De Zang

Standaard

guru-rinpochePadmasambhava, die posthuum bekend werd als Guru Rinpoche, leefde in de achtste eeuw. Guru Rinpoche betekent “de Waardevolle Leraar”. Guru Rinpoche’s visie en onderwijsmethode wordt doorgaans geassocieerd met het esoterische Boeddhisme zoals dat in de Himalaya-regionen gestalte heeft gekregen. We vinden er echter ook sporen van terug in de Japanse Shingon-leer, en, zoals onderstaand wordt aangeduid; de Chinese Huayen voelt zich er niet door vervreemd. Wat Padmasambhava onderwees was niet identiek aan de leer van de Huayen , de Avatamsaka Soetra zoals deze is uitgewerkt in China. Maar ze is ook niet verschillend, want wat zegt de eerwaarde Hai Yün, een Taiwanees monnik die de Huayen onderwijst in een in 2004 gepubliceerde lering met betrekking tot Samantabhadra Bodhisattva: “Wanneer we het hebben over het bewustzijn als Zoheid, dan hebben we het eenvoudigweg over de essentiële aard (in het Chinees ti) van de geest. In deze essentiële aard is er noch zuiverheid, noch onzuiverheid. En omdat die geest, in zijn essentiële aard altijd al geweest is wat ze is: noch zuiver, noch onzuiver, noemen we ze Zoheid. Het andere aspect van bewustzijn (geest) is gecompliceerder omdat ze onderhevig is aan het proces van geboren worden en sterven, van verrijzen en verdwijnen. Het gewone denken heeft de neiging Zoheid in contrast te stellen met geboorte en dood, en zou overwegen dat het ene zuiver is, en het andere onzuiver. Maar dit is een heel grove manier van denken. Zoheid is noch zuiver, noch onzuiver, maar tegelijkertijd is het zowel zuiver als onzuiver. Daarom kunnen we zeggen dat zuiverheid het rijk van Samantabhadra is, maar we kunnen net zo goed zeggen dat onzuiverheid het rijk van Samantabhadra is.” (Toel.: Zuiverheid en onzuiverheid mag ook begrepen worden als ‘relatief bestaan’, resp. het absolute.)

