Categorie archief: THERAVADA

Breng je geest tot rust

Standaard

Onderstaande tekst is een geleide meditatie die je geest tot rust zal brengen : 

Ga gemakkelijk rechtop zitten , zonder voorwaarts of achterwaarts , links of rechts te leunen.
Sluit je ogen en denk gedachten van goede wil. Gedachten van goede wil zullen eerst naar jezelf gaan , want als je geen goede wil voor jezelf kunt opwekken , als je geen welgemeend verlangen naar je geluk voor jezelf kunt voelen , kan er geen enkele manier zijn waarop je werkelijk anderen geluk kunt wensen. Vertel jezelf dus : Moge ik waar geluk vinden.
Herinner jezelf eraan dat geluk iets is dat van binnen komt en dat het dus geen zelfzuchtig verlangen kan zijn.In feite als je de oorzaken voor geluk in jezelf ontwikkelt kun het geluk uitstralen naar andere mensen. Het is een geluk dat niet afhangt van het iets afnemen van iemand anders.

Zend nu goede wil naar andere mensen. Eerst , de mensen die dicht bij ons hart staan , je familie , je ouders , je zeer naaste vrienden :
Mogen zij ook werkelijk geluk vinden . Spreid vervolgens deze gedachten uit in steeds wijder wordende cirkels : mensen die je goed kent , mensen die je niet zo goed kent , mensen die aardig vindt , mensen die je kent en waar je neutraal tegenover staat , en zelfs mensen die je niet aardig vindt.. Laat er geen beperkingen zijn van je goede wil , want als die er zijn zullen er beperkingen zijn van je geest. Verspreid nu gedachten van goede wil naar mensen die je niet eens kent en niet alleen mensen , maar alle levende wezens in alle richtingen : oost , west noord zuid , boven , beneden en uit in oneindigheid. Mogen zij ook waar geluk vinden.

Breng je gedachten nu terug naar het huidig moment. Als je het ware geluk wilt moet je het vinden in het NU , want het verleden is voorbij en de toekomst is een onzekerheid.
Je moet dus graven in het heden . Wat heb je hier ? Je hebt het lichaam , dat hier zit en ademt.
En je hebt de geest die denkt en bewust is. Breng dus al die dingen samen. Denk aan de ademhaling en wees dan bewust van de adem als hij binnenkomt en weer naar buiten gaat…. Houd je gedachten gericht op je ademhaling : dit is gewaarzijn. Bewust zijn van de adem als 
hij binnenkomt en weer naar buiten gaat : dat is waakzaamheid. Houd die twee aspecten van de geest samen. Als je wilt kun je een meditatiewoord gebruiken om je gewaarzijn te versterken. Probeer “Buddho” , dat wakker betekent. Denk “bud” met de inademing en “do”met de uitademing.

Probeer zo prettig mogelijk te ademen.Een zeer concrete manier om te leren voor je eigen geluk te zorgen in het onmiddellijke nu , en om tegelijkertijd je waakzaamheid te versterken , is om jezelf op zo’n wijze te laten ademen dat het comfortabel is. 
Experimenteer om te zien welke vorm van ademhaling nu het beste voelt voor het lichaam.
Het kan de lange ademhaling zijn , de korte ademhaling ; naar binnen lang , naar buiten kort of naar binnen kort en naar buiten lang. Zwaar of licht , snel of langzaam , ondiep of diep.
Op het moment dat je een ritme vindt dat comfortabel aanvoelt blijf er dan een poosje in.
Leer de sensatie van het ademen te proeven. In het algemeen is het zo dat hoe zachter de samenstelling van de adem is hoe beter. Denk aan de adem , niet alleen als lucht die de longen binnenkomt en er weer uit gaat , maar als de hele energiestroom die door het lichaam stroomt met iedere in- en uitademing. 
Wees gevoeling voor de samenstelling van die energiestroom. Je zult ontdekken dat het lichaam na enige tijd gaat veranderen. Een ritme of samenstelling kan voor een tijdje goed voelen. En dan zal weer iets anders meer comfortabel voelen.
Leer hoe je luisteren kunt naar en antwoorden op wat het lichaam je op dit moment vertelt.
Welke soort adem-energie heeft het nodig ? Hoe kan je het beste zorgen voor die behoefte ?
Als je je vermoeid voelt probeer dan op een manier te ademen die het lichaam energiek maakt. Als je je gespannen voelt probeer dan op een manier te ademen die ontspant.

