Geen geboorte geen dood

Standaard

Thich Nhat Hanh Het onderstaande is een fragment van een lezing die Thich Nhat Hanh op 3 mei 1998 in Plum Village heeft gehouden.

Vorige zomer waren er hier in Plum Village heel veel kinderen, uit verschillende landen. Ik heb hen allemaal een lotuszaadje gegeven dat mij vanuit Vietnam was opgestuurd. De kinderen kwamen één voor één naar voren om het zaadje in ontvangst te nemen. Ik heb hen ook geleerd hoe je een lotuszaadje moet planten. Als ze er deze zomer weer zijn zullen ze me vertellen hoe het gegaan is. Zoals je weet groeien er in Plum Village lotusbloemen in de vijvers. Elke zomer bloeien er een heleboel. Het is een heel mooi gezicht en bijna iedereen die hier komt geniet er van. Voor velen is het de eerste keer dat ze een lotusbloem zien. Een verslaggever uit Parijs zei in een televisieprogramma dat in de Dordogne de lotussen als paddestoelen uit de grond schieten. Maar dat is niet waar. De lotusbloemen in Plum Village zijn als zaadje uit Vietnam gekomen en wij hebben ons best gedaan ze hier tot bloei te laten komen. Dat is gelukt en dit jaar hebben we gemediteerd over het niet-geboren-worden en niet-sterven van een lotus. In 1982 ging een Amerikaanse professor in de biologie naar China om het Instituut voor Biologie in Beijing te bezoeken. Ze kreeg daar vijf lotuszaadjes die, naar men zei, heel erg oud waren. De zaadjes waren tevoorschijn gekomen bij opgravingen in Noord China, waar er honderden waren ontdekt. Vijf van die zaadjes dus, nam ze mee terug naar Amerika. In november 1995 probeerde ze er drie te planten. Eén wilde niet groeien maar de andere twee ontkiemden wel. Toen het eerste zaadje was opgekomen nam ze het mee en verbrandde het onder hoge temperatuur om – aan de hand van een procedure die koolstofdateren heet – uit te zoeken hoe oud het was. Ze ontdekte dat het 1288 jaar oud was. Hoewel dat zaadje al die tijd in de grond gelegen had, had het toch zijn levenskracht behouden. Dat was verbazingwekkend. Om een lotuszaadje te laten ontkiemen moet je met een mes een kleine inkeping in de bast maken of je moet het op één plek tegen een steen schuren tot de bast daar zo dun geworden is, dat er water doorheen kan. Anders zal het zaadje blijven liggen zonder te ontspruiten. Wij hebben allemaal talloze zaadjes van onze voorouders meegekregen, maar als we niet weten welke behandeling ze nodig hebben, kunnen ze niet opkomen. De zaadjes van verlichting, compassie, liefde en vreugde zijn in ons allemaal. Onze fysieke en onze spirituele voorouders hebben ze aan ons door gegeven en ons lichaam en ons bewustzijn vormen de grond waar ze in liggen. Door het licht van onze aandacht op ons lichaam en onze geest te laten schijnen kunnen we de zaadjes die we van onze voorouders meegekregen hebben, gaan herkennen. Er zijn negatieve zaadjes, zaadjes van lijden, van wanhoop, van discriminatie en van kwaadheid. Maar er zijn ook zaadjes van liefde, vergeving, vreugde en verlichting. In ons dagelijks leven moeten we met die zaadjes in contact proberen te komen en we moeten leren er zorgzaam, liefdevol en dankbaar mee om te gaan. Sommigen van ons geloven dat ze niet in staat zijn om lief te hebben. Ze hebben