat de discriminatie van de kasteloze dalits onlosmakelijk verbonden is met het hindoe kastensysteem. In de jaren vijftig van de vorige eeuw nam hij deel aan internationale boeddhistische congressen in Birma en Ceylon (Sri Lanka) en ontmoette de Sri Lankaanse monnik Hammalawa Saddhatissa Maha Thera. Na verschillende publicaties over gelijke rechten voor onaanraakbaren en de rol van het boeddhisme hierbij, bekeerde Ambedkar zich op 14 oktober 1956 tijdens een massaceremonie tot het boeddhisme. Zijn vrouw en hij ontvingen volgens de traditie van een boeddhistische monnik de Drie Geloftes en Vijf Voorschriften van een boeddhistische monnik. Vervolgens ging hij over tot de bekering van zijn 500.000 aanwezige aanhangers. Hij schreef de 22 geloftes voor, na de Drie Juwelen en Vijf Voorschriften. Drie dagen na het afronden van het manuscript van The Buddha and His Dhamma overleed hij, op 6 december 1956.

Sinds zijn dood hebben duizenden Indiase dalits zich bekeerd tot het Ambedkar(ite) Buddhism (Ambedkar boeddhisme). Hindoe critici omschrijven deze massale bekeringen als politieke stunts. Leiders van de dalit partij Bahujan Samaj Party (BSP) beklagen zich, omdat zij vanwege deze massabekeringen afgeschilderd te worden als anti-hindoe en anti-brahmaan. In sommige deelstaten zijn deze massabekeringen verboden, bijvoorbeeld in Gujarat waar de hindoe nationalistische Bharatiya Janata Party (BJP) het voor het zeggen heeft.

Conflicterende wereldbeelden

Mangesh Dahiwale wijdt in Rethinking Karma, the Dharma of Social Justice een hoofdstuk aan het werk van Ambedkar en het Ambedkar boeddhisme. De geschiedenis van India en van ‘kaste’ is niet anders dan het conflict tussen de wereldbeelden van brahmanen en boeddhisten. De brahmaanse (=Arische) invasie van India omstreeks 1500 voor Christus was het begin van dit conflict. De Ariërs hebben een stelsel van varna’s (varna = kleur) ingevoerd; de viervoudige indeling van de samenleving waaruit het latere kastenstelsel zou zijn ontstaan.

De verdeling van het kastensysteem in brahmanen, krshatriya’s, vaisya’s en shudra’s gaat terug tot de Rig-Veda, die geschreven zou zijn tussen 1700 en 1100 voor Christus. Het is de oudste van de vier canonieke, heilige hindoeteksten, die bekend staan als de Veda’s. Ze bevatten de door God aan de mensheid geopenbaarde eeuwige en universele kennis.

De historische Boeddha leefde in de zesde eeuw voor Christus in de Spiltijd (800 tot 200 v. Chr.) In zijn tijd bestond weliswaar een systeem van verschillende sociale klassen, maar geen star kastensysteem. Deze Spiltijd was een van de vruchtbaarste periodes uit de geschiedenis. Het was de tijd van onder andere Boeddha, Socrates, Confucius, de profeet Jeremia, Mencius en Euripides. Zij brachten grote veranderingen in de godsdienst en filosofie teweeg, die tot op heden de basis van de beschaving vormen. Zij leefden in verschillende delen van de wereld en hadden geen contact met elkaar, maar de grote overeenkomst is dat zij hun heil niet zochten in (theologische) leerstellingen. Zij predikten dat mensen hun egoïsme en hebzucht, hun gewelddadigheid en liefdeloosheid moesten laten varen voor een leven van mededogen. De Spiltijd was over zijn hoogtepunt heen toen dogma’s en verplichte leerstellingen de overhand kregen.

