Categorie archief: MINDFULNESS

Moge 2014 u vrede brengen in uw hart

Afbeelding

image

Advertenties

De Vijf Aandachtsoefeningen

Standaard

De Vijf Aandachtsoefeningen zijn de basis leefregels die in het boeddhisme voor leken gelden als richtlijn voor het dagelijks leven. Deze richtlijnen (pali: ‘sila’) zijn door Thich Nhat Hanh op een nieuwe manier verwoord, aangepast aan deze tijd. In zijn boek ‘For a Future to be Possible’ gaat hij op elk van deze regels dieper in. Hij legt er de nadruk op dat de richtlijnen de functie hebben ons te beschermen, niet om onze vrijheid in te perken. Ook stelt hij dat de regels nooit meer dan een richtlijn kunnen zijn – zoals we bijvoorbeeld de poolster kunnen gebruiken om koers te houden, zonder de verwachting te hebben daar ooit aan te komen.
De verwoording van de Engelse (en dus ook de Nederlandse) versie van de vijf richtlijnen is de afgelopen jaren steeds in beweging geweest. De meest recente verandering betreft de vertaling van het woord ‘sila’, gewoonlijk weergegeven als ‘leefregels’ of ‘richtlijnen’ (‘precepts’). Volgens Thich Nhat Hanh ligt de vertaling van sila als ‘aandachtsoefeningen’ (‘mindfulness-trainings’) dichter bij de oorspronkelijke betekenis.
Tijdens een lezing over ‘Right Mindfulness’ (september ’96) zei hij ondermeer het volgende over de Vijf Aandachtsoefeningen:

‘Waar aandacht is is concentratie. Als we heel aandachtig zijn, zijn we tegelijk ook heel geconcentreerd. Als je je een tijdlang op iets concentreert zal het onderwerp van je concentratie zich aan je openbaren en wordt inzicht geboren. Aandacht leidt dus tot concentratie en concentratie leidt tot inzicht. In de eerste lezingen die de Boeddha gaf sprak hij over “aandacht, concentratie en inzicht”. Aan het eind van zijn leven sprak hij over “richtlijnen, concentratie, inzicht”. Het volgen van de richtlijnen is precies wat het leven in aandacht inhoudt; hierin komt het leven in aandacht concreet tot uitdrukking. Je kunt niet “ja” zeggen tegen de meditatie en “nee” tegen de richtlijnen, want de richtlijnen zijn de meditatie.’

Hier volgen de Vijf Aandachtsoefeningen, zoals geformuleerd door Thich Nhat Hanh:

 

De eerste oefening

Bewust van het lijden veroorzaakt door de vernietiging van het leven, beloof ik van ganser harte om mededogen te beoefenen en het leven van mensen, dieren, planten en mineralen te leren beschermen. Ik heb het oprechte voornemen om niet te doden, niet toe te laten dat anderen doden en geen enkele daad van geweld, in de wereld, in mijn gedachten of in mijn manier van leven, goed te praten.

De tweede oefening

Bewust van het lijden veroorzaakt door uitbuiting, sociaal onrecht, diefstal en onderdrukking, beloof ik van ganser harte om te leren zorgzaam te zijn en me in te zetten voor het welzijn van mensen, dieren, planten en mineralen. Ik beloof van ganser harte me te oefenen in vrijgevigheid door mijn tijd, energie en materiële middelen te delen met allen die dat nodig hebben. Ik heb het oprechte voornemen niet te stelen en me niets toe te eigenen dat van een ander is. Ik zal het eigendom van anderen respecteren, maar trachten te voorkomen dat anderen zich bevoordelen ten koste van mensen of andere levende wezens.

De derde oefening

Bewust van het lijden veroorzaakt door onverantwoord seksueel gedrag, beloof ik van ganser harte om verantwoordelijkheidsgevoel te ontwikkelen en de veiligheid en integriteit te respecteren van individuen, paren, gezinnen en van de gemeenschap als geheel. Ik heb het oprechte voornemen om geen seksuele relatie aan te gaan zonder dat er sprake is van liefde en een duurzame verbintenis. Ik beloof mijn eigen relatie en die van anderen te respecteren, terwille van mijn eigen geluk en dat van anderen. Ik zal alles doen wat in mijn vermogen ligt om kinderen te beschermen tegen seksueel misbruik en om te voorkomen dat paren en gezinnen uiteenvallen door onverantwoord seksueel gedrag.

