Categorie archief: TIBET

Tibet today

Standaard

Advertenties

Lama Amnyi Trulchung Rinpoche

Standaard

13131107_907910186005278_6657139228791574044_o.jpg

Amnyi Trulchung Rinpoche werd geboren in 1975, het vuurdrakenjaar en werd kort daarna herkend als de reincarnatie van de Vierde Amnyi Trulchung Rinpoche van het Ju Mohor klooster in Tibet. Als kleine jongen al viel hij op omdat hij anders was dan zijn leeftijdsgenoten. Hij had een buitengewoon liefdevolle natuur, vol compassie en dat werd door allen die hem ontmoetten herkend en gewaardeerd. Amnyi Trulchung Rinpoche liet ook opvallend scherpe intelligentie blijken in zijn studies en alles wat hem geleerd werd, begreep hij volkomen.

Onder leiding van zijn spirituele leraren, ondernam hij de traditionele training van zijn overdrachtslijn. Dit hield o.a. in het accumuleren van 500.000 ngondro beoefeningen en training in de Rigdzin overdrachtslijn traditie met onder meer de essentiele Dzogchen instructies van kadak trekcho en lhundrop togal. Gedurende deze training bereikte hij buitengewone inzichten en ervaringen in zijn meditatie beoefeningen. De training mondde uit in een 3 jaar retraite in Yachen Orgyen Samten Choeling onder begeleiding van ZH Lama Achuk Rinpoche.

Op 18-jarige leeftijd werd hij formeel uitgeroepen tot de Vijfde Amnyi Trulchung Rinpoche en geinstalleerd als abt van het Ju Mohor klooster in Tibet.

Rinpoche bleef studeren aan de grote universiteit van Larung Gar in Serthar. Hij bestudeerde de verschillende scholen van de tibetaanse boeddhistische filosofie alsmede de sutra’s en tantra’s onder leiding van verschillende leraren, in het bijzonder van de stichter van Larung Gar, ZH Khenchen Jigme Phuntsok Rinpoche. Hier behaalde hij zijn titel van Khenpo op 25-jarige leeftijd.

Hij keerde terug naar het Ju Mohor klooster en gaf dit onderricht aan de monniken en nonnen in zijn klooster.

Tijdens deze periode ontving Rinpoche vele empowerments, mondelinge transmissies en kerninstructies van de geheime Nyingmapa kama en terma tradities. Deze werden hem gegeven door een groot aantal meesters en beoefenaren onder wie ZH Drupchen Pema Norbu, Khenpo Pema Tsewang, Venerable Gyangkhang Tulku, Venerable Khenpo Choekyap, Venerable Trulshig Rinpoche en Venerable Taklung Tsetrul Rinpoche en meerdere teachings in het geheime Mantrayana van Venerable Ngorlu Ding Khenchen.

Heden ten dage houdt Rinpoche zich vooral bezig met het Vista project in Sershul, een stad vlakbij het Ju Mohor klooster. Dit baanbrekende project heeft ten doel het economische en culturele leven van de Tibetaanse bevolking een nieuwe impuls te geven. Ofschoon de Chinese economie razendsnel groeit, heeft de nomaden bevolking van Oost-Tibet vaak geen baat van de verbeteringen doordat zij scholing missen. Het Vista project richt zich daarom op basisvorming en vakopleidingen om de nomaden niet alleen te laten profiteren van het moderne economische klimaat maar ook om de oude cultuur van Tibet te bewaren en verder te ontwikkelen.

Rinpoche heeft in de wereld veel leerlingen met name in Nieuw Zeeland , Nederland en Groot Brittanie.

Chinees toerisme in Tibet is culturele genocide

Standaard

Het toenemend aantal toeristen in Tibet levert de lokale bevolking nauwelijks winst op. Integendeel. Cultuur en eigenheid van het land en bevolking worden ernstig aangetast. Het Chinese overheidsbeleid trachten de economische groei van Tibet te versnellen. Dat tast echte het voortbestaan van de unieke Tibetaanse cultuur en identiteit aan. Een van de pijlers van die economische ontwikkeling is het toerisme.