het wel geprobeerd maar het is steeds misgegaan. Door alle pijn die dat heeft veroorzaakt, zijn ze haast bang om weer van iemand te gaan houden. Maar ondertussen is het zaadje van liefde wel in hen aanwezig, heel sterk zelfs. Ze weten alleen niet hoe ze het kunnen laten ontspruiten. Want net als met een lotuszaadje, moet je weten welke behandeling een zaadje nodig heeft om te kunnen ontkiemen. Als iemand dus tegen je zegt dat ze niet in staat is om van iemand te houden, dat er geen liefde in haar is, en dat ze niet blij en gelukkig kan zijn, kijk haar dan vol mededogen aan en zeg: Dat is niet waar, lieve vriendin. Je hebt wel het vermogen om van iemand te houden. Je hebt de zaadjes van liefde en vrede, van verlichting en vergeving allemaal in je. Je hoeft ze alleen maar te herkennen en te leren hoe je ze kunt laten ontspruiten. De Boeddha kan je daarbij helpen. En je leraar en je broers en zussen in de sangha kunnen je er ook bij helpen deze zaadjes in jezelf te gaan herkennen en te leren wat je moet doen om ze te laten ontkiemen en een bloem te laten worden. Er zijn zaadjes die zo’n harde bast hebben dat ze pas kunnen ontspruiten als er een bosbrand geweest is. Bomen die dit soort zaadjes voortbrengen zijn overal te vinden, ook in Noord-Amerika. Zonder brand kunnen ze niet ontkiemen. Na de brand komt er altijd regen en dan hebben die zaadjes de kans te ontspruiten. Ik heb de oorlog in Vietnam altijd met een grote brand vergeleken. Tijdens die brand hebben vele mooie zaadjes, die door de Boeddha zijn doorgegeven, kunnen ontkiemen. Na een brand is er altijd regen. E’en van de zaadjes die gedurende de oorlog opkwamen is het zaadje vangeëngageerd boeddhisme – een boeddhisme dat zich niet alleen in de tempel afspeelt, maar wat álle aspecten van ons dagelijks leven omvat. We kunnen het boeddhisme in de meest pijnlijke situaties in ons leven gebruiken: het kan ons helpen minder te lijden en we kunnen meteen ervaren dat het werkt. De uitdrukking geëngageerd boeddhisme is in Vietnam tijdens de oorlog geboren. Ik was een van degenen die zich inzetten om de visie van het geëngageerd boeddhisme – dat het boeddhisme daar moet zijn waar geleden wordt, om te helpen – ingang te doen vinden. De oefening om in aandacht te leven en werkelijk in contact te zijn met wat er op dit moment is, zal ons helpen ons niet aan wanhoop over te geven maar dóór te gaan, zodat vrede en verzoening werkelijk tot stand kunnen komen. Ik herinner me dat er eens een groep jonge mensen bij me kwam die allemaal wanhopig waren. Het was in 1962 of 1963, in Vietnam. Ze gingen om me heen zitten en terwijl ze me allemaal aankeken vroegen ze: Thay, denkt u dat er ook maar enige kans op vrede is? We hebben er zoveel voor gedaan en er is nog geen enkel teken van vrede in zicht. Het was op dat moment heel moeilijk voor mij om te antwoorden want ik voelde vrijwel hetzelfde. We hadden gedaan wat we konden maar er leek geen enkele verandering in de situatie te komen en het zaadje van wanhoop was heel sterk in ons. Dus toen die jonge mensen bij me kwamen en me die vraag voorlegden kon ik hen niet meteen antwoord geven. Ik wist dat het antwoord uit mijn hart moest komen maar in mijn hart