De vierde oefening

Bewust van het lijden veroorzaakt door onzorgvuldig spreken en het onvermogen om naar anderen te luisteren, beloof ik van ganser harte om te leren liefdevol te spreken en aandachtig te luisteren, om zo anderen blij en gelukkig te maken en hun lijden te verlichten. Wetend dat woorden geluk of leed kunnen veroorzaken, heb ik het oprechte voornemen om de waarheid te spreken en woorden te kiezen die bijdragen tot zelfvertrouwen, vreugde en hoop. Ik wil geen geruchten verspreiden en geen zaken bekritiseren of veroordelen waar ik niet zeker van ben. Ik zal niets zeggen dat kan leiden tot verdeeldheid of onenigheid of tot het uiteenvallen van gezinnen of van de gemeenschap. Ik zal mijn uiterste best doen om elk conflict -hoe klein ook – te helpen oplossen en verzoening tot stand te brengen.

De vijfde oefening

Bewust van het lijden veroorzaakt door onzorgvuldig consumeren, beloof ik van ganser harte zorg te dragen voor een goede geestelijke en lichamelijke gezondheid van mijzelf, mijn familie en de gemeenschap, door zorgvuldig te zijn met wat ik eet en drink en met wat ik verder tot mij neem. Ik neem me voor alleen die dingen te consumeren die vrede, welzijn en blijdschap bevorderen in mijn eigen lichaam en bewustzijn en in het collectieve lichaam en bewustzijn van mijn familie en de maatschappij. Ik heb het oprechte voornemen om geen alcohol of enig ander bedwelmend middel te gebruiken en me te onthouden van het vergif in sommige voedingsmiddelen, televisieprogramma’s, tijdschriften, boeken, films en gesprekken. Ik ben me bewust dat wanneer ik mijn lichaam of geest hiermee vergiftig, ik ontrouw ben aan mijn voorouders, ouders, de gemeenschap en de komende generaties. Ik zal mij inzetten om geweld, angst, boosheid en verwarring, in mijzelf en in de samenleving, te transformeren door een bewuste leefwijze. Ik ben me ervan bewust dat een dergelijk ‘dieet’ van het allergrootste belang is voor mijn eigen transformatie en voor de transformatie van de maatschappij.

