De twee meest invloedrijke vroeg-boeddhistische stromingen

Standaard

Sarvastivāda en Theravāda


bud_council
De ontstaanstijd

De Theravāda

Tot nu toe is onbekend wanneer de vroeg-boeddhistische stroming die zich op een gegeven ogenblik vestigde in de Mahāvihāra, het Grote Klooster, op Sri Lanka werkelijk ontstaan is. Onderzoekers zijn er van overtuigd dat deze stroming die nu vaak wordt aangeduid met “Zuidelijk Boeddhisme” is voortgekomen uit een soortgelijke beweging in Noord-India. Van die beweging is geen inscriptie of snipper tekst meer bekend.
In de derde eeuw brachten de zoon en dochter van koning/keizer Asoka, Mahinda en Sanghamitta, Boeddhisme naar Sri Lanka. In de kroniek de Mahāvamsa, sectie 14, vers 8, wordt beschreven hoe de zojuist aangekomen monniken met Mahinda aan het hoofd de Srilankaanse koning benaderden:
“Grote koning, wij zijn monniken, discipelen van de Boeddha.
Uit mededogen met u zijn we vanuit India (Jambudipa) hierheen gekomen.”
Dat is dan het officiële moment van binnenkomst van Boeddhisme op Sri Lanka, en wat er vanaf dat moment daar wordt gepredikt is wat de Ouderling Tissa, broer van keizer Asoka als de correcte orthodoxe canon aanvaardde. Deze canon zou geleidelijk aan doorheen de eerste paar honderd jaar van Boeddhisme op Sri Lanka naar voren komen in manuscripten die in de taal het Pali geschreven, gecopieerd en vertaald werden. Het duurt dan niettemin tot de zevende eeuw voordat er ook maar enige kroniek is waarin de naam Theravāda voorkomt. Het is mogelijk dat de monniken zich tot dat moment ‘de monniken van de Mahāvihāra’ hebben genoemd.
Er mag aan herinnerd worden dat de Zijderoute ook pas Zijderoute is gaan heten nadat de negentiende-eeuwse reiziger Ferdinand von Richthofen de naam Zijderoute is gaan gebruiken. Gaan we nog verder terug dan mogen we vaststellen dat Boeddha nooit heeft gezegd dat hij Boeddhisme predikte — als een -isme.
De Theravāda zoals we die nu kennen heeft zich tot aan de verspreiding naar de westerse wereld vooral beperkt tot Sri Lanka, Thailand, Cambodja, Birma, Laos, en later, delen van het huidige Bangladesh.

De Sarvāstivāda

Het duurt ook pas tot de chinese monnik-pelgrim Xuanzang in de zevende eeuw melding maakt van de stroming die de Sarvāstivāda heet. De naam betekent De Weg (vāda) die zegt dat Alles (sarvam) Bestaat (asti). Deze stroming bestaat niet meer als zelfstandige denkrichting, maar leeft tot op zekere hoogte nog voort in het huidige Himalaya-boeddhisme. De Sarvāstivāda bestond als zodanig, maar splitste zich later op in kleinere stromingen die zich ervan afscheidden, zoals de Sautràntika (Enkel maar de Soetras – dus geen aandacht voor commentaarwerk). Men gaat ervan uit dat deze traditie ontstond rond het jaar 244 voor de westerse jaartelling, ten tijde van het concilie dat een daadwerkelijk schisma zou inluiden, maar wanneer het ophield is niet te bepalen. Niet levensvatbare denkrichtingen sterven langzaam uit en/of gaan langzaam over in andere, nieuwere filosofieën.
Van de Sarvāstivādin is beter bekend waar ze, althans in de zevende eeuw, verbleven. Xuanzang treft hen aan langs de hele Zijderoute, tot in de Pamir-passen, en in het Ganges-basin in India.
De leer van de Sarvāstivāda is nog het best en meest uitgebreid beschreven in de tibetaanse canonieke werken, waar delen ervan een plaats hebben gekregen in de lam-rim aanvangsleer van met name de Gelug-stroming.