Tijdens het 140-jarige bestaan van het boeddhistische Mauryaanse rijk (ongeveer 321 tot 185 v. Chr.; een van de keizers was de beroemde Ashoka ) verloren de tot dan toe machtige brahmanen veel aanzien en macht. Zij hebben volgens Ambedkar met generaal Pushyamitra samengezworen om hun hegemonie te herstellen. Met de moord op keizer Brhadratha, Ashoka’s kleinzoon, greep Pushyamitra de macht en een bloedige vervolging van het boeddhisme begon. Hij was de eerste koning en stichter van de brahmaanse Shunga dynastie. Het was als een contrarevolutie tegen de omwenteling die de Boeddha teweeg bracht.

Na deze machtsovername werden gezaghebbende brahmaanse teksten geschreven om het boeddhisme te bestrijden. Deze sanctioneren de fundamentele sociale ongelijkheid van het hindoe kastesysteem. De meest gezaghebbende en omstreden bron is de Code van Manu (Manu Smṛti of Mānava-Dharmaśāstra). Volgens de overlevering is dit ‘wetboek’ geopenbaard door Brahma zelf. Het gaat in dit korte artikel te ver om Ambedkars beschrijving van het verdere verloop van het conflict te beschrijven.

Ambedkars Navayana

Om het boeddhisme aan de passen aan de moderne tijd had Ambedkar twee opdrachten: 1. het zuiveren van het boeddhisme van vreemde, met name brahmaanse invloeden, en 2.het bevrijden van zijn volk van geestelijke en sociale slavernij om een democratisch maatschappelijk systeem mogelijk te maken.

Om de Indiase kastesamenleving te veranderen is een sangha nodig, die niet per se monastiek is. De sangha die hij voor ogen had bestaat ook uit leken. Het fulltime bezig zijn met de dharma, zoals monniken doen heeft voordelen, maar ook nadelen. Het parttime bezig zijn met de dharma, zoals leken doen, heeft dat ook. Beide kunnen elkaar aanvullen en op het rechte pad houden. Een van de redenen dat het boeddhisme verdween uit India is juist het verval en verdwijnen van de monastieke sangha.

Dalit protest
David Brazier roept de vraag op wat de Boeddha beoogde na zijn verlichting. Brazier is van mening dat de Boeddha een ontwaakte samenleving tot stand wilde brengen. Dahiwale ziet hierin een overeenkomst met Ambedkars visie. Boeddha’s belangrijkste doel is het beëindigen van het lijden, maar Ambedkar herformuleert dit en verbreedt dit tot de hele samenleving. Kort gezegd: de Dharma beoogt iemand in een boeddha te veranderen en de wereld in een sangha. Zijn visie op boeddhisme noemt hij Navayāna (= nieuw voertuig), die toepasbaar is op alle samenlevingen. Omdat dr. Bhimrao Ramji ‘Babasaheb’ Ambedkar te vroeg overleed kon hij slechts het fundament leggen van deze sangha.


De Britse monnik Sangharakshita (Dennis Lingwood) heeft na Ambedkar’s overlijden meegeholpen leiding te geven aan diens neo-boeddhistische beweging in India en heeft zijn gedachtengoed verder uitgewerkt. Terug in het Verenigd Koninkrijk was hij mede-oprichter van de Friends of the Western Buddhist Order (FWBO) en de Indiase Trailokya Bauddha Mahasangha Sahayaka Gana (TBMSG). Nu heet TBMSG/FWBO Triratna Bouddha Mahasangha, een internationale neo-boeddhistische beweging met 60 centra op vijf werelddelen.

The Karuna Trust bijvoorbeeld, werkt sinds 1980 voor Indiase dalits door fondswerving voor sociaal werk en Dharma-projecten op het gebied van onder andere onderwijs, als ‘education hostels’ voor dalit kinderen in steden en vrouwenwerk, waaronder microkredieten, onderwijs en vrouwenrechten.

Een ander voorbeeld is het Jai Bhim Network in Hongarije. Sinds 2007 werkt dit network aan de maatschappelijke integratie van Roma door bijvoorbeeld onderwijs en runt meer dan zes scholen, zoals de dr Ámbédkar Gimnázium (dr. Ambedkar Highschool). Bij deze ontwikkelingsactiviteiten wordt gebruik gemaakt van de ervaringen met het werk voor Indiase dalits.  