was niet veel hoop. Het element van wanhoop was veel groter. Kort na het uitbreken van de oorlog hadden we in de buurt van Saigon de School of Youth for Social Service opgericht, een boeddhistische school waar jongeren getraind werden om sociaal werk te doen. Ze werden uitgezonden naar het platteland om de dorpen die door de bombardementen vernietigd waren weer te helpen opbouwen. Onder deze maatschappelijk werkers waren veel jonge monniken en nonnen. We beoefenden het geëngageerd boeddhisme: we praktiseerden niet alleen in de meditatiehal maar ook daar waar de oorlog woedde. Een aantal van ons kwamen hierbij om het leven. Een van de dorpen waar we gingen helpen was Tra Loc. Tra Loc ligt in de provincie Quang Tri, niet ver van mijn geboortedorp. Het lag vlakbij de gedemilitariseerde zone. Vlak nadat we het opgebouwd hadden werd het gebombardeerd en met de grond gelijk gemaakt. De maatschappelijk werkers daar stuurden dit bericht naar Saigon en vroegen me of ze het dorp wel of niet zouden herbouwen. Ik zei: Bouw het opnieuw! Dus onze maatschappelijk werkers herbouwden het, samen met de dorpelingen. Niet lang daarna werd het dorp voor de tweede keer gebombardeerd. Je begrijpt hoe we ons voelden toen dit nieuws ons bereikte. We konden echter niet toelaten dat de wanhoop het zou winnen, daarom besloten we het dorp opnieuw op te bouwen. We investeerden er veel mankracht, tijd, energie en geld in en toen werd het voor de derde keer gebombardeerd. Met pijn in ons hart besloten we het wéér te herbouwen. Sommigen vonden dit niet zoín intelligente aanpak: waarom zou je iets opbouwen als het toch weer vernietigd werd? We hoorden deze kritiek aan, maar we konden niet toelaten dat mensen door het zaadje van wanhoop overweldigend zouden worden. Daarom gaven we opdracht het dorp voor de derde keer op te bouwen. Het was rond die tijd dat die jonge mensen bij me kwamen en me vroegen: Thay, denkt u dat er nog hoop is? Zal de oorlog ooit ophouden? Terwijl ik naar hen keek wist ik dat ik hen geen leugen kon vertellen, maar als ik uiting zou geven aan mijn wanhoop, zouden al deze jonge mensen in een oceaan van wanhoop verdrinken. Daarom bleef ik een hele tijd stil en concentreerde me op mín ademhaling. Ik dacht na over de vergankelijkheid van alles en over het niet bestaan van een onafhankelijk en afgescheiden zelf. Alles is vergankelijk, ook de oorlog. De oorlog moest dus op een dag wel ophouden. Toen ik dat zag zei ik: Lieve vrienden, er zal een eind aan de oorlog komen, want alles is voortdurend aan verandering onderhevig. Dat geldt ook voor de oorlog, daarom moet hij eens ophouden. Laten we het zaadje van hoop levend proberen te houden. We hebben elkaar nodig om door te kunnen gaan. Die woorden kwamen uit mijn hart; ze werden mij ingegeven door mijn meditatie. Tenslotte eindigde de oorlog. De meesten van ons kregen geen toestemming om dit werk officieel voort te zetten, want de regering wilde niet dat we maatschappelijk werk deden. Ze zeiden dat ze ons niet nodig hadden. De School of Youth for Social Service mocht niet meer bestaan. Onze maatschappelijk werkers zijn in stilte echter toch met hun werk doorgegaan. Wat zij doen heeft geen bepaalde naam en er