De debatten aan de hand van het concept as, bestaan(2)

Het belangrijkste verschil tussen de Sarvāstivāda en Theravāda is formeel vastgelegd in de volgende stellingen. De Sarvāstivāda zegt, “alles bestaat; het verleden, het heden, en de toekomst bestaan werkelijk en substantieel.”
De Theravāda beantwoordt dit met “Het verleden bestaat niet. De toekomst bestaat niet.”(3) Om een vorm van absolutisme te vermijden wordt op een andere plaats gezegd, “Men moet niet zeggen dat het verleden, de toekomst, het heden, lichamelijkheid en de andere agregaten (zie onderstaand) werkelijk bestaan danwel niet werkelijk bestaan.”(3)
Of deze uitspraak waarin ons wordt afgeraden in absoluten van bestaan of niet bestaan te denken de inspiratie is geweest voor een van de hoofdthemas van de Lankāvatāra Soetra is niet te zeggen. Zeker is wel dat de Theravāda en de latere Lanka het op dit punt eens zijn. Dit oorspronkelijk Theravāda-standpunt is via-via terecht gekomen in met name de zen-beleving die de nadruk legt op dit enige vlietende moment.
Dat inmiddels het “hier-en-nu denken” in Nederland wijd verbreid is geworden, is in eerste instantie te danken geweest aan deze genoemde filosofische stelling, die wel ervaringsgericht is, maar niet hedonistisch-gericht. De trend naar het beleven van het hier en nu-moment is in de westerse wereld vervolgens niet weinig versterkt geworden door het oude latijnse hic et nunc, hier en nu, dat vooral naar voren werd geschoven wanneer de mens werd geadviseerd nù te genieten van dit moment omdat de toekomst ongewis en wellicht minder vrolijk is.

Aan de hand van het concept bīja, zaden (1)

In een opsomming van stellingen van de Theravāda(1) komen we aan het eind een regel tegen die zegt dat deze bīja (spreek biidja) of zaden “geen entiteit op zichzelf” zijn. De mededeling staat er zomaar, zonder dat ze wordt voorafgegaan door een verwijzing naar een of andere andere school die zegt dat deze zaden wèl entiteiten op zich zijn.
De naam van De Grote Gemeenschap, de Mahāsanghika, die niet helemaal terecht als enige verantwoordelijk wordt gehouden voor het ontstaan van de Mahāyana, komt al op rotsinscripties voor voordat koning/keizer Asoka aan de macht kwam. Er zijn inscripties uit het eind van de vierde, begin derde eeuw voor de westerse jaartelling die spreken over de Mahāsanghika. Deze stroming heeft nooit voet op srilankaanse bodem gezet, maar heeft wel gesproken over bīja, zaden, als volgt: “de zaden zijn de tendenzen die geboorte geven aan obsessies. (parya-vasthāna)”
De Mahāsanghika zag deze zaden dus niet in materiële, maar in psychologische zin, en kan daarmee niet de ergernis van de Theravādin hebben opgewekt.
De lijsten met stellingen van de Sarvāstivāda maken geen melding van het begrip bīja, maar een late opvolger van deze Sarvāstivāda-stroming, de Sautràntika, die ook wel de Sankrantivāda wordt genoemd doet dat wel. Van deze stroming zijn sporen gevonden in het noordoosten van India (Bihar – Orissa) in ca de tweede eeuw voor onze jaartelling. Deze stroming interpreteerde de zaden of bīja als “het geheel van de vijf agregaten”. De vijf agregaten zijn volgens het Boeddhisme het in een levend lichaam onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn van lichamelijkheid, fysiek ervaren of ondervinden, perceptie, het samenstellen in de geest of het samengestelde in de geest, en bewustzijn.
En hier zien we dan waarschijnlijk de steen des aanstoots voor de Theravāda; men reageerde op een heel oud concept van de Sautràntika die meende dat deze zaden niet alleen in het bewustzijn aanwezig zijn, of een deel van het bewustzijn zijn, maar dat ze ook substantie, iets zintuiglijk ervaarbaars hebben.
De Theravāda-doctrine van de srilankaanse Mahāvihāra heeft geen noodzaak gezien het waarschijnlijk heel oude bīja-thema uit haar stellingen te halen; de Sautràntika moet zijn invloed hebben doen voelen tot op het Sri Lanka van de Theravādin.