Dalits: de verschoppelingen van India

Volgens de volkstelling van 2011 leven in India officieel 201,4 miljoen onaanraakbaren of kastelozen. Scheduled Castes and Tribes (SC’s) heten ze officieel, maar ze noemen zichzelf vaak dalit. Het Sanskriete ‘dal’ betekent gebroken, uitgesloten en onterecht.

Hun totale aantal wordt geschat op 300 miljoen op een bevolking van 1,2 miljard. Dit komt omdat moslims en christenen onder hen niet meegeteld zijn. Omdat ze niet geregistreerd zijn kunnen zij geen beroep doen op de wettelijke beschermingsmaatregelen. Meer dan driekwart van de SC’s woont op het platteland. Dalits leven ook in Bangladesh, Nepal, Pakistan en Bangladesh.

De Australische organisatie Walk Free, dat slavernij bestrijdt schat dat er wereldwijd 29,8 miljoen slaven zijn. Daarvan leeft bijna de helft, 13,9 miljoen, in India. Dit zijn Dalits en Advisi. De laatste zijn etnische en in stamverband wonende groepen, waarvan aangenomen wordt dat zij de oorspronkelijke bewoners van het Indiase continent zijn. In 2001 waren er ruim 84 miljoen Advisi. Zij behoren ook tot de ‘Scheduled Castes’.

Het kastensysteem was oorspronkelijk een beroepenhiërarchie, die voorkwam uit de arbeidsverdeling. Onder invloed van sommige brahmanen en sociaaleconomische ontwikkelingen degenereerde het systeem. Kenmerkend voor het traditionele hindoe kastensysteem is de fundamentele erfelijke ongelijkheid. Mensen worden ingedeeld in verschillende sociale groepen op basis van hun afkomst. Er zijn vier grote verschillende kasten, die onderverdeeld zijn in honderden subkasten met hun eigen rangorde en leefregels.

Omdat dalits buiten het traditionele kastenstelsel gesloten zijn, worden ze als ‘onrein’ gezien en behandeld. Zij zijn veroordeeld tot de minste baantjes, zoals het opruimen van dode mensen en dieren, het ontstoppen van riolen, het schoon maken van toiletten en het wassen van kleren, die zijn bevuild met bloed of uitwerpselen. Ze moeten buiten het dorp wonen en leden van andere kasten willen niets aanraken wat aangeraakt is door een dalit.

Aanranding, verkrachting en gedwongen tempelprostitutie van dalitvrouwen komen op het Indiase platteland geregeld voor; in de grote steden handel is in dalitvrouwen voor commerciële prostitutie in opkomst. Zij die hiervan aangifte willen doen worden vaak weggestuurd door politieambtenaren, die vrijwel altijd van een hogere kaste zijn.

22 Vows of Dr. Ambedkar
J. Watts (ed). Rethinking Karma, the Dharma of Social Justice. Chiang Mai (Thailand): Silkworm books, 2009.
Caste problem
Meet world’s Number 1 slaveholder: India
Website Karuna
Website Jai Bhim Network

200 monniken en nonnen in Nepal omgekomen



Ten gevolge van de aardschokken in Nepal op 25 april en de dagen erna zijn ongeveer tweehonderd boeddhistische monniken en nonnen onder het puin van hun kloosters geraakt en omgekomen Meer dan duizend boeddhistische kloosters zijn ingestort of zijn niet meer bewoonbaar.