Als je geest afgeleid raakt , breng hem dan zachtjes terug. Als hij tien keer afgeleid wordt , breng hem dan tien keer terug .Als hij honderd keer afgeleid wordt.breng hem dan honderd keer terug.
Geef niet toe. Deze kwaliteit wordt volharding genoemd. Met andere woorden zodra je merkt dat de geest er vandoor gaat , breng je hem weer terug. Gebruik niet tien keer doelloos je tijd 
om aan de bloemen te ruiken , naar de lucht te staren of naar de vogeltjes te luisteren. Je hebt werk te doen : werk eraan hoe je je adem comfortabel kunt gebruiken , hoe je je geest in een goede ruimte laat rusten , hier in het huidige moment. 

Als je adem prettig begint voelen , onderzoek hem dan in andere delen van het lichaam .Als je eenvoudigweg bij je prettige adem blijft in een smal bestek , neig je er naar weg te dommelen. Breid je aandacht dus bewust uit. Een goede plaats om je op te richten is rond de navel. Zoek dat deel van het lichaam in je aandacht : waar is het op dit moment ?
Let op : hoe voelt het daar als je inademt ? Hoe voelt het daar wanneer je weer uitademt ?
Kijk er naar gedurende een aantal ademhalingen , en wees je ervan bewust of er enig gevoel van spanning of benauwdheid is in dat deel van het lichaam , hetzij bij de inademing of bij de uitademing. Neemt de spanning toe als je inademt ?
Houd je de spanning vast als je uitademt ? Stop je te veel kracht in de uitademing ? Als je jezelf betrapt op deze dingen , ontspan dan gewoon. Denk dat die spanning oplost in de sensatie van de inademing en de sensatie van de uitademing.
Als je wilt , kun je je voorstellen dat de adem-energie het lichaam bij de navel binnenkomt en zich door iedere spanning en benauwdheid die je mocht voelen heenwerkt…….

Breng je aandacht nu naar rechts , naar de rechter onderkant van je buik en volg de zelfde drie stappen daar : 1/ zoek dat algemene deel van je lichaam in je gewaarzijn. 2/ voel hoe het voelt als je inademt , hoe het voelt als je uitademt en 3/ als je enig gevoel van spanning of benauwdheid voelt in de adem , ontspan dan gewoon. ….. 
Breng vervolgens je aandacht naar de linker onderkant van je buik en volg dezelfde drie stappen daar ook.

Beweeg nu je aandacht omhoog naar het navel chakra of de zonnevlecht…..en dan naar rechts,
naar de rechterkant ……..naar de linkerkant …….naar het midden van de borstkas…….
Beweeg na een poosje omhoog naar de keel …..en dan naar het midden van het hoofd .
Wees erg voorzichtig met de adem-energie in het hoofd. Hij komt voorzichtig binnen , niet alleen door de neus maar ook door de ogen , de oren , omlaagkomend vanuit bovenkant van het hoofd , vanuit de achterzijde van de nek , heel zacht doorwerkend en elke spanning oplossend die je kunt voelen , bijvoorbeeld , rond je kaken ,de achterkant van je nek , rond je ogen of rond je gezicht…..

Vandaar uit beweeg je je aandacht geleidelijk langs de nek omlaag , langs je benen naar de punten van je tenen naar de ruimten tussen je tenen .Zoals hiervoor focus je je op een bepaald deel van het lichaam , merk hoe het voelt tijdens de inademing en de uitademing , ontspan ieder gevoel van spanning of benauwdheid dat je er misschien voelt , zodat de adem-energie vrijer kan vloeien en ga dan verder tot je de punten van je tenen hebt bereikt.
Herhaal het proces beginnend bij achterkant van de nek en omlaaggaand langs de schouders , door de armen , langs je polsen en eruit door je vingers.
Je kunt dit onderzoek van het lichaam zo vaak mogelijk herhalen als je wilt , totdat de geest gestabiliseerd is.