Vipassana Meditatie

Standaard

door S.N. Goenka

Het volgende artikel is gebaseerd op een lezing die S.N. Goenka heeft gegeven op 16 juli 1980 in Bern, Zwitserland.
Iedereen is op zoek naar vrede en harmonie, omdat deze in ons leven ontbreken. We voelen ons allemaal wel eens rusteloos, geïrriteerd, uit ons evenwicht, ellendig. En als we ons rusteloos voelen, houden we dit niet beperkt tot onszelf maar blijven we dit vervelende gevoel overbrengen op anderen. De onrust doordringt de atmosfeer rond degene die zich ellendig voelt. En ieder ander waarmee zo iemand in contact komt wordt ook geïrriteerd, rusteloos. Dit is beslist niet de juiste manier van leven.
Men zou in vrede met zichzelf moeten leven en in vrede met alle anderen. Per slot van rekening is de mens een sociaal wezen. Hij leeft nu eenmaal in een maatschappij waar hij met anderen te maken heeft. Maar hoe kan men in vrede leven? Hoe kunnen we in harmonie met onszelf blijven en de vrede en harmonie om ons heen bewaren, zodat ook anderen in vrede en harmonie kunnen leven?
Om verlost te worden van onze onrust moeten we de eigenlijke oorzaak van de onrust kennen, de oorzaak van die ellende. Als we het probleem onderzoeken wordt al snel duidelijk dat, telkens wanneer we iets negatiefs, een onzuiverheid in de geest ontwikkelen, we wel onrustig moeten worden. Een geestelijke onzuiverheid, een mentale verontreiniging kan niet samen gaan met vrede en harmonie.
Hoe ontwikkelen we nu zo’n negativiteit? Het wordt duidelijk door het te onderzoeken. We worden erg ongelukkig als we merken dat iemand zich gedraagt op een manier die ons niet bevalt, als we merken dat er iets gebeurt wat we onaangenaam vinden. Ongewenste dingen gebeuren en we creëren spanning in onszelf. Gewenste dingen gebeuren niet, een paar hindernissen doen zich voor en weer winden we ons daarover op. We beginnen innerlijk in de knoop te raken. En het hele leven lang blijven er ongewenste dingen gebeuren; gewenste dingen gebeuren misschien, misschien ook niet en dit proces van reageren, van knopen leggen, Gordiaanse knopen, maakt de hele geestelijke en lichamelijke structuur zo gespannen, vol van negativiteit. Het leven wordt één grote ellende.
Een manier om het probleem op te lossen is om het leven zó te organiseren dat er zich nooit iets ongewensts voordoet en dat alles precies zo blijft gebeuren zoals we dat graag willen. Dan zouden we zo’n macht moeten ontwikkelen, -of iemand anders die machtig is zou ons moeten helpen- dat er zich geen ongewenste dingen voordoen en dat alles wat we wensen gebeurt. Maar dat is onmogelijk. Er is geen mens ter wereld wiens wensen altijd vervuld worden, in wiens leven alles volgens wens verloopt, zonder dat er ook maar iets ongewensts gebeurt. Er doen zich voortdurend dingen voor die tegengesteld zijn aan onze wensen en verlangens. De vraag is dus: hoe kunnen we ophouden blindelings te reageren op dingen die we niet leuk vinden en voorkomen dat we impulsief reageren? Hoe kunnen we voorkomen dat we gespannen worden? Hoe kunnen we onze rust en vrede bewaren?
In het verleden bestudeerden wijze en heilige mensen uit India en andere landen dit probleem: het probleem van het menselijk lijden- en zij vonden een oplossing: als er zich iets onaangenaams voordoet en men begint hierop te reageren door woedend, angstig of negatief te worden, dan moet men zo snel mogelijk zijn aandacht afleiden. Sta bijvoorbeeld op, neem een glas water, drink – de woede zal niet toenemen, maar zakt. Of begin te tellen: een, twee, drie, vier; of herhaal een woord, een woord of een zin, welke dan ook, misschien de naam van een god of een heilige in wie men vertrouwen heeft. De geest wordt afgeleid, en, tot op zekere hoogte, raakt men de negativiteit, de woede kwijt.
Deze oplossing was handig: het werkte. En het werkt nog steeds. Als men dit toepast voelt de geest zich vrij van onrust. Maar in feite werkt deze oplossing alleen op bewust niveau. In werkelijkheid duwt men de
negativiteit, als men de aandacht er van afleidt, diep in het onderbewuste en op dat niveau blijft men dezelfde negativiteit produceren en vermenigvuldigen. Aan de opppervlakte is er een dun laagje van vrede en harmonie, maar in de diepte van de geest ligt een sluimerende vulkaan van onderdrukte negativiteit die vroeg of laat tot een geweldige uitbarsting zal komen.
Andere zoekers naar de innerlijke waarheid zochten nog verder. En toen ze in zichzelf de realiteit van geest en materie ervaarden, kwamen ze tot de ontdekking, dat de aandacht afleiden slechts weglopen voor het probleem is. Vluchten helpt niet: men moet het probleem onder ogen zien. Telkens wanneer er iets negatiefs in de geest opkomt, observeer het dan, zie het onder ogen. Zodra men een mentale onzuiverheid gaat observeren, verliest deze al haar kracht. Langzaamaan ebt zij weg en lost zich op.
Een goede oplossing, waarbij het negatieve niet wordt verdrongen maar ook niet de vrije teugel wordt gelaten. Door iets negatiefs in het onderbewuste te begraven kan dit zich niet oplossen en door het naar buiten te laten komen, in woord of daad, ontstaan alleen maar meer problemen. Maar als men enkel maar observeert dan verdwijnt de onzuiverheid en heeft men deze negativiteit opgelost, is men vrij van deze onzuiverheid.
Dat klinkt allemaal heel mooi, maar werkt het ook zo in de praktijk? Is het voor gewone mensen wel mogelijk onzuiverheden onder ogen te zien? Als woede in ons opkomt worden we daardoor zó snel overmeesterd dat we het niet eens in de gaten hebben. Dan, overmand door woede, doen of zeggen we dingen die kwetsend zijn voor onszelf en voor anderen. Later, als de woede gezakt is, zit het ons dwars en hebben we er spijt van. We vragen dan deze of gene of God om vergeving: “Oh, ik heb iets verkeerds gedaan, vergeef me alstublieft!” Maar de volgende keer, in een soortgelijke situatie, reageren we op precies dezelfde manier. Al dat berouw helpt niets.
De moeilijkheid is, dat we er ons niet van bewust zijn wanneer een onzuiverheid begint. Zij begint diep in het onderbewuste van de geest en tegen de tijd dat zij het bewuste niveau bereikt heeft, is zij zo sterk geworden dat zij ons overmeestert en we haar niet kunnen observeren.
Stel dat ik iemand in dienst zou nemen om me iedere keer dat er woede in me opkomt te waarschuwen. Maar omdat ik er geen idee van heb wanneer de woede op zal komen, heb ik drie mensen nodig: voor een drie ploegendienst, 24 uur per dag. Stel dat ik me dat kan veroorloven en dat er woede in me opkomt. Mijn assistent meldt meteen: “Pas op, woede!!!”. Dan is het eerste wat ik doe hem een uitbrander geven: “Idioot, denk je dat je betaald wordt om mij de les te lezen?” De woede overmant me zo dat geen goede raad zal helpen.
Stel dat ik verstandig ben en hem niet uitscheldt. In plaats daarvan zeg ik: “Bedankt, nu moet ik gaan zitten en mijn woede observeren.” Maar is dat wel mogelijk? Zodra ik mijn ogen sluit en de woede probeer te observeren komt meteen het onderwerp van de woede in mijn gedachten: de persoon of het incident dat de woede teweeg bracht. Dan ben ik niet bezig de woede te observeren; ik observeer dan alleen de prikkel van buitenaf die aanleiding gaf tot de emotie. Dit zal de woede alleen maar erger maken en is dus geen oplossing. Het is erg moeilijk om een abstracte negativiteit, een abstracte emotie te observeren, los van het onderwerp van buitenaf dat deze heeft veroorzaakt.
Maar iemand die de uiteindelijke waarheid bereikte vond een echte oplossing. Hij ontdekte dat, telkens wanneer er een onzuiverheid in de geest opkomt, er tegelijkertijd twee dingen op lichamelijk vlak gebeuren. Eén ervan is dat de adem zijn normale ritme verliest. Men gaat zwaarder ademen telkens als er iets negatiefs in de geest ontstaat. Dit is gemakkelijk te observeren. En, op een fijner niveau, begint er één of andere biochemische reactie in het lichaam, die leidt tot de één of andere gewaarwording. Elke onzuiverheid doet de één of andere gewaarwording in het lichaam ontstaan.
Dit is een praktische oplossing. Een gewoon iemand kan geen abstracte onzuiverheden in de geest observeren: abstracte angst, woede of hartstocht. Maar met de juiste training en oefening is het erg gemakkelijk de ademhaling en de gewaarwordingen te observeren, die beide in direct verband staan met mentale onzuiverheden.
Ademhaling en gewaarwordingen helpen op twee manieren. Op de eerste plaats gaan ze fungeren als assistenten. Zodra er een onzuiverheid in de geest opkomt verliest de adem zijn normale ritme. Hij maakt ons erop attent dat er iets fout gegaan is. En, we kunnen de adem niet uitschelden; we moeten de waarschuwing wel accepteren. Op dezelfde manier vertellen de gewaarwordingen ons dat er iets verkeerd
gegaan is. Dan, gewaarschuwd, kunnen we de ademhaling gaan observeren, de gewaarwordingen gaan observeren. We zullen dan we al heel snel merken dat de onzuiverheid verdwijnt.