Nepal tempelAlleen al in het district Sindhupalchowk werden 215 kloosters met de grond gelijk gemaakt.  In Gorkha stortten meer dan honderd kloosters in en 105 in Dhading, zestig in Rasuwa en zestig in Solukhumbu.  Ook in de regio’s Nuwakot, Dolakha, Ramechhap, Okhaldhunga, Makwanpur, Lamjung en Syangja stortten de kloosters in. Waaronder de bekende als Seto Gumba in Ramkot; Rato Gumba in Sitapaila, beide gelegen in de rand van Kathmandu; Khumchey Gumba in Gorkha; Chrighyang Gumba in Dolakha en Chirite Gumba in Sindhulpalchok.

Bron BNN

Reddingsplan voor stoepa Swayambhunath tempel



Een team van specialisten van de Unesco is bezig een reddingsplan op te stellen voor de stoepa van de Swayambhunath tempel in Kathmandu in Nepal. Het gebouw zelf staat nog overeind, maar het interieur is letterlijk een puinhoop. Het Unesco-team is begonnen met een “rescue mission” om te voorkomen dat artefacten uit dit Werelderfgoed worden gestolen. De verwoestende aardbeving  van vorige week zaterdag heeft niet alleen geleid tot het verlies van mensenlevens, het heeft ook verschillende unieke culturele complexen voor decennia beschadigd.

Het zeven leden tellende team is nu de schade aan het opnemen. Er wordt een lijst samengesteld van stenen- en terracotta objecten die als gevolg van de aardbeving zijn beschadigd. De objecten worden ondergebracht in een bewaakt pand in de buurt. Aan restauratie wordt nog niet gedacht, daar is geld voor nodig en eerst moeten de objecten veilig worden gesteld.

De Swayambhunath tempel in  Nepal wordt beschouwd als een van de oudste religieuze complexen in Nepal, en staat in hoog aanzien bij zowel boeddhisten als hindoes.  Hoewel de prachtige stoepa van de tempel intact is, slechts een kant van het gebouw is gedeeltelijk beschadigd, zijn de winkels, hutten en religieuze monumenten binnen het complex vernietigd. In de volksmond staat het complex, gelegen op een heuveltop, bekend als de ‘monkey tempel’, vanwege de vele apen rondom en op het tempelterrein. De apen zijn nog er nog steeds, en verplaatsen zich temidden van de vernietigde gebouwen.

Het team is van plan de plaatselijke gemeenschap en archeologen bij de wederopbouw te betrekken. Tijdens het herstellen van de artefacten, hebben deze conservatoren ongeveer duizend  keramische objecten ontdekt, die niet eerder bekend waren.

China’s new directive on controversial Shugden



China’s new directive on controversial Shugden spirit in Tibet in bid to further discredit Dalai Lama

  • The Chinese government has issued a new directive on propitiation of a controversial Tibetan Buddhist spirit in a bid to further discredit the Dalai Lama.
  • The document, couched as protecting freedom of religion of the Tibetans under China’s Communist Party control, nonetheless uses this pretext to project the Dalai Lama as the wrongdoer. This demonstrates that the Chinese authorities are aligned with protestors in the West who propitiate Shugden and have been denigrating the Dalai Lama when he travels to the U.S. and Europe.
  • Describing the Shugden issue as “an important front in our struggle with the Dalai Clique,” the document, obtained by ICT, could be the first such set of overt official guidelines from inside Tibet.
  • The Dalai Lama has repudiated the propitiation of Shugden (also known as “Dolgyal”) for its sectarianism, among other reasons.
  • The Chinese authorities for several years have been promoting the propitiation of Shugden inside Tibet as a part of their campaign to undermine the Dalai Lama.
  • Following the official advisory, which was circulated last year but has only just reached ICT, two Tibetans in the Tibet Autonomous Region have been imprisoned – one for ten years – for allegedly discouraging propitiation of the Shugden ‘protector’ spirit in Tibet.