is geen structuur in te herkennen, maar ze helpen de bevolking tot op de dag van vandaag en onze vrienden in het westen proberen hun werk op verschillende manieren te steunen. Het werk dat zij daar doen voedt het zaadje van mededogen, liefde en begrip in ons. Heel wat bruggetjes die in Vietnam gebouwd zijn, zijn de Brug van Begrip en de Brug van Liefde genoemd. We zijn ook scholen blijven bouwen, samen met de dorpsbewoners. We proberen de school een soort thuis voor de kinderen te laten zijn. Ze zijn er de hele dag, maar ze slapen thuis. ’s Middags krijgen ze een maaltijd en we proberen ze ook elke dag allemaal een glas melk te geven. Die melk is heel belangrijk, want veel kinderen zijn ondervoed. Ik zeg altijd tegen mijn leerlingen dat je je niet machteloos hoeft te voelen want er is veel wat je kunt doen. Als je een kind in een arm dorp in een afgelegen gebied in de gelegenheid stelt een glas koemelk of sojamelk te drinken, doe je iets heel belangrijks. Onze maatschappelijk werkers zetten zich echt voor de kinderen in. Ze zorgen er voor dat de maaltijden die ze voor hen klaarmaken zoveel mogelijk voedingsstoffen bevatten, zodat de kinderen niet ondervoed raken. Mijn moeder kwam uit Ha Trung, een heel arm dorp in de buurt van Tra Loc. Eens toen ik naar de gezichtjes van de kinderen daar keek, werd elk klein meisje mijn moeder. Mijn moeder was net als zij geweest en als zo’n meisje elke dag een glas melk zou krijgen zou ze later een jongetje als ik ter wereld kunnen brengen. Maar zonder die melk zou ze een kind krijgen dat niet gezond was. Daarom vroeg ik mijn leerlingen – de maatschappelijk werkers – om voor de kinderen in dat dorp te zorgen. Want elk van hen is mijn moeder, elk van hen is mijn vader. En dat geldt niet alleen voor de kinderen in Ha Trung, maar voor de kinderen in elk dorp. Als je je machteloos voelt kun je niets voor de wereld doen. Je hoeft je echter niet machteloos te voelen, want er zijn veel manieren waarop je iets kunt doen. Je kunt er voor zorgen dat ik een glas melk krijg als ik één of twee jaar oud ben, zodat ik normaal kan opgroeien en later een goede burger van mijn land en van de wereld kan zijn. Dat is iets wat je kunt doen. Je kunt de nonnen en de monniken, de leken en de maatschappelijk werkers die in de onderontwikkelde landen in Afrika en Azië werken, ondersteunen, om verandering in de situatie te brengen. Er zijn altijd dharmadeuren waardoor je de werkelijkheid binnen kunt gaan en de kwaliteit van het leven kunt helpen verbeteren. Een ander zaadje dat de Boeddha heeft doorgegeven en dat we hier in Plum Village proberen te laten groeien, is het vermogen om in het hier en nu gelukkig te zijn. Verlichting, inzicht en ontwaken kunnen we alleen in het heden ervaren. Daarom moeten we terugkeren naar het nu. Vrede, innerlijke rust en mededogen zijn in het heden te vinden als je weet hoe je ermee in contact kunt komen. Elke stap die je zet kan je innerlijke rust, vrede en geluk brengen. En je lunch kun je zo eten dat je er innerlijke rust, vrede en geluk door krijgt. In Plum Village proberen we dat zaadje – om in het hier en nu te leven – te laten ontkiemen, voor het geluk en de vreugde van heel veel mensen.