De Zang

1. Dit bewustzijn, een dat in het hele leven en in de hele bevrijding doordringt,
2. Wordt niet herkend, ook al is het onze eigen fundamentele aard.
3. Zijn flux is constant, maar we zijn onwetend.
4. Zijn lichtende en feilloze weten wordt niet gezien
5. Alhoewel het uit alles aan het licht komt.
6. De Helden hebben het niet-voorstelbare onderwezen,
7. En de totaliteit van de meest geheime leringen
8. Hebben het over niets anders dan over deze verheven realisering.
9. Hoewel de Geschriften omvangrijk zijn als de hemel
10. Onderwijzen ze niets anders dan deze geest van eenheid.
11. Deze rechtstreekse vingerwijzing is het terrein van de Helden.
12. Slechts deze vingerwijzing verschaft je vaste voet in het Absolute.
13. O, overwinning!
14. Jullie, mijn kinderen die het getroffen hebben, luister!
15. Dat “Bewustzijn”, die “geest”, dat woord dat zo bekend en onbekend tegelijk is,
16. Daar weten de wezens niets van.
17. Hun begrip ervan raakt niet aan het essentiële.
18. Deze realiteit, daar kunnen ze niet bij.
19. Vervreemd door (het concept van) individualiteit, stappen ze over de aard van het bewustzijn heen, 20. En stappen daarmee ook over hun eigen aard heen.
21. Onzeker dwalen ze rond door de drie Rijken
22. En missen de essentie.
23. Asceten en meesters (uit andere kring) zeggen dat ze ’t door hebben,
24. Maar deze schat, daar hebben ze geen weet van.
25. Als verlamd door boekenwijsheid en intellectualiseren
26. Geraken ze niet aan de ruimtegelijke transparentie van het bewustzijn.
27. Gefascineerd door (dogmas over) subject en object
28. Stappen zowel de gematigden als de extremisten over deze schat heen.
29. Door hun tantrische rituelen verwijderen ze zich er van,
30. Door hun (meditatieve) praktijk sluiten ze er de ogen voor.
31. Zelfs zij die zich in de tradities van de Mahamudra en Dzogchen weten
32. Zijn ingeperkt door hun eigen (beperkte) weten;
33. Ze dwalen rond, van dualiteit naar niet-dualiteit,
34. En nooit verder komend kennen ze het Ware Ontwaken niet.
35. Je eigen bewustzijn, dat is leven en Bevrijding.
36. Wordt niet de gevangene van een opvatting die, in een oneindige cyclus,
37. Zichzelf in de staart bijt. Geef op te wikken en te wegen!
38. Ja, laat het achter en verblijf in het vorstelijke niet-handelen.
39. En door deze lering tot uitvoering te brengen realiseer je tezelfdertijd, onmiddellijk,
40. Je Grote Natuurlijke Bevrijding.
41. Door je schouwen, door je Weten dat van alles ontdaan is, tot op het bot,
42. Realiseer je die perfectie die het Bewustzijn aangeboren is.
43. Dat Bewustzijn, in dit lichtende absolute gewaar zijn 44. bestaat en bestaat niet, tegelijkertijd
45. Het is de bron van geluk, van duhkha (ongemak), en van bevrijding.
46. De leringen hebben er namen voor: realiteit van het bewustzijn,
47. Zijn of niet-zijn,
48. Het uit zichzelf geboren bewustzijn,
49. De Absolute aard,
50. Het grote zegel (mahamudra),
51. De natuurlijke bevrijding,
52. De lichtende parel,
53. Het fundament van het gewone.
54. Deze realisering kent drie Poorten:
55. De afwezigheid van sporen, helderheid, en het ruimtegelijke.
56. De realisering die we hadden of hebben
57. Is nergens in gevestigd, is pas geboren, en onmiddellijk.
58. Haar aard is Zo te verblijven, door niets ingeperkt.
59. Door het moment simpelweg en onmiddellijk te grijpen,
60. Door zich zo in ieder moment ontdaan van alles te zien,
61. Zal je schouwen stil en doorzichtig zijn, objectloos.
62. Dat is het heldere schouwen, (zich manifesterend als) een bliksemschicht.
63. Het is de ruimtegelijkheid die niets pretendeert,
64. Het is de schitterende leegte voorbij de vormen,
65. Ontdaan van het permanente, vloeiend,
66. Het is grenzeloos, vol gloed en helder.
67. Niet een, niet meervoudig
68. Heeft het slechts één smaak –
69. Nergens ontstaan
70. Helder bewust van zichzelf
71. Is het de Werkelijkheid zelve.
72. Deze directe vingerwijzing naar de Realiteit
73. Draagt de totaliteit van de werelden in zich.
74. (Het is) het Lichaam van de waarheid, van vreugde, en van het absolute
75. Vloeit er van over.
76. Schitterend stralend is deze natuurlijke energie van bevrijding.
77. Dit is dan de introductie tot deze krachtige methode
78. Die de Werkelijkheid zelve aan het licht brengt.
79. Op dit moment is je bewustzijn deze totaliteit,
80. Is ze deze natuurlijke helderheid die door niets wordt ingeperkt.
81. Kun je zeggen: “Ik begrijp de aard van het bewustzijn niet”
82. Terwijl er, in deze feilloze helderheid van je schouwen,
83. Niets is waarop je kunt mediteren!
84. Kun je zeggen: Ik zie de aanwezigheid van het bewustzijn niet”
85. Terwijl diegene die denkt deze werkelijkheid is!
86. Kun je zeggen: Zelfs al zoek ik het, het blijft een mysterie”
87. Terwijl je helemaal niets hoeft te doen!
88. Kun je volhouden dat het ondanks al je streven aan je ontsnapt,
89. Terwijl je alleen maar in dat door niets ingeperkte hoeft te verblijven!
90. Kun je zeggen dat het je moeilijk valt in actie te komen
91. Terwijl de aard is onbewogen te blijven!
92. Kun je zeggen dat je ’t niet kunt
93. Terwijl de helderheid, je bewust zijn en het ruimtegelijke je eigen Realiteit zijn!
94. Kun je beweren dat de oefening geen vruchten baart
95. Terwijl ze natuurlijk is, spontaan en ongebonden!
96. Kun je zeggen: “Ik zoek en vind niet”
97. Terwijl het denken en de natuurlijke bevrijding er gelijktijdig zijn!
98. Waarom denken dat de geneeswijzen niet baten
99. Terwijl je eigen bewustzijn simpelweg Zo is!
100. Hoe kun je voorwenden dat je ’t niet weet!
101. Wees ervan verzekerd dat de aard van bewustzijn ledigheid is, dat nergens op steunt.
102. Je geest is net zo ontdaan van substantie als de lege ruimte –
103. Of je ’t nu leuk vindt of niet. Schouw in dat bewustzijn.
104. Klamp je niet vast aan een nihilistische visie op ledigheid,
105. Wees ervan verzekerd dat wijsheid altijd helder is geweest,
106. Lichtend, spontaan, in zichzelf berustend,
107. Als zonnestralen.
108. Of je ’t nu leuk vindt of niet, schouw in dat bewustzijn.
109. Wees ervan verzekerd dat je kennen onfeilbare wijsheid is,
110. Dat als een vlot op de stroom van een rivier deint.
111. Of je ’t nu leuk vindt of niet, schouw in dat bewustzijn.
112. Weet dat je geen reden zult kunnen vinden,
113. Want die deining is net zo substantieloos als de rest.
114. Of je ’t nu leuk vindt of niet, schouw in dat bewustzijn.
115. Weet dat alles dat zich aan je geestesoog voordoet
116. Niets anders is dan je eigen natuurlijke perceptie,
117. Vergelijkbaar met een weerspiegeling.
118. Of je ’t nu leuk vindt of niet, schouw in dat bewustzijn.
119. Wees ervan verzekerd dat alles dat verschijnt zich onmiddellijk bevrijdt,
120. Uit zichzelf voortgekomen, zichzelf voortbrengend,
121. Zoals je geest een wolk kan scheppen.
122. Of je ’t nu leuk vindt of niet, schouw in dat bewustzijn.
123. Dat schouwen is leeg, bevrijding is spontaan, het waarheidslichaam
124. is schitterend lichtende ruimtegelijkheid.
125. Realiseer het absolute door de niet-Weg te gaan,
126. Op dat moment toont zich je eigen heiligheid.
127. En zo zou je intuïtieve weten, dat ruimtegelijk is,
128. Zou deze spontane bevrijding die ontstaan is door het schouwen niet méér te laten zijn dan schouwen,
129. Zou deze diepste realisering,
130. Het onderzoeksgebied moeten zijn waar je hele wezen naar tracht.
131. Eer aan dit diepste geheim.