Chinees toerisme Tibet, poseren voor cameraTerwijl de autoriteiten trots exponentiële groeicijfers verkondigen en Tibet in China aanprijzen als een ‘exotische bestemming met een mysterieuze cultuur in een spectaculair landschap’, worden de Tibetanen buitengesloten en wordt de controle over het Tibetaans boeddhisme in Tibet verder aangescherpt. China gebruikte de groeiende toeristenindustrie als een van de dekmantels voor toenemende repressie en marginalisering van de Tibetanen.

De opening van de spoorlijn naar Lhasa in 2006 zorgde voor een explosieve toename van het aantal Chinese migranten naar Tibet. In 2007 verder boden het aantal toeristen naar 4 miljoen. De massale protesten in 2008 riepen het toerisme naar de hoofdstad Lhasa tijdelijk een halt toe en het aantal liep met bijna de helft terug. Sindsdien vindt er met enorme overheidsuitgaven en campagnes weer een opleving plaats. Volgens het toerismebureau van de Tibetaanse autonome regio (TAR) was het aantal toeristen in 2010 6,9 miljoen en worden er in 2012 zelfs 10 miljoen verwacht. Nieuwe grote infrastructuurprojecten worden gerealiseerd om de groeiende stroom Chinese toeristen – en migranten – aan te voeren. Lhasa is via de spoorlijn met al zeven grote Chinese steden verbonden en er zijn vijf commerciële vliegvelden in Tibet.

Chinees toerisme Tibet, toeristenDe Chinese regering heeft omvangrijke plannen om de Tibetaanse cultuur en natuur te vercommercialiseren. Daar vallen pelgrims bestemmingen zoals de heilige berg Kailash en meren als Yamdrok Tso onder. In juli werd de bouw van een groot cultuurproject aangekondigd. De autoriteiten investeren drie miljard euro in het pretpark over de Tibetaanse cultuur in de buurt van Lhasa. Xinhua citeerde de onderburgemeester van Lhasa: ‘Het levend museumproject is opgezet om de toeristische naam van Tibet te verbeteren en het moet een mijlpaal zijn in de cultuurindustrie.’

Volgens het staatspersbureau moet het project binnen drie à vijf jaar voltooid zijn. Het thema is de Chinese prinses Wencheng, die in de zevende eeuw de Tibetaanse koning Songsten Gampo duwde. China baseert zijn aanspraken op Tibet op die verbintenis. Door een karikatuur van de Tibetaanse historie en cultuur te maken, probeert China de geschiedenis van Tibet te herschrijven en de Tibetaanse cultuur en identiteit te vervangen door een communistische versie.

Het Tibetaans boeddhisme is voor China een primair doelwit voor de commercialisering van de Tibetaanse cultuur. Waar eens honderden monniken op binnenplaatsen van kloosters debatteerden, staan nu souvenirkramen en kunnen toeristen in pseudo traditionele Tibetaanse dracht voor camera’s poseren. Even oude kloosters, zoals Samye en Tashilhunpo, hoe zijn van een boeddhistische studiecentra omgevormd tot commerciële ondernemingen.

Chinees toerisme in Tibet, LhasaHet aantal monniken en nonnen is drastisch teruggebracht en de traditionele leer wordt aangevuld met de communistische leer en propaganda. Chinezen verkleed als monniken brengen voor exorbitante prijzen Tibetaanse wierook, gebedsvlaggen en andere boeddhistische souvenirs aan de man. De bekende Tibetaanse schrijfster Woeser schreef in een blog dat buitenstaanders hierdoor een verkeerd beeld krijgen van het Tibetaans boeddhisme. ‘Nep boeddhisme heeft de kloosters geïnfiltreerd.’