Laat nu je aandacht terugkeren naar die plaats in het lichaam waar het het meest natuurlijk aanwezig en gecentreerd voelt. Laat je aandacht eenvoudig daar rusten één met de adem.
Laat tegelijkertijd de grens van je gewaarzijn zich uitbreiden zodat het het hele lichaam vult, als het licht van een kaars in het midden van een kamer : de kaarsvlam is op één plaats , maar het licht vult de hele kamer. Of als een spin in het web : de spin is op één plaats , maar hij kent het hele web.Wees erop gebrand dat verbrede gevoel van gewaarzijn te behouden.
Je zult merken dat het de neiging heeft te krimpen , als een ballon met een klein gat erin.
Blijf dus bezig met het uitbreiden van het bereik , denkend : “heel lichaam , heel lichaam , adem in het hele lichaam , van de bovenkant van het hoofd tot de punten van de tenen.”
Denk aan de adem–energie die het lichaam binnenkomt en uitgaat door iedere porie. 
Maak er een punt van om in dit gecentreerde , verbrede gewaarzijn te blijven zolang als je kunt. Er niets anders anders waar je aan hoeft te denken op dit moment , nergens om naar toe te gaan , niets anders te doen. Blijf alleen in dit gecentreeerde , verbrede gewaarzijn van het nu…………………..

Als de tijd aanbreekt om de meditatie te verlaten , herinner je jezelf eraan dat er een vaardigheid is om te vertrekken. Met andere woorden , je kunt niet meteen opspringen.
Als de meeste mensen mediteren , is het alsof zij een ladder beklimmen naar de tweede verdieping van een gebouw : stap voor stap , sport voor sport , langzaam de ladder op .
Maar zo gauw ze bij de tweede verdieping zijn springen ze uit het raam. Zorg dat je zo niet bent. Denk eraan hoeveel moeite het je heeft gekost om jezelf gecentreerd te krijgen. 
Gooi het niet weg.

De eerste stap bij het verlaten is door gedachten van goede wil weer uit te zenden naar alle mensen rond je .Dan , voordat je je ogen opent ,herinner je jezelf eraan dat ondanks dat je je ogen weer gaat openen je je aandacht gecentreerd wilt houden in het lichaam , bij de adem.
Probeer dat centrum te handhaven zo lang als je kunt , als je opstaat , rondloopt , praat, luistert 
of wat dan ook .
De vaardigheid van het verlaten van je meditatie ligt met andere woorden in het leren hoe je hem niet verlaat , ongeacht wat je ook aan het doen bent .
Handel vanuit dat gevoel van gecentreerd zijn.
Als je de geest gecentreerd kunt houden op deze manier , heb je een meetpunt waarlangs je zijn bewegingen en zijn reacties op gebeurtenissen erom heen en erin, kunt leggen .
Alleen als je een stevig centrum als dit hebt kun je inzicht verwerven in de bewegingen van de geest.

Vertaald uit het onderricht van Thanissaro Bhikkhu ( Thaise Woud traditie ) door Jampa Gyatso 2004