auspicious_viswa_vajra_ev93

UITLEG

Bij de titel De Kashmir-traditie van de tantras, met name die van de Kaula en Spanda waar ook de naam van Shiva wordt geëerd, zou de titel van deze zang, “….dat heldere schouwen dat bevrijding brengt”, als volgt vertalen: “Zijn (Padmasambhava’s) zang over het heldere schouwen van de aard van het bewustzijn, dat bewustzijn dat bevrijding brengt.” Hier ligt dan een verschil tussen de Vedische en de Boeddhistische opvatting en praktijk. · Regels 6 en 11. De Helden. Sanskriet jina: held, overwinnaar, een aanduiding voor een Gerealiseerde. · Regel 21. De 3 Rijken: van heden, verleden en toekomst. Ook wel de drie Rijken van ongelukkige bestaansvormen, het mensenbestaan, en het bovenmenselijk bestaan dat nog steeds beneden de Volkomen Realisering ligt. En de derde mogelijkheid is: de wereld van 1/ verlangen, van 2/ vorm of materialiteit en 3/ van het vormloze — drie verschillende (meditatieve) stadia. · Regel 31. Mahamudra en Dzogchen zijn twee technieken en/of zienswijzen onderwezen binnen het Himalaya-Boeddhisme. Wanneer Padmasambhava spreekt over deze twee technieken betekent dat, dat hij Bhutan, resp. Tibet binnenkwam op een moment dat er al een behoorlijk ver gevorderde Boeddhistische praktijk was, een (monniken-) gemeenschap met leraren die een verfijnde opvatting van de Boeddha-Dharma verkondigden. · Regel 44 raakt aan de kern van het begrip over bewustzijn in Boeddhistische zin. Het woord wordt dan ook niet vertaald met “geest” omdat dan al snel de neiging bestaat bewustzijn te verabsoluteren, hetgeen zelfs in de Tathagata-garbha-leer (tekst 58, 1e noot), die ook uit Padmasambhava’s woorden put, wordt gemeden. · Regel 61: stil en doorzichtig als helder stilstaand water. · Regel 62. Als een bliksemschicht. “Bliksemschicht” is gekozen om de intensiteit van het licht weer te geven, niet het onmiddellijk voorbijgaande. · Regel 64. Schitterende – als sterren. · Regels 70 en 71 hebben het over het bewustzijn, of, meer bepaald, het bewust zijn dat gewaar is van het eigen bewust zijn – je kunt in je meditatieve oefening “zien” dat er lege helderheid is. · Regel 74. Hier wordt gesproken over de Drie Lichamen van Boeddha: de Nirmanakaya, hier satyakaya, waarheidslichaam genoemd, het Vreugdevolle Lichaam (sambhogakaya), en het Absolute Lichaam (Dharmakaya). Alle drie zijn in feite één, maar manifesteren zich al naar gelang de behoeften van de praktikanten-meditatoren. · Regels 81 tot 100 zullen met vreugde herkend worden door Zen-beoefenaars. Het verschil is, dat hier een ervaring van luminositeit het doel is, terwijl Zen zegt dat ook die ervaring illusoir is, en achtergelaten moet worden. · De kern van de regels 27, 33, 67, en 97 vinden we ook in de Lankávatara Soetra, tekst II, de toelichting bij tekst 20, de eerste noot. · Regel 119 – 121. “Wees ervan verzekerd dat alles dat verschijnt zich onmiddellijk bevrijdt, Uit zichzelf voortgekomen, zichzelf voortbrengend.” Ook hier vinden we een afwijzing van de scheppingstheorie uit andere denkrichtingen, en bovendien een bevestiging van de Enkel-Bewustzijnsleer die zegt dat alles in en uit de geest is. Lees daarvoor Deel I van de Lankavatára Soetra, tekst 1, noot 29. Het is niet gezegd dat Padmasambhava exact dezelfde opinie was toegedaan, maar het geeft een indruk. · Regel 126. Hier wordt ‘je eigen heiligheid’ gebruikt, maar het is niet zeker of het originele manuscript daarmee overeenstemt.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s