Pali Woordenschat

Pali is de oudste taal van het boeddhisme.

Het oudste boek is de Dhammapada, geschreven in het Pali.
Later ging het verwante Sanskriet gebruikt worden met name in het Mahayana.
Het Pali zit het dichtst bij het Magadhi dat gesproken werd door de Boeddha zelf.

Anatta: geen zelf, oncontroleerbaarheid.
Anicca: vergankelijkheid.
Aniccalakkhana: de karakteristiek van vergankelijkheid.
Appana samadhi: volledige concentratie.
Arahat: een verlichte, let. een gezuiverde.
Avijja: onwetendheid, gebrek aan of onjuist begrip.
Bhikkhu: boeddhistische monnik.
Dhamma: de leringen van de Boeddha, maar ook: de werkelijkheid.
Dukkha: lijden, pijn, onbevredigdheid.
Dukkha lakkhana: de karakteristiek van lijden.
Dukkha vedana: onplezierig, onaangename gevoelens.
Jhana: mentale absorptie, veroorzaakt door volledige concentratie.
Kamma: handelingen, wet van oorzaak en gevolg. (Karma in Sanskriet)
Khandha: aggregaat of groep van bestaan; de boeddhistische psychologie noemt vijf groepen van bestaan, nl. lichaam, gevoelens, waarneming, conditioneringen en (werelds) bewustzijn.
Khanika samadhi: concentratie van moment tot moment.
Kilesa: vervuiling, onzuiverheid.
Magga citta: verlicht bewustzijn.
Nama: naam, geest, mentaal verschijnsel.
Nama-rupa: geestelijke en materiële verschijnselen, naam en vorm.
Nama-rupa pariccheda ñana: intuïtieve kennis door het kunnen onderscheiden van materiële en mentale verschijnselen.
Ñana: intuitieve kennis of wijsheid.
Nibbana: verlichting
Pañña: wijsheid.
Paticcasamuppada:afhankelijk ontstaan
Rupa: vorm, materie, object.
Saddha: geloof, vertrouwen.
Sakkaya ditthi: het geloof in een zelf.
Samadhi: concentratiemeditatie.
Samatha: kalmte als resultaat van concentratie.
Samma ditthi: het juiste zien, het juiste begrip.
Samma samadhi: juiste concentratie.
Samma sati: juiste opmerkzaamheid.
Samma vayama: juiste inzet of energie.
Samsara: het rad van wedergeboorte, of de cirkelgang van geconditioneerd leven.
Sati: opmerkzaamheid. (In het Engels: mindfulness)
Satipatthana: grondslagen van opmerkzaamheid. Er zijn vier grondslagen of fundamenten beschreven: lichaam, gevoelens, denken, conditioneringen of geestesobjecten.
Sila: discipline, moraal.
Silabbata paramasa: hechten of vasthouden aan rituelen.
Sukha vedana: aangename gevoelens.
Suññata: leegheid, afwezigheid (van geest).
Suññata lakkhana: de karakteristiek van leegheid.
Tadanga pahana: tijdelijke verwijdering.
Tathagata: titel voor de Boeddha.
Upacara samadhi: benaderende of drempel concentratie.
Upekkha vedana: neutrale gevoelens.
Vedana: gevoelens.
Vikkhambhana pahana: tijdelijke verwijdering door vervanging.
Vipassana: inzicht, letterlijk: helder zien.
Vipassana ñana: kennis door inzicht.
Viriya: energie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s