Advertenties

De twee meest invloedrijke vroeg-boeddhistische stromingen

Standaard

Sarvastivāda en Theravāda


bud_council
De ontstaanstijd

De Theravāda

Tot nu toe is onbekend wanneer de vroeg-boeddhistische stroming die zich op een gegeven ogenblik vestigde in de Mahāvihāra, het Grote Klooster, op Sri Lanka werkelijk ontstaan is. Onderzoekers zijn er van overtuigd dat deze stroming die nu vaak wordt aangeduid met “Zuidelijk Boeddhisme” is voortgekomen uit een soortgelijke beweging in Noord-India. Van die beweging is geen inscriptie of snipper tekst meer bekend.
In de derde eeuw brachten de zoon en dochter van koning/keizer Asoka, Mahinda en Sanghamitta, Boeddhisme naar Sri Lanka. In de kroniek de Mahāvamsa, sectie 14, vers 8, wordt beschreven hoe de zojuist aangekomen monniken met Mahinda aan het hoofd de Srilankaanse koning benaderden:
“Grote koning, wij zijn monniken, discipelen van de Boeddha.
Uit mededogen met u zijn we vanuit India (Jambudipa) hierheen gekomen.”
Dat is dan het officiële moment van binnenkomst van Boeddhisme op Sri Lanka, en wat er vanaf dat moment daar wordt gepredikt is wat de Ouderling Tissa, broer van keizer Asoka als de correcte orthodoxe canon aanvaardde. Deze canon zou geleidelijk aan doorheen de eerste paar honderd jaar van Boeddhisme op Sri Lanka naar voren komen in manuscripten die in de taal het Pali geschreven, gecopieerd en vertaald werden. Het duurt dan niettemin tot de zevende eeuw voordat er ook maar enige kroniek is waarin de naam Theravāda voorkomt. Het is mogelijk dat de monniken zich tot dat moment ‘de monniken van de Mahāvihāra’ hebben genoemd.
Er mag aan herinnerd worden dat de Zijderoute ook pas Zijderoute is gaan heten nadat de negentiende-eeuwse reiziger Ferdinand von Richthofen de naam Zijderoute is gaan gebruiken. Gaan we nog verder terug dan mogen we vaststellen dat Boeddha nooit heeft gezegd dat hij Boeddhisme predikte — als een -isme.
De Theravāda zoals we die nu kennen heeft zich tot aan de verspreiding naar de westerse wereld vooral beperkt tot Sri Lanka, Thailand, Cambodja, Birma, Laos, en later, delen van het huidige Bangladesh.

De Sarvāstivāda

Het duurt ook pas tot de chinese monnik-pelgrim Xuanzang in de zevende eeuw melding maakt van de stroming die de Sarvāstivāda heet. De naam betekent De Weg (vāda) die zegt dat Alles (sarvam) Bestaat (asti). Deze stroming bestaat niet meer als zelfstandige denkrichting, maar leeft tot op zekere hoogte nog voort in het huidige Himalaya-boeddhisme. De Sarvāstivāda bestond als zodanig, maar splitste zich later op in kleinere stromingen die zich ervan afscheidden, zoals de Sautràntika (Enkel maar de Soetras – dus geen aandacht voor commentaarwerk). Men gaat ervan uit dat deze traditie ontstond rond het jaar 244 voor de westerse jaartelling, ten tijde van het concilie dat een daadwerkelijk schisma zou inluiden, maar wanneer het ophield is niet te bepalen. Niet levensvatbare denkrichtingen sterven langzaam uit en/of gaan langzaam over in andere, nieuwere filosofieën.
Van de Sarvāstivādin is beter bekend waar ze, althans in de zevende eeuw, verbleven. Xuanzang treft hen aan langs de hele Zijderoute, tot in de Pamir-passen, en in het Ganges-basin in India.
De leer van de Sarvāstivāda is nog het best en meest uitgebreid beschreven in de tibetaanse canonieke werken, waar delen ervan een plaats hebben gekregen in de lam-rim aanvangsleer van met name de Gelug-stroming.

De debatten aan de hand van het concept as, bestaan(2)

Het belangrijkste verschil tussen de Sarvāstivāda en Theravāda is formeel vastgelegd in de volgende stellingen. De Sarvāstivāda zegt, “alles bestaat; het verleden, het heden, en de toekomst bestaan werkelijk en substantieel.”
De Theravāda beantwoordt dit met “Het verleden bestaat niet. De toekomst bestaat niet.”(3) Om een vorm van absolutisme te vermijden wordt op een andere plaats gezegd, “Men moet niet zeggen dat het verleden, de toekomst, het heden, lichamelijkheid en de andere agregaten (zie onderstaand) werkelijk bestaan danwel niet werkelijk bestaan.”(3)
Of deze uitspraak waarin ons wordt afgeraden in absoluten van bestaan of niet bestaan te denken de inspiratie is geweest voor een van de hoofdthemas van de Lankāvatāra Soetra is niet te zeggen. Zeker is wel dat de Theravāda en de latere Lanka het op dit punt eens zijn. Dit oorspronkelijk Theravāda-standpunt is via-via terecht gekomen in met name de zen-beleving die de nadruk legt op dit enige vlietende moment.
Dat inmiddels het “hier-en-nu denken” in Nederland wijd verbreid is geworden, is in eerste instantie te danken geweest aan deze genoemde filosofische stelling, die wel ervaringsgericht is, maar niet hedonistisch-gericht. De trend naar het beleven van het hier en nu-moment is in de westerse wereld vervolgens niet weinig versterkt geworden door het oude latijnse hic et nunc, hier en nu, dat vooral naar voren werd geschoven wanneer de mens werd geadviseerd nù te genieten van dit moment omdat de toekomst ongewis en wellicht minder vrolijk is.