Wat we moeten leren is om als een sangha, als een familie, te leven en te oefenen. Dat is erg belangrijk. Als je naar een vijver met lotussen kijkt kun je zien dat de bloemen, de wortels en de bladeren eigenlijk allemaal hetzelfde doen: ze ondersteunen elkaar, ze voeden elkaar. In het begin hadden we maar één of twee lotuszaadjes. Maar omdat we wisten hoe we ze moesten behandelen zijn ze ontkiemd. Nu hebben we in bijna elke hamlet een lotusvijver. (Noot: Plum Village bestaat uit een aantal verspreide centra: Upper Hamlet, Lower Hamlet, Middle Hamlet, New Hamlet.) Het is nu mei en de lotusbladeren beginnen weer tevoorschijn te komen, als een soort hergeboorte. Probeer je eens voor te stellen dat je een lotusblad bent, drijvend op het wateroppervlak. Je bent groen, je bent mooi, je ademt, je ontvangt zonneschijn en je groeit. Diep onder je zijn de wortels waar je mee verbonden bent. Terwijl je van de zon geniet en met vreugde je schoonheid laat zien, voed je de wortels onder je. Jij wordt door de wortels gevoed maar omgekeerd voed jij, door je bestaan, ook de wortels. We zijn meestal geneigd te denken dat een blad een kind van de boom is. Maar in feite is een blad ook de moeder van de boom. Het water dat de wortels uit de grond opnemen, gaat naar elk blad. Met behulp van zonlicht en zuurstof zetten de bladeren het water (en de mineralen die daar in zitten) om in een speciaal sap waar de wortels en de stam weer mee gevoed worden. We kunnen dus zeggen dat de boom (de stam) de moeder van de bladeren is maar we kunnen ook zeggen dat de bladeren de moeder van de boom zijn. Ze voeden elkaar. Zo brengt de lotuswortel een jong blad voort, dat door er te zijn en door zonlicht en zuurstof op te nemen, niet alleen zichzelf maar ook de wortels daar beneden voedt. En op de een of andere manier voedt het de andere bloemen en bladeren ook. Laten we ons dus voorstellen dat we een lotusblad zijn. In ons dagelijks leven doen we loopmeditatie en we zijn ons bewust van onze ademhaling, we glimlachen en doen zitmeditatie zodat we ons als een mooi blad kunnen ontvouwen. We voeden daarmee tegelijkertijd onze leraar en onze broers en zussen. Dat is precies zoals het elke dag gaat. Je bent op een wonderbaarlijke manier met elk lid van de sangha verbonden; dat moet je kunnen zien. Elke keer dat je met een glimlach en met mededogen naar iemand kijkt, maak je je leraar en je broers en zussen blij. Je doet het niet alleen voor jezelf, maar voor ons allemaal. Elke keer dat het je lukt over een irritatie heen te komen en te glimlachen, voed je niet alleen jezelf maar ons allemaal. Elke keer dat je je met vriendelijkheid en compassie tot een broer of zus in de sangha richt, voed je ieder van ons ons en maak je ons allemaal blij. We kunnen in feite alleen maar in-verbondenheid-zijn. Oppervlakkig gezien lijkt het alsof de bloem en het blad twee verschillende dingen zijn. Maar als je dieper in de werkelijkheid doordringt zie je dat dít is omdat dát is, en dat dát is omdat dít is. Dat is de leer van in-verbondenheid-zijn. De bloem laat haar schoonheid zien, en de bloem maakt de lotuszaadjes. Maar je kunt niet zeggen dat de zaadjes alleen door de bloem gemaakt worden. Jij, als blad, maakt de zaadjes ook, want door jouw bestaan voed je de wortels en op die manier draag je bij aan de vorming van lotuszaadjes. Niet alleen de bloem, maar alle wortels en alle bladeren dragen bij aan de vorming van de zaadjes. Door er te zijn en door te proberen in aandacht te leven voed je de hele sangha. In ieder lid van de sangha kun je jezelf herkennen. Jij bent heel erg belangrijk. Als het met jou niet goed gaat, zal dat z’n weerslag op de hele sangha hebben. En als jij blij en innerlijk vrij bent, zal iedereen in de sangha daar wel bij varen. Je leeft dus niet alleen voor jezelf, maar voor ons allemaal. Je produceert niet slechts één bloem maar een heleboel bladeren en bloemen. En dat gaat steeds maar door. Als voor jou, als blad, de tijd