Toerisme vormt voor de Chinese regering een belangrijke inkomstenbron. In de Tibetaanse autonome regio (TAR) waren de inkomsten uit toerisme in 2007 0.4 miljard euro. Naar verwachting is dat in 2012 zelfs € 1,23 miljard. Deze inkomsten zouden kunnen bijdragen aan opleidingen en werkgelegenheid voor Tibetanen. In de praktijk gebeurt dat niet en worden zij verder gemarginaliseerd. Zo worden de Tibetaanse gidsen vervangen door Chinese gidsen. Deze schotelen een Chinese versie van de cultuur voor, zodat dit Tibetanen niet langer rentmeesters zijn van hun eigen unieke cultuur. Ook taxichauffeurs en eigenaren van restaurants en hotels zijn vooral Chinese migranten.

Analisten melden dat een groot deel van de inkomsten uit toerisme de regio verlaat. De econoom Andrew Fischer, die gespecialiseerd is in China en Tibet, zei: “de meeste toeristen die de TAR bezoeken zijn Chinezen en zij verblijven meestal in Chinese hotels aan de westkant van Lhasa dicht bij een overvloedig aanbod van Chinese restaurants en entertainmentcentra. Het is waarschijnlijk dat bijna al deze inkomsten uit toerisme, die via dergelijke locaties binnenkomen, bijna net zo snel uit de provincie wegvloeien als ze binnenkomen.”

Chinees toerisme Tibet, treinverbindingenChinees toerisme Tibet, westerlingenToeristen uit het Westen en uit andere Aziatische landen dragen nauwelijks bij aan de groei en ze maken nog geen 10% uit van het totale aantal toeristen dat Tibet bezoekt. De regels om de TAR binnen te komen, worden steeds meer aangescherpt via ingewikkelde aanvraagprocedures. Toeristen mogen uitsluitend begeleid worden door gidsen die door de autoriteiten geautoriseerd zijn. Die beweren dat deze beperkingen slechts bedoeld zijn om buitenlandse toeristen te beschermen tegen mogelijke gevallen van “onrust”.

De achterliggende oorzaak is dat China weet dat in het verleden toeristen ooggetuige waren van mensenrechtenschendingen in Tibet en hierover berichtten. Regelmatig worden Tibetaanse gebieden afgesloten voor buitenlandse toeristen, zoals in de voor de Chinezen gevoelige maand maart, als de Tibetanen wereldwijd de volksopstand in Lhasa van 1959 herdenken en rondom andere politiek gevoelige perioden. Toch blijft het belangrijk dat toeristen Tibet bezoeken. Dan ziet de wereld, zoals ook de Dalai Lama stelt, met eigen ogen hoe China de mensenrechten in Tibet schendt.

Bron International Campaign for Tibet.

Chinese Authorities Plan Major Reduction of Monastic Population at Larung Gar

Standaard

By Craig Lewis Buddhistdoor Global | The authorities in China’s southwestern Sichuan Province are reportedly planning a major reduction of the burgeoning monastic population at the famed Larung Gar Buddhist Academy in the Larung Valley near the town of Sertar, Garze Prefecture. The reported decision follows similar moves in 2001, when state authorities organized a mass eviction of residents from the institute, and late last year, when further evictions were accompanied by an order to reduce admissions to curb the rapid growth of the monastic population.


Situated in the traditional Tibetan region of Kham, Larung Gar Buddhist Academy was founded in 1980 by the highly respected teacher Khenpo Jigme Phuntsok (1933–2004), a lama of the Nyingma tradition, one of the four major schools of Tibetan Buddhism. With some estimates putting the population at as many as 40,000 monks and nuns, the institute is widely considered to be the largest center of Buddhist learning in the world.

“Last year, 600 members of this center were ordered to leave, and they returned to their hometowns. About 400 members aged 60 and older were also asked to leave, and they left as well,” an anonymous source told Radio Free Asia, a private, non-profit international broadcaster created by the US government. “This year, the authorities are talking about 1,200 members who will have to leave, and it is said that China has now issued a document saying that only 5,000 monks and nuns will be allowed to remain [at Larung Gar].”