Aan de hand van het concept bīja, zaden (1)

In een opsomming van stellingen van de Theravāda(1) komen we aan het eind een regel tegen die zegt dat deze bīja (spreek biidja) of zaden “geen entiteit op zichzelf” zijn. De mededeling staat er zomaar, zonder dat ze wordt voorafgegaan door een verwijzing naar een of andere andere school die zegt dat deze zaden wèl entiteiten op zich zijn.
De naam van De Grote Gemeenschap, de Mahāsanghika, die niet helemaal terecht als enige verantwoordelijk wordt gehouden voor het ontstaan van de Mahāyana, komt al op rotsinscripties voor voordat koning/keizer Asoka aan de macht kwam. Er zijn inscripties uit het eind van de vierde, begin derde eeuw voor de westerse jaartelling die spreken over de Mahāsanghika. Deze stroming heeft nooit voet op srilankaanse bodem gezet, maar heeft wel gesproken over bīja, zaden, als volgt: “de zaden zijn de tendenzen die geboorte geven aan obsessies. (parya-vasthāna)”
De Mahāsanghika zag deze zaden dus niet in materiële, maar in psychologische zin, en kan daarmee niet de ergernis van de Theravādin hebben opgewekt.
De lijsten met stellingen van de Sarvāstivāda maken geen melding van het begrip bīja, maar een late opvolger van deze Sarvāstivāda-stroming, de Sautràntika, die ook wel de Sankrantivāda wordt genoemd doet dat wel. Van deze stroming zijn sporen gevonden in het noordoosten van India (Bihar – Orissa) in ca de tweede eeuw voor onze jaartelling. Deze stroming interpreteerde de zaden of bīja als “het geheel van de vijf agregaten”. De vijf agregaten zijn volgens het Boeddhisme het in een levend lichaam onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn van lichamelijkheid, fysiek ervaren of ondervinden, perceptie, het samenstellen in de geest of het samengestelde in de geest, en bewustzijn.
En hier zien we dan waarschijnlijk de steen des aanstoots voor de Theravāda; men reageerde op een heel oud concept van de Sautràntika die meende dat deze zaden niet alleen in het bewustzijn aanwezig zijn, of een deel van het bewustzijn zijn, maar dat ze ook substantie, iets zintuiglijk ervaarbaars hebben.
De Theravāda-doctrine van de srilankaanse Mahāvihāra heeft geen noodzaak gezien het waarschijnlijk heel oude bīja-thema uit haar stellingen te halen; de Sautràntika moet zijn invloed hebben doen voelen tot op het Sri Lanka van de Theravādin.

Latere ontwikkelingen

De voluit Mahāyana-stroming die Yogacara (joogatsjaara, liefde voor de meditatieve praktijk) wordt genoemd, en die ontstaan is vanaf de vierde eeuw onze jaartelling, die zich vooral concentreert rond het thema Enkel-Bewustzijn, zal bīja gaan interpreteren als de impressies die als het ware op de geest worden achtergelaten. Met andere woorden, de Yogacara volgt hierin het vroege Mahāsanghika-standpunt waarin de “zaden” vooral in psychologisch perspectief moeten worden gezien.
De Vajrayana, meer bepaald de mantrayana heeft een bīja mantra waarbij de “zaad-syllabe” dienst doet om de geest te focussen en in staat te stellen af te dalen in de praktijk waarin spraak, geest en lichaam als vereend kunnen worden ervaren. Maar die praktijk, die duidelijk geen enkele connectie meer heeft met de vroegste opvattingen over de zaden, mogen we niet ouder dan de zevende eeuw veronderstellen.