Dit geestelijk-lichamelijk verschijnsel is als de twee kanten van een medaille. Op de ene kant staat een gedachte of emotie die in de geest opkomt. Op de andere kant staan de ademhaling en de gewaarwordingen in het lichaam. Elke gedachte of emotie, elke mentale onzuiverheid die opkomt uit zich in de adem en in de gewaarwordingen van dat moment. Door de ademhaling of de gewaarwordingen te observeren, observeren we dus in feite de mentale onzuiverheden. In plaats van weg te lopen voor het probleem, zien we de realiteit onder ogen zoals ze is. Dan zullen we merken dat de onzuiverheden hun kracht verliezen; zij kunnen ons niet langer overmeesteren zoals in het verleden gebeurde. Als we volhouden, verdwijnen de onzuiverheden uiteindelijk helemaal en bewaren we onze rust en geluk.
Op deze wijze laat deze techniek van zelf-observatie ons de twee aspecten van de werkelijkheid kennen: innerlijk en uiterlijk. Voorheen keken we altijd alleen maar naar buiten zonder de innerlijke waarheid te zien. We zochten de oorzaak voor het feit dat we ons ongelukkig voelden altijd buiten onszelf; we gaven altijd de werkelijkheid buiten onszelf de schuld en probeerden die te veranderen. Ons niet bewust van de innerlijke realiteit, begrepen we nooit, dat de oorzaak van ellende binnen in ligt, in onze eigen blindelingse reacties op aangename en onaangename gewaarwordingen.
Door oefening kunnen we nu de andere kant van de medaille zien. We kunnen ons bewust zijn van de ademhaling en ook van wat zich binnen in ons afspeelt. Of het nu adem of gewaarwording is, we leren deze gewoon te observeren zonder ons geestelijk evenwicht te verliezen. We stoppen met reageren, stoppen met het vermenigvuldigen van onze ellende. In plaats daarvan geven we de onzuiverheid de kans naar buiten te komen en zich op te lossen.
Hoe meer men deze techniek beoefent, des te meer merkt men hoe snel men uit het negatieve kan komen. Geleidelijk aan wordt de geest vrij van onzuiverheden; hij wordt puur. En een pure geest is altijd vol liefde, onvoorwaardelijke liefde; vol mededogen voor de tekortkomingen en de ellende van anderen; vol vreugde over hun succes en geluk; vol gelijkmoedigheid onder alle omstandigheden.
Als men dit stadium bereikt verandert het hele patroon van iemands leven. Het is niet langer mogelijk iets te zeggen of te doen wat de vrede en het geluk van anderen verstoort. In plaats daarvan komt de evenwichtige geest niet alleen zelf tot rust maar de atmosfeer rondom zo iemand wordt doordrongen van vrede en harmonie. Dit begint op zijn beurt invloed te hebben op anderen, begint anderen ook te helpen.
Door te leren in evenwicht te blijven ten opzichte van alles wat men innerlijk ervaart, ontwikkelt men ook onthechting ten opzichte van alles wat men in de buitenwereld tegen komt. Deze ongehechtheid is echter geen manier om te ontsnappen of onverschilligheid ten opzichte van de problemen op de wereld. Degenen die regelmatig Vipassana beoefenen worden gevoeliger voor de ellende van anderen, en doen hun uiterste best om die ellende zo goed als ze kunnen te verlichten -zonder enige opwinding, maar met een geest vol liefde, mededogen en gelijkmoedigheid. Zij beoefenen een serene onverschilligheid- hoe zich volledig in te zetten, volledig betrokken te zijn bij het helpen van anderen, terwijl men tegelijkertijd geestelijk in evenwicht blijft. Op deze wijze bewaren zij hun eigen geluk en tevredenheid, terwijl ze meewerken aan de vrede en harmonie van anderen.
Dit is wat de Boeddha leerde, een kunst om te leven. Hij heeft nooit een religie, enig -isme onderwezen. Hij heeft nooit tegen zijn volgelingen gezegd dat ze rites of rituelen moesten uit voeren, blindelingse of inhoudsloze formaliteiten. In plaats daarvan leerde hij hen de natuur gewoon te observeren zoals deze is, door het observeren van de werkelijkheid binnen in. Uit onwetendheid blijven we reageren op een manier die schadelijk is voor onszelf en voor anderen. Wordt men wijs- wijs in die zin dat men de werkelijkheid observeert zoals zij is, dan komt men van de gewoonte af om te reageren. Als we stoppen met impulsief reageren dan zijn we tot werkelijke actie in staat – actie die voortkomt uit een evenwichtige geest. Een geest die de werkelijkheid ziet en begrijpt. Zo’n manier van handelen kan alleen maar positief zijn, creatief en nuttig voor onszelf en voor anderen.