Government officials were marking houses that obstructed the passage of firefighting vehicles or the construction of roads, according to the source, who added that dwellings targeted for demolition would be torn down by force if necessary. “About 60 to 70 per cent of the houses of monks and nuns are being marked for demolition,” the source said, noting that the order to reduce the number of residents at Larung Gar did not originate at the county level, “but comes from higher authorities,” with China’s president Xi Jinping taking a personal interest in the matter. (Radio Free Asia)

In 2001, government authorities had become unsettled by the rapid population growth at the institute. Alarmed by what they termed “splittist” activities, and particularly unnerved by its growing popularity among ordinary Han Chinese—at the time, Han Chinese at the academy numbered more than 1,000—the authorities sent in thousands of security personnel and laborers, who evicted all but 1,400 of the monastery’s 9,000 inhabitants and razed 2,400 dwellings. Many of the nuns and monks turned out from Larung Gar made their way southwest to the more remote Yarchen Gar monastic community, still largely hidden from the outside world by its geographical remoteness and political restrictions put in place by the government. Because of these restrictions, most of the monks and nuns at Yarchen Gar are not officially recognized and live in fear of eviction.

The site of the Larung Gar Buddhist Academy was chosen by Khenpo Jigme Phuntsok because of its historical connection to the Vajrayana tradition. It is said that His Holiness the first Dudjom Rinpoche, Dudjom Lingpa (1835–1904), stayed here with his 13 disciples. The institute was conceived as an independent center of study that would help revitalize the Dharma and revive the study and practice of Tibetan Buddhism following the devastating impact of China’s Cultural Revolution (1966–76), during which Tibetan Buddhism was suppressed and thousands of monasteries were destroyed. While the academy initially had fewer than 100 students, the monastic population grew rapidly in the years that followed.

The institute has played a key role in revitalizing the teachings of Tibetan Buddhism since China eased restrictions on religious practice in 1980, and has become renowned for the quality of both its religious and secular education. English, Chinese, and Tibetan languages and modern computer studies are taught alongside a traditional non-sectarian Buddhist curriculum. About 500 khenpos—holders of doctoral degrees in divinity—have studied at Larung Gar Buddhist Academy.

Droomyoga

Standaard

image

Lig, wanneer de droomstaat daagt, niet als een lijk in onwetendheid terneer.
Betreedt de natuurlijke sfeer van de onwankelbare aandacht.
Herken je dromen en zet illusie om in lichtgevendheid.
Dzogchen