A copy of the document, entitled “Some opinions on dealing correctly with the ‘Gyalchen Shugden’ issue” and issued by the General Office of the Communist Party Committee of the Tibet Autonomous Region, is translated below from Tibetan into English. It was released on February 20, 2014, but has only just reached ICT due to restrictions on information and the dangers of sending such documents outside Tibet. The document states that the issue “should be given a high degree of importance, and clearly recognized as a deceitful ploy by the 14th Dalai’s Clique to split the country.” This characterization of the issue indicates that Tibetans who encourage others not to propitiate the spirit in accordance with the Dalai Lama’s advice could face criminal charges and imprisonment. The Dalai Lama, who himself had propitiated Shugden at one time, has said that after thorough investigation there were “profound historical, social and religious problems associated with it.”[1]

In December 2014, a Tibetan man from Chamdo (Chinese: Changdu) named Uyak Tulku Lobsang Tenzin was sentenced to ten years in prison, because he urged residents of his home town to follow the Dalai Lama by not participating in Shugden propitiation, according to Radio Free Asia Tibetan service.[2] In early June 2014, four months after the document on Shugden was issued, a 77-year old Tibetan man, Jamyang Tsering, also from Chamdo (Chinese: Changdu) was imprisoned after encouraging a group of students to follow the guidance of the Dalai Lama and to always “hold to their pride in being Tibetan. […] He had also advised as many people as possible in local gatherings not to worship Shugden.”[3] According to the same source, Jamyang Tsering, who suffers from abdominal disorders, diabetes, and high blood pressure, among other ailments, was sentenced to a year and a half in prison.

The ‘Opinions’ document indicates that the Chinese authorities are politicizing an internal Buddhist matter as a divisive weapon in a systematic ideological campaign against the Dalai Lama that attempts to sever connections between Tibetans in exile and those inside Tibet. It can also be viewed as a means of diverting attention from oppressive Communist Party policies against religion by attempting to drive a wedge among Tibetans. In the document, the Party Committee does not only blame the Dalai Lama for “instigating the self-immolations” that have swept Tibet since 2009,[4] but it also blames the “Dalai Clique” for using “the Gyalchen Shugden issue to stir up divisions and instability in Tibet.”

Followers of Shugden – led by Westerners from the “New Kadampa Tradition” (“NKT”) now operating as the International Shugden Community – have organized strident demonstrations against the Dalai Lama in global capitals where he travels.[5]

Matteo Mecacci, President of the International Campaign for Tibet, said: “This document on Shugden opens up a new front on the cultural battleground targeting Tibetans for their loyalty to the Dalai Lama, in a political environment that is already deeply oppressive. It also provides confirmation that the Shugden supporters in the West are aligned with the Chinese Communist government’s agenda on Tibet, which threatens the very survival of Tibetan religion and cultural identity.”[6]

Some counties in the Tibet Autonomous Region have followed the guidelines in imposing similar regulations. A harsh new set of regulations in Driru (Chinese: Biru), Nagchu (Chinese: Naqu) prefecture included one provision that stated there will be punishments for “those who stir conflicts among monastics and lay believers over belief in […] Shugden out of malevolence.”[7] The same ban has been imposed in Chamdo (Chinese: Changdu), an area that has been subject to a dramatic tightening of security and on the “frontline’ of the ‘patriotic education’ campaign as Tibetans continue to resist repressive measures imposed after protests that began in March 2008.[8]

Inside the PRC, officials have long used Shugden propitiation to create divisions between Tibetans, often encouraging Tibetans to propitiate Shugden and offering financial inducements to do so, as part of their objective of undermining the Dalai Lama. Shugden statues have been installed in monasteries in different parts of Tibet, often against the will of resident monks.[9]

In some cases, even small monasteries connected to Shugden have had large amounts of funding from the government compared to much larger monasteries with a higher population of monks where Shugden is not propitiated. In 2008, thousands of yuan were allocated to a relatively small monastery in Amdo which propitiates Shugden. In contrast, the much larger monastery across the river in Takstang Lhamo had its school closed down and struggled for funding after monks participated in a peaceful demonstration, asserting their Tibetan identity.[10]