Wat dan nodig is, is het “ken uzelf”- het advies dat iedere wijze gegeven heeft. We moeten onszelf niet alleen kennen op intellectueel niveau, op niveau van denkbeelden en theorieën. Noch louter op spiritueel of emotioneel niveau waarbij we zonder meer aanvaarden wat we gehoord of gelezen hebben. Zulke kennis is niet genoeg. We moeten de realiteit op het feitelijke niveau leren kennen. We moeten de realiteit van deze lichamelijke/geestelijke verschijnselen daadwerkelijk ondervinden. Alleen dit zal ons helpen om ons vrij te maken van onzuiverheden, vrij van ellende.
Dit direct ervaren van de waarheid over onszelf, deze techniek van zelf-observatie wordt Vipassana meditatie genoemd. In de taal die in India gesproken werd in de tijd dat de Boeddha leefde betekende “passana” kijken, zien met open ogen, in de gewone zin van het woord. Maar “Vipassana” betekent het observeren van dingen zoals zij werkelijk zijn, niet slechts zoals zij schijnen te zijn. De ogenschijnlijke waarheid moet doorgrond worden totdat we bij de uiteindelijke waarheid ten aanzien van de gehele geestelijke en lichamelijk structuur komen. Als we deze waarheid ervaren leren we op te houden met impulsief reageren, op te houden met het creëren van onzuiverheden en als vanzelf worden dan de oude onzuiverheden geleidelijk aan uitgewist. We worden vrij van alle ellende en ervaren wat het is om werkelijk gelukkig te zijn.
Het leerproces in een meditatiecursus bestaat uit drie delen. Op de eerste plaats moet men alle woorden of daden nalaten die de vrede en de harmonie van anderen verstoren. Men kan niet werken aan de eigen bevrijding van geestelijke onzuiverheden als men tegelijkertijd doorgaat met het zeggen of doen van dingen die deze onzuiverheden alleen maar doen toenemen. Moreel verantwoord gedrag vormt daarom de essentiële eerste stap van het leerproces. Men verbindt zich ertoe niet te doden, niet te stelen, zich seksueel niet te misdragen, niet te liegen en geen drugs of alcohol te gebruiken. Als men deze dingen nalaat geeft men de geest gelegenheid voldoende tot rust te komen om verder te gaan met de taak die hem te doen staat.
De volgende stap is om een zekere beheersing te krijgen over deze wispelturige geest, door hem te trainen gericht te blijven op één ding, de adem. Men probeert de aandacht zo lang mogelijk op de ademhaling gevestigd te houden. Dit is geen ademhalingsoefening; men reguleert de adem niet. In plaats daarvan observeert men de natuurlijke ademhaling zoals deze is, zoals hij naar binnen komt, naar buiten gaat. Op die manier brengt men de geest verder tot rust, zodat hij niet langer overmeesterd wordt door heftige negativiteiten. Tegelijkertijd concentreert men de geest en maakt men hem scherp en doordringend: in staat om inzicht te verwerven.
Deze eerste twee stappen, een moreel verantwoord leven leiden en het beheersen van de geest, zijn op zich zelf zeer nuttig en waardevol. Ze leiden echter tot zelfonderdrukking, tenzij men de derde stap neemt, het reinigen van de geest van onzuiverheden door het ontwikkelen van inzicht in de eigen aard. Dit is Vipassana: het ervaren van de eigen werkelijkheid door systematisch en onbewogen in zichzelf het steeds veranderende geest-materie verschijnsel dat zich manifesteert als gewaarwordingen, te observeren. Dit is de essentie van de leer van de Boeddha: zelfloutering door zelfobservatie.
Dit kan door iedereen beoefend worden. Iedereen heeft met ellende te maken. Het is een universele kwaal waarvoor een universele remedie nodig is. Als men woedend is is dat geen Boeddhistische, Hinduïstische of Christelijke woede. Woede is woede. En als men tengevolge van deze woede rusteloos wordt is dit geen Christelijke, Joodse of Islamitische rusteloosheid De kwaal is universeel. De remedie moet dus ook universeel zijn.
Vipassana is zo’n remedie. Niemand zal bezwaar hebben tegen een levenswijze die de vrede en harmonie van anderen respecteert. Niemand zal er bezwaar tegen hebben controle over de geest te ontwikkelen. Niemand zal er bezwaar tegen hebben inzicht te ontwikkelen in zijn ware aard, waardoor het mogelijk wordt de geest te bevrijden van negativiteiten. Vipassana is een universele weg.
Het observeren van de werkelijkheid zoals zij is door het observeren van de waarheid binnen in betekent zichzelf direct leren kennen op ervaringsniveau. Door voortdurend te oefenen bevrijdt men zich van de ellende van onzuiverheden. Van de grove, oppervlakkige, ogenschijnlijke waarheid dringt men door tot de uiteindelijke waarheid van geest en materie. Overstijgt men deze waarheid, dan ervaart men een waarheid die aan geest en materie, aan tijd en ruimte, aan het geconditioneerde gebied van betrekkelijkheid voorbijgaat: de waarheid van totale bevrijding van alle onzuiverheden, alle geestelijke verontreiniging, alle ellende. Hoe men deze uiteindelijke waarheid noemt is niet van belang: het is het uiteindelijke doel van iedereen.