Beoefening van droomyoga vindt plaats in sommige tradities binnen het Tibetaans boeddhisme of Vajrayana boeddhisme. In de visie die ten grondslag ligt aan droomyoga, wordt een parallel getrokken tussen het proces van slapen en dromen enerzijds en de verschillende stadia van het stervensproces anderzijds.
Volgens het Tibetaans dodenboek (of Bardo Thodrol) lossen tijdens het stervensproces de vijf elementen waaruit het lichaam is samengesteld zich in elkaar op. Wanneer het laatste element, ruimte, zich heeft opgelost, gaat ons gebruikelijke bewustzijn dat gekoppeld is aan het materiele lichaam, op in wat wordt genoemd het ‘heldere licht’. Dit heldere licht wordt door de Dalai Lama omschreven als een niet-conceptuele staat van zijn, waarin er geen sprake meer is van een ervaren van het zelf. Voor mensen die geen of weinig meditatie beoefening hebben gedaan, duurt de staat van het heldere licht niet langer dan een ‘klik met de vingers’. Voor ervaren mediteerders kan het zo lang duren als ‘het eten van een maaltijd’. Deze fase in het stervensproces wordt vergeleken met het eerste slaapstadium direct na het inslapen.
En net zoals dit heldere licht slechts met grote moeite door de stervende kan worden herkend, is ook de slaper zich vrijwel nooit bewust van deze staat. Het Tibetaans dodenboek over sterven In het volgende stadium van het stervensproces doen zich, zo stelt het Tibetaans dodenboek visioenachtige beelden voor van verschillende boeddhavormen. Dit kan gepaard gaan met waarneming van zeer intensieve kleuren. Dit stadium wordt vergeleken met de droomstaat. En ook in deze fase geldt weer dat het voor de meeste mensen moeilijk is om het als zodanig te herkennen, om te weten dat ze dromen en dat de droombeelden voortkomen uit hun eigen geest.
Maar wanneer we in staat zijn om tijdens onze dromen droombeelden te herkennen als projecties van onze eigen geest is de kans groter dat we dat ook kunnen gedurende de periode die op ons sterven volgt. Deze helderheid van geest tijdens het dromen, wordt tegenwoordig in Europa en de Verenigde Staten lucide dromen genoemd. Binnen het Vajrayana boeddhisme zijn er beoefeningen die vertrouwd maken met de verschillende fasen van het stervensproces. Daarnaast kan er droomyoga worden beoefend. Juist tijdens het dromen is het mogelijk om de subtiele energie-geest te oefenen. Droomyoga is een uitstekende methode om vaste conditioneringen te doorbreken.
De concrete beoefening van droomyoga vindt plaats voor het slapengaan. Binnen de verschillende tradities van het Tibetaans boeddhisme zijn er verschillende meditatie-oefeningen om de heldere droomstaat op te wekken. De beoefeningen bestaan vaak uit visualisatie, soms in combinatie met ademhalingsoefeningen. Tijdens de droom kan iemand helpen door de dromer in het oor te fluisteren ‘Je bent nu aan het dromen’. Ook overdag kan droomyoga worden beoefend. De beoefenaar traint zich dan om alle verschijnselen als een droom te zien. Wanneer hij dat consequent doet, is de kans groter dat zijn zijn dromen zich als minder substantieel voordoen.
screen-shot-2012-09-26-at-12.21.47-pm.png.png

Khandro-la Namsel Dronma

Standaard


 

KHANDRO-LA – BIOGRAPHY

(Excerpted from an interview with Khadro-la conducted by Ven Roger Kunsang, and featured in
Mandala magazine, August 2008)

Ven. Roger Kunsang: Can you tell me why you left Tibet?
“I didn’t have the intention, and I didn’t have the money to travel. I followed a sign that came
in my dreams. There was a bus blowing its horn indicating its departure, and until I got on the
bus I was unaware of where I was heading. I learnt from the other people on that bus that they
were going to Lhasa and thence to Shigatse. A couple of days into the journey I learnt that
they were also planning to go to Mount Kailash.
“One day, while we had stopped our journey at Shigatse, I was circumambulating Tashi
Lhunpo Monastery when I came across an elderly man dressed in an Indian cloth doti. This
complete stranger gave me 2000 gormo. He asked me to sit beside him, and begun to tell me
many unusual stories. He told me that India was just beyond this mountain, and that I should
be meeting with His Holiness the Dalai Lama and many other lamas. He kept urging me to
head for India – and at the time it didn’t feel at all strange, although when I recall it now it
seems amazing to me.”
There was much hardship. I had no mission of my own and was just following the pilgrims. I
don’t remember very clearly how long the journey was, but I did fifteen koras round Mount
Kailash and due to my unusual actions and the words that I was speaking, rumors were going
around that I was a dakini. People began to line up to see me, even seeking blessings from
me. It was very tiring for me to deal with the crowds, but a very kind monk from a nearby
monastery took good care of me with food and drink. He even organized a better system for
the people who came to see me for blessings, etc. Many of those people expressed their wish
to go to India with me. One night, quite suddenly and without any discussion, I made up my
mind to leave for India and so a man who was our guide led seventeen of us from the bus
along the trail that leads to the border. He wasn’t very experienced and it took seventeen days
to reach Kathmandu in Nepal. It should have taken only seven days. We were in no man’s
land, and as there were no real paths or people to ask, it was impossible to tell whether we
were even out of Tibet. We had to just follow the signs I got in my dreams. When we were
confused about the way, I was instructed to go in the direction where there appeared a circle
of light. Maybe this was the blessing of the Dalai Lama or Palden Lhamo.
“Sometimes we had to walk all day without any food or drink, and sometimes we had to walk
all through the night. We were not prepared for such a long journey.
“When I arrived in Nepal, I fell seriously ill with food poisoning and could not continue with
my companions towards India. I had to stay at the reception center in Kathmandu, vomiting
blood, which made the staff suspicious that I had a contagious disease. I was left to sleep
outside the building in a field. I was so weak that I couldn’t change position. When I needed
to move, they used long sticks to push me back and forth because they were afraid to touch
me with their hands. As my condition worsened, the staff thought I wouldn’t survive, and so