gekomen is om te vergaan, blijf je bestaan in de bloem, in de wortels en in de andere bladeren. Er is dus geen geboorte en geen dood. Er is alleen een vóórtbestaan. De afgelopen winter hebben we geen lotusbloemen en geen lotusbladeren gezien. Alles leek te vergaan en modder te worden. Dat komt omdat we alleen maar naar de buitenkant hebben gekeken. Als we de lotusbloemen zien zoals ze werkelijk zijn, weten we dat de wortels in de diepte doorgroeien om in april of mei klaar te zijn. Als je nu naar de lotusvijver kijkt kun je de bladeren weer tevoorschijn zien komen. Dat is hergeboorte, opnieuw verschijnen. Je kunt zien dat er een voortbestaan is. Je kunt jezelf herkennen: het lotusblad van vorig jaar kan zichzelf terug zien in het lotusblad van dit jaar. Al onze leraren zijn in ons, al onze voorouders zijn in ons en ook de Boeddha is in ons. Elke keer dat we met aandacht lopen, voeden we de Boeddha in onszelf. Op die manier kan de Boeddha doorleven. Wij hebben de Boeddha natuurlijk nodig maar de Boeddha heeft ons ook nodig om te blijven bestaan. Hoe kan de Boeddha zonder ons voortbestaan? Dat is duidelijk. Wij hebben onze voorouders nodig om te kunnen bestaan – onze fysieke voorouders en onze spirituele voorouders – maar onze voorouders hebben ons ook nodig om er te kunnen zijn. Als wij ons vrij en krachtig voelen, voelen onze voorouders zich ook vrij en krachtig. Ze hebben ons heel hard nodig. Daarom is het onze plicht om zo te leven dat we elke dag innerlijke rust en vrijheid ervaren. Om het onze voorouders mogelijk te maken elke dag innerlijke rust en vrijheid te ervaren. En wat onze kinderen en hun kinderen betreft: ze zijn al in ons. Als we met aandacht lopen, met aandacht ademhalen en de dingen met aandacht en in rust en vrijheid doen, dan voeden we daarmee onze kinderen. Ook al zijn ze ze nog niet zichtbaar, ze zijn nu al in ons. Er zijn twee dimensies. Ten eerste is er de dimensie van tijd. Wij zijn de voorzetting van onze voorouders; al onze voorouders zijn in ons. We vertegenwoordigen ook al onze kinderen en hun kinderen, de toekomstige generaties. Elke minuut van ons dagelijks leven, leven we dus ook voor hen. Misschien besef je het niet, maar de Boeddha heeft je nodig om de volgende generaties te kunnen bereiken. De Boeddha is door vele generaties doorgegeven en nu het zaadje van bewuste aandacht zich in ons begint te ontwikkelen, geven we de Boeddha hier én in de toekomst een kans. De andere dimensie is de dimensie van ruimte. We zijn niet alleen al onze voorouders en al onze kinderen, we zijn ook al onze broers en zussen die hier en nu zijn. Alles wat we in ons dagelijks leven doen, doen we niet alleen voor onze voorouders en onze kinderen maar ook voor al onze huidige broers en zussen. Als we zo leren leven zullen wanhoop en eenzaamheid volledig verdwijnen, omdat we niet alleen tijd maar ook ruimte omarmen. We omarmen iedereen. Ik neem toevlucht in de Sangha … Dat is geen geloofsverklaring, maar iets wat je werkelijk in praktijk moet leren brengen. Je hebt inzicht nodig om toevlucht in de sangha te kunnen nemen. In het dagelijks leven moet je op zoín manier naar de dingen kijken dat je kunt zien dat je één bent met je broer en zus. Je moet kunnen zien dat je elk moment de sangha voedt en door de sangha gevoed wordt. Alles wat je voor je broer doet, doe je voor jezelf, doe je voor de sangha. En alles wat je voor jezelf doet, doe je ook voor de sangha. In één dag, in een periode van 24 uur, heb je heel veel kansen om te zien dat dat waar is. Je weet heel goed dat je zelf niet gelukkig kunt zijn als je leraar niet gelukkig is of als je broer niet gelukkig is. En als jij niet gelukkig bent kunnen je broer en zus niet gelukkig zijn. Je weet dat we in-verbondenheid-zijn, en vanuit dat inzicht kun je proberen te leven. Alles wat je doet en wat je niet doet werkt door in je sangha. Een sangha opbouwen betekent jezelf opbouwen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s