Mogen iedereen deze uiteindelijke waarheid ervaren.
Mogen alle mensen overal uit hun onzuiverheden en hun ellende komen.
Mogen zij echt geluk , ware vrede en ware harmonie ervaren.

Vrede vinden

Standaard

Ven. Mettavihari

door Venerable Mettavihari  Buddhavihara Amsterdam

In feite kom je hier om vrede te vinden. Vrede moet je in jezelf vinden. Om die vrede te vinden moet je naar je eigen geest kijken. De reden waarom we geen vrede hebben ligt in onszelf. Omdat we een verstoring hebben binnen onszelf is er een verstoring buiten ons. Feitelijk maken we nu een grote onvrede mee buiten ons, maar die komt voort uit de onvrede in de mens zelf. Vandaag zijn er overal in de wereld demonstraties gaande tegen de oorlog, maar wie kan stoppen, wie kan luisteren? Tegelijkertijd is er ook een oorlog gaande tussen de vóór- en de tegenstanders van de oorlog. Als je de oorlog wilt stoppen moet je zeggen: “Ja, ik wil de oorlog stoppen, allereerst in mezelf.” Als er geen oorlog in de geest is, dan is er buiten de geest ook geen oorlog. Het heeft niet zoveel zin om lang te praten over de oorlog buiten onszelf, die heeft geen einde. Misschien kun je het vandaag eindigen, maar morgen begint het weer, of overmorgen, of volgende maand of volgend jaar. Dat is de geschiedenis van de mensheid. Iedereen is hier gekomen om vrede en rust te vinden in zichzelf. Een retraitecentrum in een prachtige, bosrijke omgeving zal je echter geen vrede geven, als je de oorzaak van de onvrede in jezelf niet oplost. De oorzaak van onze onvrede zijn de vijf hindernissen.