aan de hand van het concept samskrta, samengesteld

Een van de Sarvāstivāda-stellingen zegt, “De Waarheid van het ophouden (nirodha) is niet-samengesteld (asamskrta), maar de drie andere waarheden zijn samengesteld (of samengesteldheden).”(4)
Niet-samengesteld is een synoniem voor nirvana of Verlichting.
De vier waarheden zijn: 1/ duhkha – het onbevredigende, 2/ ontstaan, 3/ het ophouden, en 4/ De Weg naar het ophouden van duhkha (of dukkha).
De bovenaangehaalde stroming van de Mahāsanghika spreekt ook over deze vier waarheden. Ze worden vrij uitgebreid besproken aan de hand van in Sanskriet bewaarde soetras, maar er wordt niet van gezegd dat ze samengesteld danwel niet-samengesteld zijn.(5)
De Theravāda(6) zegt, “De vier Waarheden zijn niet samengesteld (asànkhata). Omdat dukkha, het ontstaan (ervan) en De Weg samengesteld zijn, kunnen de Waarheden van dukkha, het ontstaan ervan, en De Weg niet niet-samengesteld zijn.” (anders zit je voor niets te cultiveren of te mediteren op het ophouden van dukkha.)
Met andere woorden, de Bevrijding van het onbevredigende, het verdwijnen van de oorzaak van het onbevredigende en de volledige realisering van de Weg er naar toen is het ultieme, ook al zal de Theravāda nooit het woord ‘ultiem’ hanteren. Op het moment dat de Vier Nobele Waarheden ten volle worden gerealiseerd, zijn ze voor de beoefenaar Waarheden geworden, niet langer filosofische postulaten. Daarmee zijn ze nog steeds Waarheden die ruimte laten voor andere Waarheden zoals de huidige christelijke die zegt dat Liefde Waarheid is — al was het maar dat liefde (metta of maitri) een van de paden is op de Weg van de Dharma.(7)
Om de Theravāda-stelling nog verder te onderstrepen wordt aan deze observering toegevoegd dat de vier meditatieve stadia, hier de ārūpa-samāpatti genoemd, niet-samengesteld zijn. Hier heeft de vroege Theravāda dezelfde inzichtelijke ervaring als Dōgen, de latere stichter van de japanse soto-zenschool: men ‘zit’ in eenheid van geest.
En er wordt in diezelfde lijst van stellingen gezegd dat ruimte of het luchtruim (ākāsa) eveneens niet-samengesteld is. De Theravāda zal in filosofische zin niet veel meer gaan doen met deze observering, maar in het latere Mahāyana krijgt ākāsa enig gewicht.
Op dit onderwerp van ‘samengesteld’ waren de Sarvāstivāda en de Theravāda daarom met elkaar in debat; ze hadden deels verschillende inzichten over wat ultiem of het Hoogste was.


Noten:
(1) A Bareau, Les Sectes bouddhiques, 1955, pp.68,157,240
(2) ibid p.137
(3) ibid p.213
(3) ibid p.214
(4) ibid p.138
(5) ibid p.62. Samengesteld: waarheid van de wereld = samvrti (Skr.) resp. samutti (Pali).
Niet-samengesteld = ultiem of het Hoogste, bovenwerelds: paramartha (Skr.) resp. paramatta (Pali).
(6) ibid p.221
(7) Ook naar aanleiding van het begrip “zaden”. Wanneer de Rooms-Katholieke kardinaal Dias, Prefect van de Congregatie voor de Evangelisering van Volkeren, in een december 2007-toespraak (Asia News van 15 december 2007) zegt dat de RK-missionaris in de aziatische religieuze systemen op zoek moet gaan naar de “seeds of truth” (een leenterm uit recente Hindu-literatuur), om zodoende die volkeren te evangeliseren, dan rekent hij, althans in zijn eigen denken, het christelijke geloof, dat nog slechts 2013 jaar oud is, nog steeds tot de bron van alle religie, en niet tot een religieuze denkrichting die meer of minder inspiratie heeft ontvangen uit oudere systemen.