Latere ontwikkelingen

De voluit Mahāyana-stroming die Yogacara (joogatsjaara, liefde voor de meditatieve praktijk) wordt genoemd, en die ontstaan is vanaf de vierde eeuw onze jaartelling, die zich vooral concentreert rond het thema Enkel-Bewustzijn, zal bīja gaan interpreteren als de impressies die als het ware op de geest worden achtergelaten. Met andere woorden, de Yogacara volgt hierin het vroege Mahāsanghika-standpunt waarin de “zaden” vooral in psychologisch perspectief moeten worden gezien.
De Vajrayana, meer bepaald de mantrayana heeft een bīja mantra waarbij de “zaad-syllabe” dienst doet om de geest te focussen en in staat te stellen af te dalen in de praktijk waarin spraak, geest en lichaam als vereend kunnen worden ervaren. Maar die praktijk, die duidelijk geen enkele connectie meer heeft met de vroegste opvattingen over de zaden, mogen we niet ouder dan de zevende eeuw veronderstellen.

aan de hand van het concept samskrta, samengesteld

Een van de Sarvāstivāda-stellingen zegt, “De Waarheid van het ophouden (nirodha) is niet-samengesteld (asamskrta), maar de drie andere waarheden zijn samengesteld (of samengesteldheden).”(4)
Niet-samengesteld is een synoniem voor nirvana of Verlichting.
De vier waarheden zijn: 1/ duhkha – het onbevredigende, 2/ ontstaan, 3/ het ophouden, en 4/ De Weg naar het ophouden van duhkha (of dukkha).
De bovenaangehaalde stroming van de Mahāsanghika spreekt ook over deze vier waarheden. Ze worden vrij uitgebreid besproken aan de hand van in Sanskriet bewaarde soetras, maar er wordt niet van gezegd dat ze samengesteld danwel niet-samengesteld zijn.(5)
De Theravāda(6) zegt, “De vier Waarheden zijn niet samengesteld (asànkhata). Omdat dukkha, het ontstaan (ervan) en De Weg samengesteld zijn, kunnen de Waarheden van dukkha, het ontstaan ervan, en De Weg niet niet-samengesteld zijn.” (anders zit je voor niets te cultiveren of te mediteren op het ophouden van dukkha.)
Met andere woorden, de Bevrijding van het onbevredigende, het verdwijnen van de oorzaak van het onbevredigende en de volledige realisering van de Weg er naar toen is het ultieme, ook al zal de Theravāda nooit het woord ‘ultiem’ hanteren. Op het moment dat de Vier Nobele Waarheden ten volle worden gerealiseerd, zijn ze voor de beoefenaar Waarheden geworden, niet langer filosofische postulaten. Daarmee zijn ze nog steeds Waarheden die ruimte laten voor andere Waarheden zoals de huidige christelijke die zegt dat Liefde Waarheid is — al was het maar dat liefde (metta of maitri) een van de paden is op de Weg van de Dharma.(7)
Om de Theravāda-stelling nog verder te onderstrepen wordt aan deze observering toegevoegd dat de vier meditatieve stadia, hier de ārūpa-samāpatti genoemd, niet-samengesteld zijn. Hier heeft de vroege Theravāda dezelfde inzichtelijke ervaring als Dōgen, de latere stichter van de japanse soto-zenschool: men ‘zit’ in eenheid van geest.
En er wordt in diezelfde lijst van stellingen gezegd dat ruimte of het luchtruim (ākāsa) eveneens niet-samengesteld is. De Theravāda zal in filosofische zin niet veel meer gaan doen met deze observering, maar in het latere Mahāyana krijgt ākāsa enig gewicht.
Op dit onderwerp van ‘samengesteld’ waren de Sarvāstivāda en de Theravāda daarom met elkaar in debat; ze hadden deels verschillende inzichten over wat ultiem of het Hoogste was.


Noten:
(1) A Bareau, Les Sectes bouddhiques, 1955, pp.68,157,240
(2) ibid p.137
(3) ibid p.213
(3) ibid p.214
(4) ibid p.138
(5) ibid p.62. Samengesteld: waarheid van de wereld = samvrti (Skr.) resp. samutti (Pali).
Niet-samengesteld = ultiem of het Hoogste, bovenwerelds: paramartha (Skr.) resp. paramatta (Pali).
(6) ibid p.221
(7) Ook naar aanleiding van het begrip “zaden”. Wanneer de Rooms-Katholieke kardinaal Dias, Prefect van de Congregatie voor de Evangelisering van Volkeren, in een december 2007-toespraak (Asia News van 15 december 2007) zegt dat de RK-missionaris in de aziatische religieuze systemen op zoek moet gaan naar de “seeds of truth” (een leenterm uit recente Hindu-literatuur), om zodoende die volkeren te evangeliseren, dan rekent hij, althans in zijn eigen denken, het christelijke geloof, dat nog slechts 2013 jaar oud is, nog steeds tot de bron van alle religie, en niet tot een religieuze denkrichting die meer of minder inspiratie heeft ontvangen uit oudere systemen.
Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s