DE EERSTE HINDERNIS De eerste hindernis is de kamachanda in het Pali, de taal van de oudste Boeddhistische geschriften. Het verlangen naar zintuiglijke bevrediging: oor, oog, neus, tong, lichaam. Dit is het zintuiglijk contact. Het zogenaamde kamachanda genotvolle contact. Er zijn vijf soorten objecten die dit verlangen doen opkomen. Auditieve, visuele, geur-, smaak- en tast-objecten. Het doorlopende verlangen naar zintuiglijke bevrediging is de oorzaak van onze onrust. We kennen dan geen vrede. Misschien ben je het niet met me eens en zeg je: “Als je nergens van mag genieten, wat heeft het leven dan nog voor zin?” Voor ons, die Vipassana praktiseren, is het toegestaan om te genieten via de zintuigen, maar zonder ernaar te verlangen, zonder gehechtheid. Je laat het op een natuurlijke manier komen. Als je er niet naar verlangt, wordt je vrede niet verstoord. Dit geldt voor alles wat de zintuigen betreft – zien, horen, enzovoort. Als je verlangt beginnen de problemen, je hebt geen vrede meer.

DE TWEEDE HINDERNIS De tweede hindernis is byapada, boosheid. Boosheid, kwaadheid, ergernis, afkeer. Zelfs bij afkeer van jezelf ben je gewelddadig. Dat is een vorm van geweld. Als je bijvoorbeeld ziek bent en je hebt er een hekel aan om ziek te zijn en om naar de dokter te gaan of medicijnen te nemen, dan ben je dubbel ziek. Eerst fysiek, dan mentaal. Soms ga je zover dat je het recht om te leven opgeeft, je vraagt om een spuit of iets anders om jezelf het leven te benemen. Je heb een verlangen om niet meer te leven. Dit is ook geweld en je veroorzaakt karma op deze manier. Je moet nooit op deze manier sterven, je maakt slecht karma en je sterft niet in vrede. Het is ook tegen de eerste regel in het Boeddhisme: geen levend wezen doden, noch beschadigen. In de leer van de Boeddha vind je geen tekst die het doden van een ander of jezelf ondersteunt. Daarentegen adviseerde de Boeddha om Metta-meditatie te beoefenen. Metta is liefdevolle vriendelijkheid, het tegenovergestelde van boosheid en geweld. Er is niets beters dan Metta en mededogen om geweld te overwinnen.

DE DERDE HINDERNIS De derde hindernis die de vrede verstoort is thina-middha, slaperigheid en traagheid. Als je bijvoorbeeld ’s morgens opstaat en je voelt je sloom en moe, dan heb je geen vrede in jezelf. Het voelt als een enorme opgave om ontbijt te maken en naar je werk te gaan. ’s Avonds laat gebeurt hetzelfde, je bent moe na een hele dag actief zijn en je hebt slaap nodig, weer geen vrede. Elke dag ervaar je dit zolang je nog geen Arahant, een volledig verlicht persoon, bent. Wij ervaren deze confrontatie dagelijks. De Arahant geeft de kanda’s op, daarom is er geen verstoring meer, fulltime peace. Mentaal hebben ze geen slaap meer nodig maar fysiek wel. ’s Nachts slapen ze maar ze gaan niet in het onderbewuste zoals wij. Stel je voor dat je niet kan slapen ’s nachts, forceer jezelf dan niet om te slapen maar accepteer dat je niet kunt slapen. Je krijgt dan rust en je kunt de volgende dag gewoon je dagelijkse bezigheden doen. We leven met het idee dat we moeten slapen, maar we hebben het niet echt nodig. De Arahant gaat in de bhavanga citta, te vergelijken met een lichtpunt. De elektriciteit is er, maar de knop is niet omgedraaid. Voor een moment is er geen licht aan, ze hebben een korte pauze, ze hebben geen onwetendheid. Als je slaapt komt de onwetendheid binnen en dromen is een teken van onwetendheid. Fysiek heb je rust nodig, mentaal niet.

