SIDDHARTHA (Hij die veel tot stand brengt)

Standaard


In de winter van 1996 heb ik dit verhaal geschreven. Ik was in de Himalaya in het dorpje Chinundanda en keek bij 15 graden vorst in de avond naar de immense Annapurna. Ik was in een serene sfeer en keek naar het zuiden waar de ondergaande zon India gelig kleurde diep onder mij. Daar in die verte was hij tot Ontwaken gekomen en hier in Nepal had hij zijn conclusies getrokken.Ik was alleen naar Nepal gegaan en had mijn vrouw en kind tijdelijk achtergelaten in het Avondland.Hij ging een Pad dat ik ook poogde te gaan.Niemand kan mijn ervaringen beschrijven die ik die koude nacht had.De sterren fonkelden in een donkerblauwe nacht als prachtige diamanten en de stilte was oorverdovend op het zachte ruisen van de bergstroom diep onder mij in de kloof. Ik voelde mededogen met al die stakkers daar beneden en vrede in mijn hart.
In het reisverhaal dat ik schreef heb ik o.a. onderstaand stuk opgenomen.

In de late nacht was hij heengegaan. Hij had nog gekeken naar zijn zoontje Rahula dat vredig sliep in de armen van zijn moeder. Tranen stonden in zijn ogen maar zijn besluit stond vast. Op zijn paard Kanthaka verliet hij het paleis van Kapilavastu samen met zijn wagenmenner Channa. Hij had alle persoonlijke banden verbroken, afstand gedaan van zijn koninkrijk en zijn wereldse bezittingen.
Achter hem lag Kapilavastu. In de verte schitterden de met sneeuw bedekte toppen van de Annapurna’s en de Dhaulagiri in het licht van de morgenzon. Voor hem strekte zich een onafzienbaar laagland uit doorsneden met rivieren die allemaal stroomden naar Moeder Ganga.
In het woud hield hij stil. Hij stapte van zijn paard en keek peinzend om zich heen. Toen ontdeed hij zich van zijn schitterende kleding en hulde zich in de vodden van een passerende zwerver die hij zijn rijke kledij schonk.
Siddhartha had voor het ascetenleven gekozen en als teken van zijn nieuwe leven sneed hij met een scherp mes in één ruk zijn lange haren af.
Hij zond Channa terug naar zijn vader koning Shuddhodhana om hem de boodschap te brengen, dat de prins de wereld verlaten had om zijn ware bestemming te realiseren. Siddhartha was nu alleen. Zijn enige bezit was zijn bedelnap.
Hij keek Channa na terwijl deze zich op Kanthaka wegspoedde naar het noorden.
De vogels zongen uit volle borst hun lied en de mieren kropen in lange rijen over hun vaste paden. De zachte wind speelde met de bladeren. In de verte sprong een hert.
Waar was zijn einddoel nu hij het gewone dagelijkse leven verlaten had ? Siddhartha volgde slechts zijn karma dat geen lot meer was maar een bewuste creatieve daad die hem tot het hoogste inzicht zou doen komen.
n1547389173_30204064_4791936
Channa was zijn wagenmenner geweest toen hij nog leefde als een prins in de paleizen van zijn vader.
Toen hij, na lang aandringen bij zijn bezorgde vader, toestemming had gekregen om het paleis te verlaten was hij staande op, een prachtig versierde wagen en gekleed in schitterende gewaden de stad in gereden.
De mensen vierden feest omdat zij hun toekomstige vorst konden zien.
Een jongeman van negenentwintig bruisend van kracht en charisma.
Maar op een bepaald moment gelastte de prins Channa te stoppen toen hij langs de weg een oude man zag staan.
En hij vroeg zijn wagenmenner : “Wie is dit ? Zijn hoofd is wit, zijn ogen tranen en zijn lichaam is verschrompeld. Hij kan zich nauwelijks staande houden, leunende op zijn staf.”
Channa was zeer in verlegenheid gebracht en stamelde tot zijn meester : “Dit zijn de verschijnselen van de ouderdom ,Heer.
Deze man was eenmaal een zuigeling, en een jongeling vol levenslust; maar nu de jaren zijn voorbijgegaan, is zijn schoonheid verdwenen en zijn levenskracht verbruikt”
Siddhartha was zeer getroffen door de woorden van zijn wagenmenner en hij voelde groot mededogen bij het zien van de pijn van de ouderdom. “Hoe kan een mens geluk smaken als hij weet dat het zo zal aflopen ?” vroeg hij zich af.
Ze reden verder door de mensenmassa , die nog steeds hun prins toejuichten. Bloemblaadjes ,opgeworpen door jonge meisjes, dwarrelden door de lucht en verspreiden de zoete geur van jasmijn en rozen.
Maar Siddhartha was in gepeins verzonken en de schouwspelen rondom hem raakten hem niet meer.
Hij ontwikkelde een andere blik op de werkelijkheid die een andere zijde van het leven naar boven bracht.
Zijn blik trof een zieke man langs de weg ,naar adem snakkend, zijn lichaam misvormd en stuiptrekkend en kreunend van de pijn.
De prins vroeg zijn wagenmenner : “Welk soort van mens is dit?”
En Channa antwoordde : “Deze man is ziek. De vier elementen van zijn lichaam zijn verward en niet in goede orde. Wij zijn allen onderworpen aan zulke toestanden armen en rijken, onwetenden en wijzen ,alle schepsels die een lichaam hebben, kan deze ramp overkomen Heer.”
En Siddhartha voelde een nog groter mededogen en hij raakte nog meer ontroerd. Alle vreugde in het leven scheen hem nu zo onbeduidend toe. Een gevoel van walging kwam over hem denkend aan zijn leven vol luxe en genot.
Channa zette de paarden aan tot spoed om te ontkomen aan deze akelige beelden . Ze reden tot buiten de stad toen zij plots in hun snelle vaart werden tegengehouden door een overstekende groep mannen.
Vier personen gingen voorbij, een lijk dragend.
Reeds begrijpend vroeg hij toch aan zijn trouwe wagenmenner:
“Wat dragen deze lieden ? Er zijn wimpels en bloemenkransen , maar de mensen die volgen zijn overstelpt van smart !”
De wagenmenner antwoordde met tranen in zijn ogen : “Dat is een dode man ,Heer. Zijn lichaam is verstijfd ; zijn leven is heengegaan ; zijn gedachten hebben opgehouden; zijn familie en de vrienden die hem liefhadden, dragen nu zijn lijk naar het graf.”
Een grote angst kwam over de prins. “Is dit de enige dode ?”,
vroeg hij, “of zijn er nog anderen zo in de wereld ?”
Channa sprak met bezwaard hart : “Over de hele wereld is dit zo. Hij die het leven begint, moet het ook eindigen. Er is geen ontkomen aan de dood “.
Siddhartha voelde zijn adem stokken en een grote neerslachtigheid maakte zich meester van hem. “Hoe kunnen de mensen zo verder leven in de waan van alle dag?
Waarom leven zij zo zorgeloos verder ?”
Enige tijd later verscheen er een oude asceet die voor de prins stil bleef staan. Siddhartha keek hem vragend aan. Voor het eerst kwam er een rust en een vrede over hem.
Hij daalde af in grote nadenkendheid en nadat hij zijn rijkdommen met geringschatting voor zich zag sprak hij :
“Gelukkig zijn zij, die verlossing gevonden hebben”.

“Ik verlang naar echte innerlijke vrede. Ik zal de zaligheid van Nirvana zoeken !”
Die volgende nacht verliet hij Kapilavastu………………………..

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s