In one small monastery in Chamdo, the entire population of 21 monks was forced out when they refused to install a statue of Dorje Shugden. According to Tibetan sources, the authorities then appointed eight other monks and the statue was installed.[11] Last year, also in Chamdo, a young Tibetan stabbed himself to death when police attempted to detain him over the dismantling of a Shugden statue six years ago, according to a report by Radio Free Asia.[12]

Similar incidents of resistance to the imposition of Shugden statues have been reported across Tibet. A Tibetan prominent in the Western Shugden movement, Gangchen Lama, urged monks to be ‘patriotic’[13] and to show loyalty to the PRC, on a visit to Gangchen monastery in Shigatse, the Tibet Autonomous Region. Subsequently, local government officials arrived at the monastery to instruct monks to propitiate Shugden and to respect Gangchen; monks who did not were threatened with arrest, detention and imprisonment.[14]


Gangchen Lama is a frequent and regular visitor to China and Tibet who has applauded the Chinese authorities for improving conditions in Tibet and keeping Tibetan culture and spirituality alive.[15] The “Dolgyal Shugden Research Society” states that: “Gangchen has proven a useful tool for the Chinese in their attempts to reshape Tibetan religion into what they consider a more ‘culturally acceptable’ form: on meeting the Chinese Panchen Zuma or ‘False Panchen’ Lama,[16] whose first official photos on his investiture coincidentally featured him seated before a somewhat overbearing image of Dorje Shugden, Gangchen stated: ‘It was my long-cherished dream to meet his [the Tenth’s] incarnation. Now, my dream has come true, and I was glad to see that the 11th Panchen Erdeni is wise and benevolent.’”[17]


Gangchen Lama

The new opinion on Shugden is in the context of a harsh political climate in the Tibet Autonomous Region and Tibetan areas. Campaigns directed against the Dalai Lama’s influence, Tibetan culture and religion, mean that in recent years almost any expression of Tibetan identity not directly sanctioned by the state can be branded as ‘separatist’, and penalized by a prison sentence, or worse. Communist Party officials in Tibet Autonomous Region have been punished for taking part in ‘separatist’ activities linked to the Dalai Lama, following scrutiny by a disciplinary official work team linked to Xi Jinping’s politicized drive against corruption. The developments follow stern warnings of “punishment” for Tibetans “who have fantasies about the 14th Dalai Clique,” effectively acknowledging the Chinese authorities’ failure to eradicate loyalty to the religious leader in exile, even among Party members.[18]

[1] His Holiness the Dalai Lama’s Advice Concerning Dolgyal (Shugden)

[2] Radio Free Asia cited a Tibetan source saying that Tenzin was detained “sometime in June [2014]” in Lhasa, where he had retired after working as a driver and tour guide. The same source said: “At some point, he returned to Dzogang county in Chamdo and began to advise the lay public and the monastic community to obey the instructions of the Dalai Lama and abandon worshipping Shugden, as this would be in the best interest both of individuals and the community.” Radio Free Asia report, ‘Another Tibetan is Jailed For Discouraging Worship of a Controversial Deity’, December 17, 2014

[3] Radio Free Asia report, ‘Elderly Tibetan is Jailed For Discouraging Worship of Controversial Deity’, December 12, 2014. The same report quoted a Tibetan source saying that Tsering suffers from abdominal disorders, diabetes, and high blood pressure, among other ailments, and that: “He himself says he has done nothing wrong and has no regrets. His only concern is for his wife, who is 86 and was left behind in [the regional capital] Lhasa after he was detained.”