De Arahant droomt nooit, heeft geen onwetendheid. Wij dromen overdag en wij dromen ’s nachts. Wij hebben onzuiverheden in ons die als voeding dienen voor de droom. Waarom moeten wij slapen? Omdat we geen rust in onze geest hebben. Wij zijn puthujjana, wereldse personen. Wij hebben altijd veel onzuiverheid en gewelddadigheid in ons. Kijk maar als iemand gebeten wordt door een dolle hond. Een dolle hond komt op je af, bijt je, en jij wordt ook onmiddellijk vergiftigd. Waarom? Omdat je al vergif in je bloed hebt. Zolang je geen Arahant bent zit er gewelddadigheid in je bloed. Als een dolle hond een Arahant bijt wordt de Arahant niet gewelddadig, hij hoeft ook niet naar de dokter. Tegenwoordig hoor je veel over verlichte mensen, die vrouw hier, die man daar, die meester, enzovoort. Om te testen of ze echt verlicht zijn kun je er een dolle hond op af sturen en je zult zien of ze verlicht reageren. Ze worden dan namelijk niet vals. De volledig verlichte heeft geen angst. Niet één moment. Een beroemde leraar had vijfhonderd verlichte volgelingen en hij beschouwde zichzelf ook als verlicht. Hij was zeer geleerd. Eén van de studenten was zeven jaar en zelf verlicht geworden met behulp van deze leraar, maar hij zag heel scherp dat de leraar zelf niet verlicht was. Hij durfde niet te zeggen tegen de leraar: “U bent niet verlicht, U moet gaan mediteren.” Met zijn psychische kracht veranderde hij zichzelf in een olifant die met zijn grote slurf op de leraar afging. De leraar schrok geweldig! Toen zag hij in dat hij niet verlicht was en ging naar een retraite, waar hij alsnog volledig verlicht werd. Hij was de zevenjarige dankbaar. Waarom heeft een Arahant geen angst? Omdat hij de hele tijd opmerkzaam is. Fulltime opmerkzaam. Als je dus een intensieve Vipassana retraite doet, oefen je om de hele tijd opmerkzaam te zijn.

Op dit moment heb je misschien niet zoveel angst, maar je kunt in een situatie komen, bijvoorbeeld als je sterft, dat er veel angst opkomst. De opmerkzaamheid die je geoefend hebt zal dan als een natuurlijk gegeven te hulp komen. In een echte catastrofe die op je af komt kan deze opmerkzaamheid je helpen om er zonder angst doorheen te komen. Over mijzelf – op het moment dat ik een auto-ongeluk zag aankomen zei ik: “Sterven, sterven”. Ik had geen angst. Ik was niet bij het ongeluk, ik was bij wat er in mij gebeurde en ik had geen angst. Dat was mijn ervaring. Ik hoefde niet te vechten met de situatie, maar was tegelijkertijd volledig in de situatie aanwezig. Ik ben met dertien jaar begonnen met meditatie. Het groeide in mij, zeer natuurlijk. Daarom blijf ik de mensen vertellen dat de Vipassana-meditatie een grote zegen is en een grote hulp kan zijn – zeer goed voor de mensheid!

DE VIERDE HINDERNIS De vierde hindernis is uddhacca-kukkucca, rusteloosheid, zorgelijkheid. Jullie zijn zorgelijk en rusteloos om de oorlog in Irak. Je bent zo rusteloos als een kip die de hele tijd beweegt, veren, snavel, poten, zelfs in hun slaap maken ze nog geluid. “Tok, tok, tok” Je moet naar een kippenhok gaan om te zien wat rusteloosheid is. Er is geen vrede in rusteloosheid en zorgelijkheid. Wij maken ons zorgen over Irak, maar Irak is daarginds, het is niet hier. Ook al was Irak hier, dan moet je nog handelen zoals met dat auto-ongeluk. De oorlog kan vlak naast je gebeuren, maar jij moet eruit blijven. Dan is je leven volledig gegarandeerd. Je moet vrede maken met de oorlog buiten je. Binnen in je moet je geen oorlog laten ontstaan.

DE VIJFDE HINDERNIS De vijfde hindernis is vicikiccha, twijfel. Wij zijn altijd aan het twijfelen over het een of het ander. De reden is dat we onhelder zijn en geen wijsheid hebben. Daarom moeten we Vipassana-meditatie beoefenen, omdat we daar een duidelijk object hebben, via het zintuiglijk contact. Dit waren de vijf hindernissen die de vrede in onszelf verstoren. Wij hebben constant oorlog in onszelf, daarom is er ook oorlog buiten ons. De gewelddadigheid van de mensen zit in hun geest, hoofd en hart. Ze zien iets buiten zich en ze laten zich beïnvloeden. Iemand in een machtspositie heeft grote invloed. Veel mensen protesteren en roepen: “Luister naar ons!” Kinderen en oude mensen, zij zijn helemaal overstuur: “Wij willen geen oorlog!” Je verliest je vrede, als je demonstreert met verwachtingen. Demonstreer, doe wat je denkt te moeten doen, maar zonder verwachtingen. De superpower zit in de hoofden van iedereen. Laat je hoofd niet bezetten, ook niet door een superpower. Oorlog heeft twee partijen nodig. Als één partij niet reageert is er geen echte oorlog, want als je met één hand klapt dan hoor je niets. Je moet je vrede niet af laten nemen door iets of iemand van buitenaf. Wees opmerkzaam!

Tekst van Eerwaarde Mettavihari, uitgesproken in de Vipassana meditatieretraite te Naarden, d.d. 22 maart 2003 http://www.xs4all.nl/~gotama/