khandronamseldronma

asked me if I wanted to leave a last message for my family and asked for the address to deliver it.

“So I made a request for monks from a monastery to do prayers after I died and to take my
body for cremation to a peak which I later found out is the holy Nagarjuna hill where Buddha
had spoken the sutra called Langru Lungten.
“I asked them to take my urine in a bottle and give it to whomever they met first at the
Boudhanath Stupa entrance. By now I was semi-conscious, but they were kind enough to do
this favor for me. The person who took my urine met a man at the gate who turned out to be a
Tibetan physician. He tested my urine and diagnosed that I had been poisoned with meat,
prescribed some medicine and even sent me some blessing pills. My health improved
dramatically and I had many good dreams. When I recovered, I was sent to the Dharamsala
reception center, together with some other newly-arrived people.
“I arrived in Dharamsala not long after some monks from my village had quarreled with the
staff of the center – and so they had a negative impression of anyone who came from the
same area. Consequently I, too, became the victim. Since I was quite young I was asked
whether I would like to join school or did I want to have some skills training. My reply was
quite straightforward and honest. I said I had no interest in going to school and neither did I
want to learn something else. When I was back at home I always had the very strong will to
serve good meditators, and so I used to collect firewood and deliver water for the meditators
who lived around my village. I didn’t even know that Tibet was occupied by the Chinese and
that that was why Tibetans went into exile. I was not tortured by the Chinese and I didn’t
have any lack of food or clothing. My only wish was to see His Holiness the Dalai Lama, and
as I have a problem of going into craziness sometimes, I merely wanted to know from His
Holiness whether that was good or bad. That was all I wanted, otherwise I just wanted to
return to my own home.”
“I couldn’t get an audience with His Holiness because I was accused of having a contagious
disease which might infect him. Some said I was mad. Some even said I ought to be leaving
the center or be sent to an insane asylum. I was even banned from public audiences for
several months. Instead, I circumambulated the Dalai Lama’s palace every morning. One day,
I heard that His Holiness was coming back home, so I hid beside the road to greet him. As his
car passed by Namgyal Monastery, I saw a very bright light radiating on the front window of
the car and inside I saw him with many hands around his shoulders! It was the first time I had
ever seen His Holiness and I just jumped towards the car to prostrate, and I fell unconscious,
almost under the car.
“I was carried back to the center by a man from my village and again the shower of scolding
began. But I think a very strong change happened in me by seeing His Holiness and I never
got angry with the staff. I thought, ‘Oh! They have to take care of so many people and of
course they get upset sometimes.’
“Despite many requests, I still wasn’t given an audience with His Holiness. At a public
teaching I managed to find a seat. As he came in escorted by security personnel, I was possessed by the protector and the guards took me away from the courtyard where the
teachings were to take place, telling me to stay at the bottom of the stairs. I felt so sad to think
what evil karma I must have created in the past that now I can’t even see His Holiness.
“The teaching began with the recitation of the Heart Sutra. I could hear His Holiness
chanting, and as he was saying “no eyes, no nose,” etc., I started to have a very strange
feeling. By the time he was saying “form is empty and emptiness is form,” I felt rays of light
were showering on me, entering from the crown and filling my whole body. I felt lifted up in
the air. I had a strong feeling of joy and sentiment.
“As time went by, I came to know some meditators and came in contact with some great
lamas such as Kirti Tsenshab Rinpoche and Khalkha Jetsun Dampa. I received blessing water
from them, and they, too, tried many ways to make my contact with His Holiness possible.
But no progress was made, and so I finally made up my mind to return to Tibet. I was
exceptionally sad at not being able to fulfill some of the tasks the old man in Shigatse has
asked me to do. There were some important things that I should do, such as making a long