[4] More than 130 Tibetans have set fire to themselves in one of the biggest waves of self-immolation as political protest worldwide. ICT factsheet:

[5] ICT statement on Shugden demonstrators: The New Kadampa Tradition currently operates as the International Shugden Community. Even former members of the community have condemned the demonstrators. The following statement was released by ex-practitioners, who describe themselves as ‘survivors’ of what is recognized as a cult: “We, the undersigned, as former members of the New Kadampa Tradition (NKT), and ex-practitioners of Dorje Shugden, are appalled and saddened that those who were once our NKT sangha now demonstrate against and defame His Holiness the Dalai Lama. Inaccuracies and distortions of what we know to be the truth have been published as fact. The New Kadampa Tradition currently operates as the ‘International Shugden Community’ (ISC). Many allegations and insults are made against His Holiness which are completely unwarranted. At demonstrations and on numerous web sites and Facebook pages, the NKT/ISC viciously attacks the reputation of His Holiness. We have tried to address inaccuracies with the group, but without success. We believe it is time to speak out with one voice.” The full statement is published at:, posted on September 26, 2014

[6] Among other inaccurate claims made by Western Shugden groups is the accusation that the Dalai Lama has ‘banned’ Shugden propitiation. As Robert Thurman writes: “The worship of their chosen deity was not ‘banned’ by the Dalai Lama, since he has no authority to ‘ban’ what Tibetan Buddhists practice. ‘Banning’ and ‘excommunicating’ are not Tibetan Buddhist procedures. Although they are Buddhists who should focus on emulating the Buddha, members of the cult are free to worship their chosen “protector deity,” whom they call Dorje Shugden, as much as they like.” (‘The Dalai Lama and the Cult of Dolgyal Shugden’, by Robert Thurman,

[7] ICT report, November 20, 2014,

[8] Chamdo is treated by the authorities as “a strategic bridge between the Tibet Autonomous Region and the neighboring provinces of Sichuan, Yunnan and Qinghai.” (Tibet Daily, April 17, 2009). ICT report, December 2, 2009,

[9] Further information on Shugden is available at the Dalai Lama’s website (, the Central Tibetan Administration (, and the Tibet Houses (

[10] According to Tibetan sources known to ICT, and a French newspaper article ‘Chronicle of oppression in a village in Amdo’, April 8, 2008, (in French).

[11] Tibetan Review, January 23, 2008, The Pashoe Naira monastery in Pashoe (Chinese: Basu) County of Chamdo Prefecture, Tibet Autonomous Region, located about 300 kms (186 miles) from the prefectural capital, had 21 monks till about 1998, when authorities forced them out after they refused to install the statue. The monastery had no previously history of worshipping Shugden, the report added.

[12] Radio Free Asia report, December 12, 2014,

[13] The reference to ‘patriotic’ means that Chinese Communist Party requires monks and nuns to be loyal to the Party state first; political allegiance is an official prerequisite for registration at monastic institution and to be considered by the state as a ‘religious’ person. This is an inversion of the priorities of a Buddhist practitioner.

[14] Tibetan Centre for Human Rights and Democracy (June 2000) Human Rights Update and Archives ‘Forceful Evacuation in Gangchen Monastery’ The incident is cited in ‘Dolgyal Shugden: A History: The Real Story behind the Shugden Cult’s Campaign against the Dalai Lama’ by the Dolgyal Shugden Research Society, published by Tibet House, New York, US, 2014, distributed by Hay House, The same book also reports that similarly, in the autumn of 2005, the monastery of Labrang in Gansu province received an unsolicited proposal from Gangchen for him to fund the construction of a new dormitory for its monks. The offer was accompanied by generous personal donations to the monks themselves. However, the proposal was conditional: in order for it to happen, the monastery would have to agree to the construction of a Shugden shrine within the monastery. Despite pressure from local government officials charged with ‘supervising religious affairs’, the offer was ultimately refused. (TibetInfoNet (31st May 2006) New details on the Ganden Incident


[16] ‘False Panchen’ is the term the majority of Tibetan exiles use to refer to the Chinese candidate, who was recognised by the government after the arrest of the then five year old child the Dalai Lama had recognised in 1995. Gedhun Chokyi Nyima’s whereabouts is still not known, 20 years later, despite requests from numerous governments and official representatives to meet him in order to be assured of his welfare.

[17] From the book ‘Dolgyal Shugden: A History: The Real Story behind the Shugden Cult’s Campaign against the Dalai Lama’ by the Dolgyal Shugden Research Society, published by Tibet House, New York, US, 2014, distributed by Hay House, citing Z Yangzoin (July 2005) Lama Gangchen and his Self Healing Therapy, China Tibet Magazine,

[18] ICT report, January 28, 2015,

– See more at:




Onwetendheid ( sk. avidya tib. marigpa ) is de bron van alle lijden ( sk. dukkha ) zegt de Boeddha.
Onze wereld is vol van lijden als gevolg van die onwetendheid.
Ik zag hoe een vader zijn dochter stenigde ergens in de islamitische staat. Ik zag hoe kinderen leerden hun poppen te onthoofden. Hoe meisjes en vrouwen als sexslavinnen verkocht werden. Ik zag de afgesneden hoofden van mannen op een hek van een plantsoentje in Raqqa en….. ik hoorde de meest gruwelijke verwensingen naar moslims in het algemeen in een cafe in Utrecht.
Mensen hier voelen zich bedreigd en de oude reflexen komen weer naar boven. Vijandschap en wantrouwen. Ik bagatelliseer het jihadisme niet. Het staat haaks op onze tolerante samenleving en past niet in een democratie . Maar ik wil dieper kijken en over de woorden van de Boeddha contempleren die zegt dat onze vijanden onze grootste leermeesters zijn. Hoe zou je anders je eigen haat kunnen herkennen. Je eigen haat die je geest kan overnemen en in razernij brengen. Een seconde van kwaadheid kan al je spirituele verworvenheden vernietigen.
In de zes werelden van wedergeboorte  zijn de lagere wedergeboorten existenties die zeker vermeden dienen te worden. Een hogere geboorte als mens geeft ons echter de mogelijkheid om dharma te beoefenen en het pad van bevrijding te gaan. Dit kostbare mensenleven is een voorwaarde voor bevrijding. Bevrijding van de negatieve verstoringen van onze geest . Het Pad van dharma staat dus haaks op paden die leiden naar oorlog , haat en geweld. Al diegenen die deze paden menen te moeten gaan lijden aan verwarring en onwetendheid. Zij zijn lijdende wezens. In de boeddhadharma is geen plaats voor haat en kwaadheid , maar wel voor wijsheid en mededogen. Mediteer op de vijand en zie dat hij lijdt aan zijn eigen onwetendheid. Schep waar je maar kunt positief karma. Zuiver je omgeving en bewaar je menselijkheid.


Pas op voor haat. Praktiseer compassie



Het boeddhisme kent verschrikkelijke beschrijvingen van martelingen in de hellewereld. Ik ga ze hier niet noemen nu de wereld kennis neemt van de meest verschrikkelijke daden begaan tegen kinderen, vrouwen en mannen in het Midden Oosten.
De gruwelen van de hel zijn op dit moment aanwezig op drie uur vliegen van hier. Verblind door een moorddadig conceptueel denken in vergiftigde geesten gaat het moorden door op ongekende schaal.
Moeten wij nu ook ontsteken in een blinde haat ? Nee, natuurlijk niet.
Alle lijden , alle waanbeelden , alle ellende komen voort uit onwetendheid. ( sk. avidya ) zegt de Boeddha , de man die zijn onwetendheid ophief onder de bodhiboom.
Alle levende wezens hebben de boeddha-natuur. Met nadruk gezegd : alle. Dus ook de onwetenden, de dolenden en ook de wezens die de meest afschuwelijk daden plegen. Zij kunnen als er iets van kennis in hen doordringt hun negatief karma zuiveren.
Angulimala doodde 999 mensen , werd later een discipel van de Boeddha en bereikte het nirvana.

Beoefenaars dienen hun compassie uit te spreiden naar alle levende wezens. Je vijand is je grootste leraar.

If, in return for not the slightest wrong of mine,
Someone were to cut off even my very head,
Through the power of compassion to take all his negative actions
Upon myself is the practice of a bodhisattva.

From :
The 37 practices of the bodhisattva