life offering and some other secret thing, and time for all those activities was running out.
“I informed Kirti Tsenshab Rinpoche of my decision, but he insisted that I did not return. He
said that he saw in me something more important than just an oracle; he could see some
specialness in me. He said I would be very helpful to His Holiness, and advised me to remain
in Dharamsala. ‘I myself will make the golden bridge between you and His Holiness.’ As I
listened to him, I wondered why such a great scholar and great lama said such comments
about me. Soon after, and out of the blue, I was approved for an audience, together with other
new arrivals.
“There were a lot of us waiting anxiously. I saw His Holiness coming toward us and I saw
him with so much light radiating and many arms, just as I had seen him before. As soon as I
stood up to make prostrations, again I was possessed and taken away by the security guards.
Perhaps I was kicked or punched, because I found bruises on my body when I regained
consciousness.
“But after His Holiness granted an audience to all the other people, he asked to bring up the
lady oracle and so I was taken to him. As soon as I went to him, I grabbed at his feet and
went unconscious again. When I came back to normal His Holiness asked me about my home
and many other questions, but I was just left speechless. No words came out – I was too
overjoyed to say anything. Later I was able to tell him all that the old man had told me in
Shigatse and he heard all about me and my problems. I was confirmed as the oracle of the
protector and His Holiness asked me not to go back to Tibet. His Holiness granted me
different empowerments and instructions, and I begun to do the retreats that he advised me to
do.”
“A house was given to me by the private office within Namgyal Monastery. It’s the same
house I live in today. It was during that time when the teacher in the Dialectic School was
murdered by the group of Shugden worshipers, and there were rumors that I too would be
assassinated. The monks of Namgyal Monastery were very concerned about my safety. That’s how we became close. Actually, I tried to refuse their protection. I told them that if my
fate is to be killed, then nothing can make it not happen, but that if my karma is not to die, the
Shugden worshippers cannot harm me. The monks didn’t listen to me and they continuously
took good care of me.
“As I was very weak physically, His Holiness contacted Kyabje Trulshik Rinpoche and I was
sent to France for treatment. At that time I came to know Lama Zopa Rinpoche. Indeed,
because of my poor health I came to know so many people!
“During my retreat and practice there have been some good signs and some positive
outcomes too, but I like to say that all of these are just hallucinations. Whatever good
happens is no more than the blessing of His Holiness. I myself am no better than the poorest
being among the rest.
“About two years ago, His Holiness advised me that whenever the opportunity comes, I
should give teachings or any kind of service that I can deliver to those who are in need. But I
know I have nothing to offer to others. To tell you honestly, in my mind I have a very strong
belief that the essence of life is only to have the realization of bodhichitta and emptiness.
Though it is difficult to gain, my primary wish is to achieve indestructible faith in these two
before I die. If I cannot help people to generate these things, our meeting is just a waste of
time. Other than that, I am the poorest by inner, outer and secret perspectives. The best side
of me is only that I met the best Dharma, best practice and the best lamas.”
Ven. Roger: When did you first feel that you were a dakini?
K: “I always think I am not a dakini. I don’t know who I am. Some lamas say I am Khandro
Yeshe Tsogyal, some say I am Vajrayogini, and others say I am Tara. It might be their own
pure appearances. I myself think I am nothing special.
“When I was young some people said I was mad. Some said I was dakini. I don’t know. I
have no doubt that I have very strong karmic imprints from the past, because I have been very
dear to His Holiness and many other high lamas from Tibet and outside of Tibet. Some lamas
from Tibet, whom I never knew, sent me love, respect, good wishes and often offerings and
praises. Another reason is that sometimes the words to express the view of emptiness come
out of my mouth automatically – something I have never heard and studied before – but I
can’t remember later what I said.”